Archief JWB |
Dossiers |
Arbeidsrecht Agenda
|
Meest gelezen |
|
|
|
Ontslagbescherming van toepassing op buitenlandse werknemer. Art. 6 BBA
De werknemer heeft de Amerikaanse nationaliteit, maar is werkzaam in Nederland op grond van een Nederlandse arbeidsovereenkomst. De werkgever heeft de werknemer ontslagen zonder toestemming van het UWV ex art. 6 BBA, maar stelt dat het BBA niet van toepassing is, omdat de werknemer zou terugkeren naar de Verenigde Staten en daardoor buiten de reikwijdte van het BBA valt. Het Hof oordeelt in navolging van de kantonrechter dat het BBA met name is bedoeld de werknemer te beschermen tegen ongerechtvaardigd ontslag. Het feit dat de werknemer zou terugkeren naar de Verenigde Staten doet aan dit doel van het BBA niet af. Het BBA is dus gewoon van toepassing.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-424
Mondeling behandeling ontbindingsverzoek op dezelfde dag als toestemming UWV. Art. 7:685 BW
De werkgever heeft een ontslagvergunning gevraagd aan het UWV-Werkbedrijf als de werknemer vervolgens een ontbindingsverzoek indient. De behandeling van het verzoek vindt op dezelfde dag plaats als het afgeven van toestemming door het UWV. De vraag in hoger beroep is of de kantonrechter buiten het toepassingsbereik is getreden van art. 7:685 BW door te ontbinden tegen een latere datum dan waartegen de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Het Hof oordeelt dat de ontbindingsbeschikking geldig is, ook voor wat betreft de vergoeding, nu de arbeidsovereenkomst nog bestond op het moment dat de ontbindingsbeschikking werd afgegeven. Hierdoor is de kantonrechter niet buiten het toepassingsbereik van art. 7:685 BW getreden.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-374
Instemmingsrecht ondernemingsraad bij individuele benoeming politiechef. Art. 27 WOR
De leiding van het politiekorps Amsterdam-Amstelland heeft zonder instemming van de ondernemingsraad een nieuwe politiechef aangesteld. De ondernemingsraad meent dat het besluit tot aanstelling van een nieuwe politiechef een wijziging is van de regeling op het gebied van het aanstellingsbeleid van het politiekorps en daarmee instemmingsplichtig op grond van art. 27 WOR. Het Gerechtshof te Amsterdam oordeelt in navolging van de kantonrechter dat in casu geen sprake is van wijziging van het aanstellingsbeleid, maar dat slechts een individueel besluit is genomen. Dit individuele besluit tot aanstelling van een politiechef valt niet onder de reikwijdte van art. 27 WOR, waardoor het hoger beroep moet worden afgewezen. Lees hier verder.
JWB Rechtspraak 2010-364
Werknemersaansprakelijkheid voor aanneming steekpenningen in casino. Art. 7:661 en 7:611 BW
De werknemer heeft als medewerker van Holland Casino steekpenningen aangenomen van X, die al strafrechtelijk veroordeeld is wegens corruptie. (Leveranciers van) de werkgever zijn aanzienlijk benadeeld door de handelswijze van de werknemer en X. De werkgever stelt de werknemer aansprakelijk voor de geleden schade. Het Hof oordeelt dat de werknemer zichzelf heeft verrijkt ten koste van de werkgever. Hij heeft hierdoor in strijd gehandeld met het goed werknemerschap, waardoor hij is gehouden de schade te vergoeden. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-343
Staking vervoersbedrijven vanwege AOW-leeftijd. Art. 6 lid 4 en G ESH
De vervoersbedrijven GVB, RET en HTM hadden in kort geding gevorderd dat de staking in het openbaar vervoer vanwege de verhoging van de AOW-leeftijd moest worden verboden. De voorzieningenrechter heeft het verbod uitgesproken, waarna de bonden in hoger beroep zijn gegaan. Het Hof oordeelt dat de verhoging van de AOW-leeftijd op zichzelf geen onderhandelingspunt is tussen vakbonden en werkgevers, maar dat de verhoging wel invloed kan hebben op andere aspecten, zoals de pensioenregelingen, die wel een punt van collectieve onderhandeling betreffen. De staking is bovendien niet disproportioneel en mag dus doorgaan. Het vonnis van de voorzieningenrechter wordt vernietigd. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-270
Conversie arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Art. 7:667 en 7:668a BW
De werkgever heeft met de werknemer een voorovereenkomst gesloten voor de duur van 12 maanden, maar vervolgens twaalf keer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd laten ondertekenen. De werknemer werd fulltime ingeroosterd. Na twaalf maanden wordt de overeenkomst niet verlengd en beroept de werknemer zich op conversie ex art. 7:668a BW. Het Hof oordeelt in navolging van de kantonrechter dat de voorovereenkomst slechts een schijnconstructie was, en dat vanwege de twaalf contracten voor bepaalde tijd de werknemer werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-269
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst; doorbreking appelverbod. Art. 7:685 BW
De werkgever heeft toestemming bij het UWV gevraagd, waarna de werknemer een ontbindingsprocedure start. Zodra de werkgever toestemming heeft gekregen zegt hij direct schadeplichtig op. Na deze opzegging ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst. De werkgever stelt bij het Hof dat de kantonrechter buiten het toepassingsbereik is getreden van art. 7:685 BW, omdat ten tijde van de ontbinding feitelijk geen arbeidsovereenkomst meer bestond. Het Hof oordeelt dat de stelling van de werkgever juist is, omdat de arbeidsovereenkomst reeds door opzegging was geëindigd. De werkgever heeft bovendien geen misbruik van bevoegdheid gemaakt omdat hij schadeplichtig heeft opgezegd. Volgt vernietiging van de beschikking van de kantonrechter. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-215
Uitleg van bonusregeling
De werknemer heeft in zijn arbeidsovereenkomst een bonusregeling, waarbij op het moment van vertrek wordt gekeken naar zijn handelsresultaat. Wanneer dat negatief is, wordt zijn bonus gekort. De werknemer wordt vanaf 18 december 2006 vrijgesteld van werkzaamheden en in januari eindigt de arbeidsovereenkomst. De werkgever meent dat de peildatum voor het vaststellen van de bonus is de dag van feitelijk vertrek, terwijl de werknemer meent de dag van formele beëindiging. In januari wordt het handelsresultaat weer op 0 gezet, hetgeen voor de werknemer gunstiger zou zijn. Het hof oordeelt in navolging van de kantonrechter dat een redelijke uitleg meebrengt dat moet worden gekeken naar de formele datum van beëindiging. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-200
Concurrentiebeding. Art. 7:653 BW
De werkgever en de werknemer zijn bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst een concurrentiebeding en een relatiebeding overeengekomen. Wanneer de werknemer zich sterk kan verbeteren qua positie schendt hij het concurrentiebeding. De werkgever vordert de boetes. Het Hof oordeelt in navolging van de kantonrechter dat de werknemer slechts over die algemene kennis beschikte waarover alle werknemers bij de werkgever beschikten. De werkgever heeft dus onvoldoende belang bij het houden van de werknemer aan het concurrentiebeding. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-199
Ontslag op staande voet. Art. 7:677 en 7:678 BW
De werknemer heeft zonder directe aanleiding een restant koffie in de nek van een collega gegooid. Toen deze collega hiervan iets zei, heeft de werknemer zijn collega geslagen. De werkgever ontslaat de werknemer vervolgens op staande voet vanwege het gebruik van herhaaldelijk lichamelijk geweld. De werknemer vecht het ontslag op staande voet aan. Het Hof oordeelt dat weliswaar is komen vast te staan dat de werknemer zijn collega heeft geslagen, maar niet dat hij dit herhaaldelijk heeft gedaan. Hierdoor is de door de werkgever gestelde dringende reden onvoldoende komen vast te staan en wordt het ontslag op staande voet vernietigd. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-201
Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW
De werknemer, 41 jaar en zes jaar in dienst, wordt ontslagen vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid zonder uitzicht op herstel. De werknemer meent zelf dat hij wordt ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen en wil een vergoeding conform het sociaal plan. Daarnaast doet de werknemer een beroep op het gevolgencriterium. Het Hof oordeelt dat is gebleken dat voor de werknemer geen passende arbeid voorhanden was bij de werkgever en dat een gerechtvaardigde reden is voor opzegging. Het enkele feit dat na een zesjarig dienstverband wordt opgezegd maakt het ontslag niet kennelijk onredelijk. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-202
Pensioen
Deze zaak vormt een vervolg op het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2001, LJN: AB0806, NJ 2001, 292. Toen appellants pensioenaanspraak per 1 april 2005 was ingegaan, zijn partijen op 29 september 2005 ten overstaan van de voorzieningenrechter onder meer overeengekomen dat SPMS hem een pensioenvoorschot betaalt van EUR 2.500,00 bruto per maand. Voor het geschil over de pensioenbijdragen met ingang van 1990 hebben partijen geen oplossing gevonden. Naar aanleiding van appellants beroep op de hardheidsclausule in het pensioenreglement heeft SPMS zijn besluit meegedeeld. De daartegen gerichte vorderingen van appellant heeft de rechtbank afgewezen. Het hoger beroep faalt. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-179
Pensioen
Deze zaak vormt een vervolg op het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2001, LJN: AB0806, NJ 2001, 292. Toen appellants pensioenaanspraak per 1 april 2005 was ingegaan, zijn partijen op 29 september 2005 ten overstaan van de voorzieningenrechter onder meer overeengekomen dat SPMS hem een pensioenvoorschot betaalt van EUR 2.500,00 bruto per maand. Voor het geschil over de pensioenbijdragen met ingang van 1990 hebben partijen geen oplossing gevonden. Naar aanleiding van appellants beroep op de hardheidsclausule in het pensioenreglement heeft SPMS zijn besluit meegedeeld. De daartegen gerichte vorderingen van appellant heeft de rechtbank afgewezen. Het hoger beroep faalt. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-179
Inschaling conform cao; werknemersaansprakelijkheid. Art. 7:611 en 7:661 BW
De werkgever heeft de werknemer in strijd met de contractuele afspraken niet in de juiste schaal van de CAO ingeschaald. De werkgever stelt dat hij daartoe niet was verplicht. De werknemer heeft daarnaast douanedocumenten kwijtgeraakt, welke kosten de werkgever in mindering heeft gebracht op het loon van de werknemer vanwege aansprakelijkheid ex art. 7:661 dan wel 7:611 BW. Het Hof oordeelt in navolging van de kantonrechter dat de werkgever geen enkele reden had zijn contractuele verplichting inzake de inschaling niet na te komen. Daarnaast valt het kwijtraken van de douanedocumenten – anders dan snelheidsboets – niet onder de werknemersaansprakelijkheid. De grieven van de werkgever falen derhalve allemaal. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-170
Beperking werkstaking bij de politie. Art. G ESH
De politiebonden willen staken bij het onderdeel Bureau OB dat verantwoordelijk is voor de openbare orde en veiligheid bij ambassades en gebouwen van internationale organisaties. De voorzieningenrechter heeft de staking verboden, waartegen de bonden in beroep gaan. Het Hof oordeelt dat het gevaar dat ontstaat door terroristische dreiging voor mensenlevens in of in de buurt van de gebouwen een schadepost is die niet mag worden gerelativeerd. De schadekans is zodanig groot dat de staking terecht is verboden op grond van art. G ESH. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-168