Archief JWB |
Dossiers |
Arbeidsrecht Agenda
|
Meest gelezen |
|
|
|
Werkgeversaansprakelijkheid voor burn out. Art. 7:658, 7:611 en 7:629 BW
De werknemer is uitgevallen wegens een burn out. Er heeft geen re-integratie plaatsgevonden en de arbeidsovereenkomst met de werknemer is thans beëindigd. De werknemer stelt de werkgever aansprakelijk voor de geleden schade. Het Hof oordeelt dat de werknemer nooit heeft aangegeven dat de werkdruk te hoog was. De werkgever heeft daardoor noch zijn zorgplicht noch de beginselen van het goed werkgeverschap geschonden. Dat geen re-integratie heeft plaatsgevonden lag met name aan de instelling van de werknemer zelf. Volgt afwijzing van de vordering.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-439
Concurrentiebeding bij doorstart na faillissement. Art. 7:653 en 7:663 BW
De curator heeft de arbeidsovereenkomst met de werknemer beëindigd. In deze arbeidsovereenkomst was een concurrentiebeding opgenomen. De werknemer treedt vervolgens bij een concurrent in dienst, terwijl de onderneming waaraan hij verbonden was een doorstart maakt. De doorstarter beroept zich vervolgens op het concurrentiebeding. De kantonrechter oordeelt dat bij een doorstart na faillissement art. 7:663 van toepassing is, maar dat dit niet zo ver gaat dat de doorstarter zich op het concurrentiebeding kan beroepen. Het concurrentiebeding is namelijk met de oude werkgever overeengekomen, dus slechts die oude werkgever kan zich jegens de werknemer op het concurrentiebeding beroepen.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-431
Concurrentiebeding. Art. 7:653 BW
De werknemer is met de werkgever een concurrentiebeding overeengekomen, maar vordert thans vernietiging van het concurrentiebeding, omdat hij bij een concurrent in dienst wil treden. De kantonrechter oordeelt dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is overeengekomen, dat geen sprake is van onbillijke benadeling van de werknemer op grond waarvan het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk moet worden vernietigd, maar dat de werkgever ook geen belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding. Op grond hiervan matigt de kantonrechter het concurrentiebeding in zoverre het de werknemer belemmert bij de nieuwe werkgever in dienst te treden.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-429
Schorsing concurrentiebeding. Art. 7:653 BW
De werkgever en de werknemer zijn in het kader van een beëindigingregeling een concurrentiebeding overeengekomen. De werknemer stelt echter dat het beding veel te verstrekkend is en vordert schorsing van het concurrentiebeding hangende de bodemprocedure over vernietiging van het beding. Het Hof oordeelt dat nu niet is vast te stellen dat er een grote kans bestaat op vernietiging van het concurrentiebeding in de bodemprocedure geen reden bestaat om het concurrentiebeding voorlopig te schorsen.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-426
Werkgeversaansprakelijkheid; schending zorgplicht. Art. 7:658 BW
De werknemer is arbeidsongeschikt geraakt vanwege een hernia na het tillen van een oven in het kader van zijn werkzaamheden voor de werkgever. De werknemer heeft de werkgever hiervoor aansprakelijk gesteld. De werkgever stelt dat hij zijn zorgplicht is nagekomen. Het Hof oordeelt dat de werkgever in strijd met het Arbo-besluit heeft gehandeld door bij het tillen van de oven geen mechanische hulpmiddelen in te zetten. De werkgever heeft hierdoor zijn zorgplicht geschonden, zodat hij aansprakelijk is voor de geleden schade. Volgt aanhouding van de zaak om de schade te begroten.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-423
Overtreding non-concurrentiebeding. Art. 7:653 BW
De werknemer is in strijd met het concurrentiebeding in dienst getreden bij een concurrent van zijn ex-werkgever. De ex-werkgever doet vervolgens een beroep op het concurrentiebeding en vordert de afgesproken boetes. De werknemer stelt dat zijn belang zwaarder weegt dan dat van de werkgever. De kantonrechter oordeelt dat in casu de werkgever wel degelijk een groter belang heeft dan de werknemer bij handhaving van het concurrentiebeding. Volgt toewijzing van de vordering, maar de rechter gaat wel over tot matiging van de boete.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-416
Re-integratieverplichtingen na twee jaar arbeidsongeschiktheid. Art. 7:658a en 7:629 BW
De werknemer is twee jaar arbeidsongeschikt wanneer zij in haar passende werkzaamheden opnieuw uitvalt. In een second opinion bij het UWV is komen vast te staan dat de werknemer de komende 26 weken geen passende arbeid kan verrichten bij de werkgever. De werknemer vordert doorbetaling van het loon, omdat zij zich beschikbaar heeft gehouden voor passende arbeid. De kantonrechter oordeelt dat het aanbod van de werknemer om haar eigen werkzaamheden te verrichten niet reëel is, omdat de werkneemster in second opinion volledig arbeidsongeschikt is bevonden. De werkgever hoefde op dit aanbod niet in te gaan. Het feit dat de werkgever al twee jaar het loon had doorbetaald brengt met zich dat thans geen grondslag bestaat voor doorbetaling van het loon. Volgt afwijzing van de vordering.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-401
Schorsing concurrentiebeding vanwege zwaarder drukken afgewezen. Art. 7:653 BW
De werknemer heeft bij indiensttreding in de functie van Buitendienst Medewerker een concurrentiebeding ondertekend. Thans is de werknemer Product Manager en wil hij graag naar een concurrent overstappen. De werknemer vordert schorsing van het concurrentiebeding op grond van het zwaarder drukken-criterium. De voorzieningenrechter oordeelt dat geen sprake is van een ingrijpende functiewijziging, nu het carrièreverloop voorzienbaar was. Hiermee faalt een beroep op de AVM-arresten. Een belangenafweging naar billijkheid valt ook niet in het voordeel van de werknemer uit, nu de werknemer niet heeft gesteld dat hij bij de nieuwe werkgever meer kan verdienen noch dat andere omstandigheden nopen tot schorsing van het concurrentiebeding. Volgt afwijzing van de vordering.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-409
Werkgeversaansprakelijkheid voor beroepsziekte; causaal verband. Art. 7:658 BW
De werknemer is als schilder werkzaam geweest bij de werkgever en is in het kader van zijn werkzaamheden in grote mate in aanraking gekomen met giftige stoffen. De werknemer is vervolgens aan kanker overleden, maar de erfgenamen van de werknemer stellen thans de werkgever aansprakelijk op grond van art. 7:658 BW. De kantonrechter is echter van oordeel dat het causaal verband tussen de ziekte van de werknemer en de uitgeoefende werkzaamheden bij de werkgever niet is komen vast te staan, omdat de werknemer ook een veelvuldige alcoholconsument was. De vordering van de erfgenamen moet vanwege het gebrek aan causaal verband worden afgewezen.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-408
Uitleg concurrentiebeding. Art. 7:653 BW
De werkgever en de werknemer zijn een concurrentiebeding overeengekomen waarin is opgenomen dat de werknemer niet in dienst mag treden bij een andere onderneming in heiwerk, waaronder begrepen funderingswerkzaamheden en bijbehorende laswerkzaamheden. De werknemer stelt dat hij overal in dienst mag treden, behalve bij een onderneming in heiwerk. De werkgever stelt dat het concurrentiebeding ruimer moet worden uitgelegd, namelijk ook ondernemingen in funderingswerkzaamheden en laswerkzaamheden. De voorzieningenrechter oordeelt met een beroep op de contra proferentem-regel dat onduidelijkheden in de interpretatie van het concurrentiebeding voor rekening van de werkgever komen.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-387
Werkgeversaansprakelijkheid inlener. Art. 7:658 lid 4
De werknemer is door zijn formele werkgever uitgeleend aan X. Bij X krijgt de werknemer een arbeidsongeval wanneer hij in een gat valt. De werknemer loopt ernstig letsel op. De formele werkgever is reeds aansprakelijk gehouden, maar nu stelt de verzekeraar – in naam van de werknemer – ook de inlener aansprakelijk. De kantonrechter oordeelt dat nu de arbeidsinspectie een boete heeft opgelegd de inlener zijn zorgplicht heeft geschonden. Van bewuste roekeloosheid is geen sprake, ondanks dat de werknemer in strijd met de werkinstructies heeft gehandeld. Volgt toewijzing van de vordering.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-396
Werkgeversaansprakelijkheid. Artikelen: Art. 7:658 BW
De werknemer heeft in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade opgelopen en is kort daarna ontslagen. Sindsdien zit de werknemer thuis. Thans stelt de werknemer zijn voormalig werkgever aansprakelijk voor de geleden schade. De werkgever stelt dat de werknemer onvoldoende zijn schade heeft beperkt door niet te solliciteren of anderszins te re-integreren. Het Hof oordeelt dat de werknemer inderdaad in beginsel tekort is geschoten in zijn schadebeperkingsplicht, maar dat het gebrek aan re-integratiepogingen kan zijn veroorzaakt door een dysthyme-stoornis welke zou kunnen zijn terug te voeren op het ongeval. Mocht dit het geval zijn, dan valt het schenden van de schadebeperkingsplicht de werknemer niet aan te rekenen. Volgt aanhouding van de zaak om te onderzoeken in hoeverre de dysthyme-stoornis is te wijten aan het ongeval.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-373
Uitleg reikwijdte concurrentiebeding. Art. 7:653 BW
De werknemer is in dienst als inkoper bij de werkgever en heeft met deze werkgever een concurrentiebeding gesloten. De werkgever is gericht op werkzaamheden in de groothandel. In het concurrentiebeding staat dat de werknemer niet bij een bedrijf te gaan werken concurrerend aan dat van de werkgever. De werknemer wil vervolgens in dienst treden bij een bedrijf dat zich met name richt op de detailhandel. De vraag is of hiermee schending van het concurrentiebeding plaatsvindt. De kantonrechter oordeelt dat het verschil tussen het bedienen van de groothandel en het bedienen van de detailhandel zo wezenlijk is dat het in dienst treden bij de nieuwe werkgever geen schending van het concurrentiebeding meebrengt. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-366
Aansprakelijkheid inlener voor arbeidsongeval op grond van onrechtmatige daad wegens schending verzekeringsplicht (Vonk/Van der Hoeven (II)). Art. 6:162 BW en 7:611 BW
Casus: Dit arrest is het vervolg op het arrest Vonk/Van der Hoeven (HR 12 januari 2001, NJ 2001, 253). Ditmaal wordt door de werknemer de inlener aansprakelijk gesteld op grond van art. 6:162 BW. Het Hof had aansprakelijkheid aangenomen, omdat de inlener zowel zijn zorgplicht had geschonden als had verzuimd een behoorlijke verzekering af te sluiten.
Rechtsvraag: De inlener stelt in cassatie dat de aansprakelijkheid wegens het verzuimen een behoorlijke verzekering af te sluiten niet op art. 6:162 kan worden gebaseerd, omdat de norm van het goed werkgeverschap van art. 7:611 geen equivalent is van de onrechtmatige daad uit art. 6:162 BW.
Beslissing: De Hoge Raad oordeelt echter dat hoewel de norm van het goed werkgeverschap van art. 7:611 niet van toepassing is vanwege het ontbreken van een contractuele relatie tussen de werknemer en de inlener, toch de invulling van de norm – te weten het afsluiten van een behoorlijke verzekering – kan worden toegepast via de weg van art. 6:162 BW. De Hoge Raad verwerpt derhalve het cassatieberoep van de inlener.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-349
Werkgeversaansprakelijkheid. Art. 7:658 en 7:611 BW
De werknemer heeft in de uitoefening van zijn werkzaamheden als psychiater schade opgelopen door geweldpleging van een TBS-patient. De werknemer stelt zijn werkgever aansprakelijk voor de geleden schade op grond van art. 7:611 BW omdat de werkgever heeft verzuimd een behoorlijke verzekering af te sluiten. Het Hof oordeelt dat de verzekeringsplicht ex art. 7:611 BW verder strekt dan alleen bij verkeersongevallen en concludeert dat de Hoge Raad hierover een uitspraak moet doen. De zaak wordt aangehouden om tegen het tussenvonnis in cassatie te gaan.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-350