Archief JWB |
Dossiers |
Arbeidsrecht Agenda
|
Meest gelezen |
|
|
|
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werknemer is slechts een jaar in dienst wanneer de werkgever een ontbindingsverzoek indient wegens disfunctioneren. De werknemer betwist het disfunctioneren en stelt dat hij hierop nooit is aangesproken. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever onvoldoende heeft aangetoond dat de werknemer disfunctioneert. Bovendien heeft de werkgever nagelaten een verbetertraject aan te bieden. Evenwel is een verstoorde arbeidsrelatie ontstaan, waardoor het verzoek wordt toegewezen. De kantonrechter laat de kantonrechtersformule buiten beschouwing, omdat toepassing daarvan gezien het korte dienstverband tot een onaanvaardbaar lage vergoeding zou leiden. Er worden daarom 6 maandsalarissen toegekend aan de werknemer.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-399
Werkgeversaansprakelijkheid. Artikelen: Art. 7:658 BW
De werknemer heeft in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade opgelopen en is kort daarna ontslagen. Sindsdien zit de werknemer thuis. Thans stelt de werknemer zijn voormalig werkgever aansprakelijk voor de geleden schade. De werkgever stelt dat de werknemer onvoldoende zijn schade heeft beperkt door niet te solliciteren of anderszins te re-integreren. Het Hof oordeelt dat de werknemer inderdaad in beginsel tekort is geschoten in zijn schadebeperkingsplicht, maar dat het gebrek aan re-integratiepogingen kan zijn veroorzaakt door een dysthyme-stoornis welke zou kunnen zijn terug te voeren op het ongeval. Mocht dit het geval zijn, dan valt het schenden van de schadebeperkingsplicht de werknemer niet aan te rekenen. Volgt aanhouding van de zaak om te onderzoeken in hoeverre de dysthyme-stoornis is te wijten aan het ongeval.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-373
Uitleg reikwijdte concurrentiebeding. Art. 7:653 BW
De werknemer is in dienst als inkoper bij de werkgever en heeft met deze werkgever een concurrentiebeding gesloten. De werkgever is gericht op werkzaamheden in de groothandel. In het concurrentiebeding staat dat de werknemer niet bij een bedrijf te gaan werken concurrerend aan dat van de werkgever. De werknemer wil vervolgens in dienst treden bij een bedrijf dat zich met name richt op de detailhandel. De vraag is of hiermee schending van het concurrentiebeding plaatsvindt. De kantonrechter oordeelt dat het verschil tussen het bedienen van de groothandel en het bedienen van de detailhandel zo wezenlijk is dat het in dienst treden bij de nieuwe werkgever geen schending van het concurrentiebeding meebrengt. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-366
Werkgever vordert inzage in gegevensdragers van werknemer. Art. 843a Rv
De werknemer heeft de arbeidsovereenkomst met de werkgever opgezegd, waarna de werkgever beslag heeft gelegd op gegevensdragers van de werknemer. Na onderzoek is gebleken dat de gegevensdragers vertrouwelijke informatie van de werkgever bevatten. De werkgever heeft hierop gevorderd om inzage in meer gegevensdragers van de werknemer. De kantonrechter heeft de vordering geweigerd wegens onvoldoende belang. Het Hof daarentegen oordeelt dat de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij het inzien van meer gegevensdragers van de werknemer en wijst de vordering daarom toe.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-323
Uitleg CAO Multimodaal Vervoer. Art. 8 lid 2 CAO Multimodaal Vervoer
De werknemer is in dienst bij de werkgever voor 32 uur. Wanneer een nieuwe werknemer wordt aangetrokken, vordert de werknemer dat hij voor 36 uur tewerk zal worden gesteld op grond van art. 8 lid 2 CAO Multimodaal Vervoer. Hierin staat volgens de werknemer dat hem eerst urenvermeerdering wordt aangeboden alvorens een nieuwe werknemer kan worden aangesteld. De werkgever stelt dat deze regel pas geldt wanneer de nieuwe werknemer meer dan 32 uur zou gaan werken. De kantonrechter oordeelt dat de uitleg van de werkgever recht doet aan de tekst van de CAO-bepaling, waardoor de vordering van de werknemer moet worden afgewezen.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-328
Werkgeversaansprakelijkheid. Art. 7:658 BW
De werknemer is werkzaam bij werkgever A en tewerkgesteld bij werkgever B. Als gevolg van gladheid komt hij op het bedrijfsterrein ten val en loopt schade op. De werknemer stelt beide werkgevers aansprakelijk. De kantonrechter oordeelt dat het een feit van algemene bekendheid is dat het bij vorst glad kan worden. De werkgever B had dus maatregelen moeten treffen op zijn terrein teneinde ongevallen te voorkomen. Nu de werkgever B dat niet heeft gedaan is hij aansprakelijk. Ook werkgever A is als formele werkgever aansprakelijk voor de schade. De zaak wordt aangehouden ter begroting van de schade. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-298
Ontslag op staande voet. Art. 7:677 en 7:678 BW
De werknemer heeft gedurende zijn werkzaamheden tezamen met twee andere werknemers spullen gestolen uit de tas van een klant. Toen de werkgever hier achter kwam heeft hij de werknemer direct op staande voet ontslagen. De werknemer stelt dat geen sprake is van een terecht ontslag op staande voet, omdat hij een opdracht van een leidinggevende zou hebben gehad. De werknemer vordert wedertewerkstelling en loondoorbetaling. De kantonrechter oordeelt dat niet is gebleken dat de werknemer handelde in opdracht van een leidinggevende. Daarnaast heeft de werknemer de verantwoordelijkheid voor zijn eigen handelen. Het ontslag op staande voet is derhalve terecht gegeven. Volgt afwijzing van de vordering van de werknemer. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-284
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werknemer heeft gedurende zijn werkzaamheden tezamen met twee andere werknemers spullen gestolen uit de tas van een klant. Toen de werkgever hier achter kwam heeft hij de werknemer direct op staande voet ontslagen. Thans verzoekt de werkgever voorwaardelijke ontbinding. De kantonrechter oordeelt dat vanwege het gebrek aan betrouwbaarheid en integriteit geen sprake is van een basis voor verdere samenwerking tussen werkgever en werknemer. De oorzaak voor deze vertrouwensbreuk ligt volledig bij de werknemer. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-275
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werknemer heeft gedurende zijn werkzaamheden tezamen met twee andere werknemers spullen gestolen uit de tas van een klant. Toen de werkgever hier achter kwam heeft hij de werknemer direct op staande voet ontslagen. Thans verzoekt de werkgever voorwaardelijke ontbinding. De kantonrechter oordeelt dat vanwege het gebrek aan betrouwbaarheid en integriteit geen sprake is van een basis voor verdere samenwerking tussen werkgever en werknemer. De oorzaak voor deze vertrouwensbreuk ligt volledig bij de werknemer. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-273
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werknemer heeft gedurende zijn werkzaamheden tezamen met twee andere werknemers spullen gestolen uit de tas van een klant. Toen de werkgever hier achter kwam heeft hij de werknemer direct op staande voet ontslagen. Thans verzoekt de werkgever voorwaardelijke ontbinding. De kantonrechter oordeelt dat vanwege het gebrek aan betrouwbaarheid en integriteit geen sprake is van een basis voor verdere samenwerking tussen werkgever en werknemer. De oorzaak voor deze vertrouwensbreuk ligt volledig bij de werknemer. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-274
Werkgeversaansprakelijkheid bij beroepsziekte. Art. 7:658 BW
De werknemer ondervindt vanaf 2001 RSI-klachten, welke steeds erger worden. De werknemer stelt vervolgens de werkgever aansprakelijk. In hoger beroep oordeelt het Hof dat de werknemer moet bewijzen dat sprake is van causaal verband tussen de werkzaamheden en de schade. Nu de werknemer met de overgelegde medische rapportages dit verband niet voldoende heeft aangetoond, moet de werknemer een bewijsopdracht worden verstrekt. Na de bewijsopdracht oordeelt het Hof dat de werknemer niet aannemelijk moet maken dat de schade het gevolg is van de werkzaamheden, maar dit daadwerkelijk moet aantonen. Om meer duidelijkheid te krijgen gelast het Hof een comparitie van partijen. Volgt aanhouding van de zaak. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-258
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werkgever beweert dat de werknemer, die als chauffeur werkzaam is, fraude heeft gepleegd door het onjuist registreren van het aantal gewerkte uren en verzoekt daarom ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat uit de discrepantie tussen de tijden van de tachograafschijf en de dagstaten van de werknemer niet zonder meer de conclusie kan worden getrokken dat de werknemer heeft gefraudeerd. De arbeidsovereenkomst wordt echter wel ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsrelatie onder toekenning van een vergoeding van EUR 20.000. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-224
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst; doorbreking appelverbod. Art. 7:685 BW
De werkgever heeft toestemming bij het UWV gevraagd, waarna de werknemer een ontbindingsprocedure start. Zodra de werkgever toestemming heeft gekregen zegt hij direct schadeplichtig op. Na deze opzegging ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst. De werkgever stelt bij het Hof dat de kantonrechter buiten het toepassingsbereik is getreden van art. 7:685 BW, omdat ten tijde van de ontbinding feitelijk geen arbeidsovereenkomst meer bestond. Het Hof oordeelt dat de stelling van de werkgever juist is, omdat de arbeidsovereenkomst reeds door opzegging was geëindigd. De werkgever heeft bovendien geen misbruik van bevoegdheid gemaakt omdat hij schadeplichtig heeft opgezegd. Volgt vernietiging van de beschikking van de kantonrechter. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-215
Uitleg van bonusregeling
De werknemer heeft in zijn arbeidsovereenkomst een bonusregeling, waarbij op het moment van vertrek wordt gekeken naar zijn handelsresultaat. Wanneer dat negatief is, wordt zijn bonus gekort. De werknemer wordt vanaf 18 december 2006 vrijgesteld van werkzaamheden en in januari eindigt de arbeidsovereenkomst. De werkgever meent dat de peildatum voor het vaststellen van de bonus is de dag van feitelijk vertrek, terwijl de werknemer meent de dag van formele beëindiging. In januari wordt het handelsresultaat weer op 0 gezet, hetgeen voor de werknemer gunstiger zou zijn. Het hof oordeelt in navolging van de kantonrechter dat een redelijke uitleg meebrengt dat moet worden gekeken naar de formele datum van beëindiging. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-200
Concurrentiebeding. Art. 7:653 BW
De werkgever en de werknemer zijn bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst een concurrentiebeding en een relatiebeding overeengekomen. Wanneer de werknemer zich sterk kan verbeteren qua positie schendt hij het concurrentiebeding. De werkgever vordert de boetes. Het Hof oordeelt in navolging van de kantonrechter dat de werknemer slechts over die algemene kennis beschikte waarover alle werknemers bij de werkgever beschikten. De werkgever heeft dus onvoldoende belang bij het houden van de werknemer aan het concurrentiebeding. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-199