Archief JWB

Dossiers

Arbeidsrecht Agenda

Kort nieuws

Meest gelezen

print pagina
verklein lettertype vergroot lettertype
Vrijdag 14 mei 2010 - B7-10 934

Gerechtshof Arnhem 27 april 2010, BM2034

Discriminatie wegens onderscheid in geslacht bij bonusregeling in combinatie met zwangerschaps- en bevallingsverlof. Art. 7:628 lid 3 en 7:646 BW 
   
Bij de werkgever is een bonusregeling actief. Wanneer de werkneemster uitvalt wegens zwangerschapsgerelateerde klachten en vervolgens niet de bonusregeling doorbetaald krijgt, beroept zij zich op het verbod op discriminatie van art. 7:646 BW. Het hof oordeelt dat van verboden onderscheid tussen mannen en vrouwen geen sprake is, nu het criterium dat de werkgever aanlegt voor het niet toepassen van de bonusregeling is ‘inactiviteit’. Een zieke mannelijke werknemer wordt daardoor op dezelfde manier behandeld als de werkneemster. Hierdoor ontstaat geen schending van art. 7:646 BW.  Lees hier de uitspraak.
   
JWB Rechtspraak 2010-261



Woensdag 05 mei 2010 - B7-10 917

Rechtbank Amsterdam 3 maart 2010, BM2253

Ongelijke behandeling door extra voorzieningen voor een beperkte groep werknemers. Art. 7:611 BW 
   
De werkneemster heeft in 2008 gebruikt gemaakt van de overbruggingskredietregeling van de werkgever. De werkgever heeft vervolgens met andere werknemer financieel gunstigere afspraken gemaakt. De werkneemster stelt nu dat zij niet is geïnformeerd over andere mogelijkheden en dat daarom sprake is van ongelijke behandeling en daarmee schending van het goed werkgeverschap. De kantonrechter oordeelt dat inderdaad sprake is van ongelijke behandeling door de werkgever, maar dat geen sprake is van gelijke gevallen, omdat de werkgever de informatie over andere regelingen niet uit zichzelf had hoeven verstrekken. Er is daarmee geen sprake van schending van het goed werkgeverschap. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-252 



Dinsdag 16 maart 2010 - B7-10 816

Rechtbank Amsterdam 9 oktober 2009, BL5283

Geen leeftijdsdiscriminatie bij eindigen ziektekostenregeling gepensioneerden. Art. 3 en 8 WGBL 
   
De werkgever kende een aantal regelingen waarbij zij voor haar gepensioneerden een deel van de ziektekosten betaalde. Per 2006 worden deze regelingen afgeschaft met toepassing van een afkoopregeling. Deze afkoopregeling pakt verschillend uit voor groepen gepensioneerden. De vraag is of de afkoopregeling in strijd is met de WGBL. De kantonrechter oordeelt dat inderdaad leeftijdsonderscheid wordt gemaakt conform art. 3 en 8 WGBL, maar dat in casu een objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat, namelijk het onverplicht compenseren van mensen die niet langer voor een bijdrage van de werkgever in aanmerking komen. Bovendien is het middel passend en noodzakelijk. Hierdoor is het leeftijdsonderscheid niet ongeoorloofd. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-155



Donderdag 25 februari 2010 - B7-10 793

Rechtbank Haarlem 3 februari 2010, BL3536

Geen ongelijkheid in beloning vanwege persoonlijke capaciteiten. Art. 7:611 BW 
   
Een docent van de Nationale Luchtvaartschool vordert een verklaring voor recht dat sprake is van rechtsongelijkheid en dat hij met terugwerkende kracht gedurende vijf jaar wordt beloond als zijn collega’s. Hij legt aan zijn vordering ten grondslag dat zijn collega voor het zelfde werk een 13% hoger uurloon ontving dan hij en dat er voor deze ongelijkheid in beloning geen objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat. De vraag is; geeft gelijke arbeid altijd recht op gelijke beloning? De kantonrechter is van oordeel dat het onderscheid in beloning tussen de docent en zijn collega naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is en dat de school niet heeft gehandeld in strijd met de eisen van goed werkgeverschap door met de collega een ander hoger salaris overeen te komen dan het aan eiser betaalde salaris. Persoonlijke (arbeids-)capaciteiten en persoonlijke omstandigheden kunnen rechtvaardigen dat een werkgever al bij het begin van een arbeidsverhouding een ander – hoger – salaris betaalt aan die werknemer dan aan een collega die dezelfde of vergelijkbare arbeid verricht. De vordering wordt afgewezen. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-119



Donderdag 21 januari 2010 - B7-10 706

Rechtbank Den Bosch 24 december 2009, BK8244

Gelijke behandeling bij wijziging beloningssysteem; goed werkgeverschap. Art. 7:611 BW 
   
De werkgever heeft besloten het beloningssysteem aan te passen waardoor de werknemers door goed te presteren een extra beloningscomponent kunnen verdienen. De werkneemster is nadat zij van functie is gewijzigd onder het nieuwe beloningssysteem komen te vallen. De werkneemster meent dat sprake is van ongelijke behandeling, nu haar collega meer verdient voor hetzelfde werk. De werkgever stelt dat geen sprake is van ongeoorloofd onderscheid, omdat de collega waarmee vergeleken wordt ouder is en verder dezelfde maatstaven worden aangelegd. De kantonrechter oordeelt dat onderscheid in het beloningssysteem niet per definitie ongeoorloofd is. De werkneemster liep qua salaris niet uit de pas met collega’s, dus de vordering van de werkneemster wordt afgewezen. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-26



Woensdag 21 oktober 2009 - B7-10 522

Gerechtshof ’s Hertogenbosch 29 september 2009, BJ9736

Gelijke behandeling in pensioenreglement. Art. 7 WGBL 
   
Het pensioenreglement van het ABP is zodanig gewijzigd dat 56-minners de rekening betalen voor een riante overgangsregeling voor 56-plussers. De vereniging Alternatief voor vakbond (AVV) stelt dat sprake is van ongeoorloofd onderscheid naar leeftijd en daarmee strijd met de WGBL. Het hof oordeelt dat het onderscheid dat door het ABP wordt gemaakt is ingegeven door de verwachting die naar 56-plussers is gewekt dat zij met hun 65e kunnen stoppen met werken. Met de overgangsregeling zijn ook de 56-minners gebaat, omdat zij een hogere opbouw genieten dan voorheen. Er is dus sprake van een noodzakelijke en passende regeling met een legitiem doel. Hiermee wordt geen strijd met de WGBL bewerkstelligd. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2009-458



Donderdag 27 augustus 2009 - B7-10 434

Gerechtshof ’s-Gravenhage 4 augustus 2009, BJ4895

Leeftijdsdiscriminatie in pensioenregeling, leeftijdsonderscheid niet objectief gerechtvaardigd. Artikel 7 Wet Gelijke Behandeling op grond van leeftijd bij Arbeid, artikel 13 WGBLA 
   
Partijen verschillen onder meer van mening of de werkgever geoorloofd, zijnde objectief gerechtvaardigd, onderscheid naar leeftijd maakt bij een in de CAO voorziene ingangsdatum van het verplichte pensioenontslag. De werknemer heeft de werkgever verzocht zijn arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Dit verzoek heeft de werkgever afgewezen. Het Hof overweegt dat op nationaal niveau het huidige arbeidsmarktbeleid in groeiende mate wordt gekenmerkt door bevordering van langer doorwerken door werknemers. Het in casu door de werkgever gevoerde beleid past volgens het Hof niet in dit kader. Het creëren van de mogelijkheid van een verplicht pensioenontslag voor een beperkte groep medewerkers op een leeftijd die lager ligt dan de 65-jarige, zoals die voor de overige werknemers van toepassing is, kan niet objectief worden gerechtvaardigd met een beroep op in Nederland gevoerd nationaal arbeidsmarktbeleid en/of disproportionele overgangsmaatregelen. Ook doet zich niet voor een situatie die op één lijn gesteld kan worden met het loopbaanbeleid voor bijvoorbeeld piloten, omdat daar sprake was van een voor alle piloten gelijkelijk geldende uittreedleeftijd. In dit licht kan het gemaakte leeftijdsonderscheid niet objectief worden gerechtvaardigd. Het behoud van zijn baan met alle financiële en sociale consequenties van dien is voor de werknemer (veel) te zwaarwegend. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2009-366



Maandag 03 augustus 2009 - B7-10 373

Rechtbank Amsterdam 21 juli 2009, BJ3925

Gelijkheidsbeginsel bij invoering nieuw beloningsstelsel 
   
De werkgever heet besloten een nieuw beloningssysteem in te voeren dat voor een aantal werknemers nadelig uitpakt. Voor een deel van die werknemers wordt dat nadeel door een overgangsregeling weggenomen. De werknemer vordert dat ook hij in aanmerking komt voor die overgangsregeling. De werkgever stelt dat het Overgangsprotocol juist is toegepast, nu de werknemer als tweede officier niet dezelfde functie heeft als de eerste officieren die volledig gecompenseerd worden. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever gelijk heeft. De werknemer heeft een andere functie en valt daarmee niet onder de overgangsregeling. Er is geen schending van het gelijkheidsbeginsel en ook is de hardheidsclausule niet van toepassing. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2009-320



Vrijdag 17 juli 2009 - B7-10 336

HR 10 juli 2009, BI4209

Procesrecht; seksuele intimidatie. Art. 7:646 lid 8 BW 
   
Tijdens een kerstborrel van de Leprastichting heeft verweerder, directeur van die stichting, bij het binnentreden van de slechts met kaarslicht verlichte recreatiezaal werknemer (eiser) in de billen geknepen en het woord "darkroom" gebruikt. Op verzoek van werknemer heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen de Leprastichting en werknemer ontbonden met toekenning van een ontbindingsvergoeding. Werknemer heeft de Leprastichting en diens directeur gedagvaard en gevorderd hen hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de door werknemer als gevolg van de vroegtijdige beëindiging van zijn dienstverband geleden materiële en immateriële schade. De kantonrechter wees de vordering af en het hof bekrachtigde het vonnis waarvan beroep.

Rechtsvraag: Is voor de toepassing van art. 7:646 lid 8 bepalend hoe de aandacht is ervaren door werknemer zelf? Maakte het hof zich schuldig aan verboden aanvulling van de feiten en/of verweermiddelen en is het buiten de rechtsstrijd getreden?



Woensdag 20 mei 2009 - B7-10 260

Rechtbank ’s Gravenhage 13 mei 2009, BI3727

Herbeoordeling van WAO-gerechtigden is niet in strijd met discriminatie-regels. Art. 1 EP; 12 ESH 
   
Twee belangenverenigingen (LVA en CORV) van arbeidsongeschikten stellen een collectieve vordering in tegen het UWV en de Staat met als grondslag dat de herkeuring van WAO-gerechtigden vanaf 1 januari 2004 volgens het nieuwe Schattingsbesluit in strijd zou zijn met art. 1 EP en art. 12 ESH. Het hof oordeelt dat CORV niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege het feit dat niet is voldaan aan art. 3:305a BW. De vordering van LVA moet worden afgewezen, omdat geen sprake is van schending van art. 1 EP en 12 ESH, omdat art. 12 ESH zich er niet tegen verzet dat de uitkering wordt aangepast. Er is bovendien geen sprake van discriminatie naar leeftijd of geslacht. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2009-195



Dinsdag 19 mei 2009 - B7-10 255

Hof ’s Gravenhage 28 april 2009, BI3564

Ongelijke beloning. Art. 7:611 BW 
   
De werkneemster is werkzaam als zelfstandige op een basisschool. Zij ontvangt – in tegenstelling tot werknemers in loondienst – van de werkgever geen tegemoetkoming in haar ziektekosten. De werknemer vordert deze tegemoetkoming alsnog met een beroep op het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank heeft haar vordering in eerste aanleg afgewezen. Het hof oordeelt dat de vordering van de werkneemster moet worden beoordeeld aan de hand van het criterium van het goed werkgeverschap (zie ook Agf/Schoolderman). Het hof komt tot de conclusie dat de werkneemster, ook indien zij de tegemoetkoming wel had gekregen, per saldo hetzelfde bedrag van de werkgever had ontvangen en er dus geen sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel. De vordering van de werkneemster wordt afgewezen. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2009-191



RSS Feed