Archief JWB |
Dossiers |
Arbeidsrecht Agenda
|
Meest gelezen |
|
|
|
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werkneemster heeft een affectieve relatie met haar college. Van deze collega is de arbeidsovereenkomst middels ontbinding geëindigd, hij is in dienst getreden bij een directe concurrent. De werkgever vordert ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werkneemster, wegens gewichtige redenen in de zin van een verandering in de omstandigheden. Werkneemster zou het in haar gestelde vertrouwen ernstig en onherstelbaar hebben geschonden. De kantonrechter oordeelt dat het aannemelijk is dat concurrentiegevoelige informatie bij de concurrent terecht komt en dat de arbeidsovereenkomst derhalve ontbonden dient te worden. Wel heeft de werkgever verwijtbaar jegens werkneemster gehandeld door haar te intimideren en op non-actief te stellen. Volgt ontbinding onder toekenning van een vergoeding van € 60.000,-. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-305
Kostenveroordeling bij intrekking hoger beroep. Art. 8:75a Awb en 21 Beroepswet
De werknemer heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV met betrekking tot zijn WAO-uitkering. Tijdens het hoger beroep heeft het UWV een nieuw besluit op bezwaar genomen, waarna de werknemer het hoger beroep intrekt. De werknemer heeft de CRvB verzocht het UWV in de proceskosten te veroordelen. Nu het UWV heeft ingestemd met de veroordeling in de proceskosten, wijst de CRvB de veroordeling in de proceskosten toe. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-232
WAO-zaak; terugvordering wegens arbeidsinkomsten. Art. 7:685 BW
Het beroep in deze zaak richt zich tegen het besluit ter uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Waarbij het UWV de besluiten handhaaft om over de drie kwartalen van 2004 de arbeidsinkomsten van appellant op zijn WAO-uitkering in mindering te brengen en onverschuldigd betaalde WAO-uitkering terug te vorderen. Met de Rechtbank is de Raad van oordeel dat het Uwv heeft aangetoond dat appellant de laatste drie kwartalen van 2004 werkte als medewerker van een reisbureau. De schatting van de arbeidsinkomsten door het Uwv is aanvaardbaar. Het betoog van appellant dat hij geen arbeidsinkomsten kon genieten in de tijd dat hij in Egypte verbleef is niet afdoende, omdat tijdens een dienstverband aanspraak op betaald verlof wordt opgebouwd. Appellant liet na om sluitend bewijs bij te brengen van zijn verblijf in Egypte, nu identiteitsgegevens bij de door hem overgelegde afschriften van paspoortpagina’s ontbreken. De bestreden uitspraak wordt bevestigd. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2009-469
Terugvordering bijstandsuitkering. Art. 4:6 Awb; 58 WWB
De appellant heeft teveel aan bijstanduitkering ontvangen, waarna de gemeente een deel daarvan terugvordert. Het door de appellant ingestelde bezwaar is verworpen en ook het ingestelde beroep bij de rechtbank is ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden en dat het beroep van de appellant terecht door de rechtbank is verworpen. De kennelijke onjuistheid speelt geen beslissende rol bij het bepalen of het bestuursorgaan in redelijkheid gebruik mocht maken van zijn bevoegdheid. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2009-341