Archief JWB

Dossiers

Arbeidsrecht Agenda

Kort nieuws

Meest gelezen

print pagina
verklein lettertype vergroot lettertype
Donderdag 01 juli 2010 - B7-10 998

Gerechtshof Arnhem 15 juni 2010, BM8041

Werkgever vordert inzage in gegevensdragers van werknemer. Art. 843a Rv 
   
De werknemer heeft de arbeidsovereenkomst met de werkgever opgezegd, waarna de werkgever beslag heeft gelegd op gegevensdragers van de werknemer. Na onderzoek is gebleken dat de gegevensdragers vertrouwelijke informatie van de werkgever bevatten. De werkgever heeft hierop gevorderd om inzage in meer gegevensdragers van de werknemer. De kantonrechter heeft de vordering geweigerd wegens onvoldoende belang. Het Hof daarentegen oordeelt dat de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij het inzien van meer gegevensdragers van de werknemer en wijst de vordering daarom toe.

Lees hier de uitspraak.
 

JWB Rechtspraak 2010-323



Woensdag 16 juni 2010 - B7-10 982

Hof Arnhem 1 juni 2010, BM6191

Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW 
    
De arbeidsovereenkomst met de werknemer is wegens bedrijfseconomische omstandigheden opgezegd. Voor de opzegging hebben werkgever en werknemer echter gesproken over een beëindigingsovereenkomst, die door de werknemer is geweigerd. De werknemer vordert thans een schadevergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag. In navolging van de kantonrechter wijst het hof de vordering af, omdat het enkele feit dat de werknemer 25 jaar goed heeft gefunctioneerd niet meebrengt dat het ontslag kennelijk onredelijk is. Wel wordt de vergoeding uit de eerder aangeboden beëindigingsovereenkomst toegewezen, omdat deze nooit door de werkgever is ingetrokken en derhalve nog bestaat.
Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-314



Dinsdag 15 juni 2010 - B7-10 981

Hof Arnhem 1 juni 2010, BM5554

Stilzwijgende wijziging passende arbeid in bedongen arbeid. Art. 7:611, 7:629 en 7:658a BW 
   
De werknemer is in 1976 bij de werkgever in dienst getreden. In 1986 heeft de werknemer een hartinfarct gekregen en is sindsdien passende arbeid gaan verrichten. In 2006 valt de werknemer opnieuw uit in deze passende arbeid. De werknemer stelt zich op het standpunt dat stilzwijgend de passende arbeid is verworden tot de bedongen arbeid en dat hij opnieuw recht heeft op 104 weken loondoorbetaling. Het Hof oordeelt dat de werknemer ruim 20 jaar de passende arbeid heeft verricht zonder dat de werkgever verder het re-integratietraject heeft doorlopen. Zowel de werkgever als de werknemer hadden vrede met de nieuwe werkzaamheden van de werknemer, waardoor stilzwijgend deze arbeid de nieuw bedongen arbeid is geworden. De vordering van de werknemer tot loondoorbetaling wordt toegewezen. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-313



Woensdag 02 juni 2010 - B7-10 958

Gerechtshof Arnhem 27 april 2010, BM3526

Werknemersaansprakelijkheid. Art. 7:661 en 6:162 BW 
   
De werkgever beticht de werkneemster ervan dat zij frauduleuze handelingen heeft verricht en vordert een schadevergoeding op grond van art. 7:661 BW. In eerste aanleg heeft de kantonrechter de werkgever in het gelijkgesteld en een schadevergoeding van 1,1 miljoen euro toegekend. De werkneemster ontkent de fraude en vordert in hoger beroep vernietiging van het vonnis van de kantonrechter. Het Hof oordeelt dat is vast komen te staan dat de werkneemster heeft gefraudeerd, maar matigt de schadevergoeding met 35%, omdat de werkgever te weinig controle heeft uitgeoefend op de werknemer en daardoor deels zelf schuldig is. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-291



Dinsdag 18 mei 2010 - B7-10 939

Gerechtshof Arnhem 5 januari 2010, BM2462

Werkgeversaansprakelijkheid voor OPS na overgang van onderneming. Art. 7:658 en 7:611 BW 
   
De weknemer heeft OPS gekregen vanwege zijn werkzaamheden bij de rechtsvoorganger van zijn huidige werkgever. De werknemer spreekt hierop die rechtsvoorganger aan. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen, omdat de werknemer zijn huidige werkgever had moeten aanspreken. De vordering is vanwege de overgang van onderneming namelijk mee overgegaan naar de nieuwe werkgever. De werknemer voert in hoger beroep aan dat hij te goeder trouw was bij het aanspreken van de rechtsvoorganger van de werkgever en dat daarom de vordering moet worden toegewezen. Het Hof oordeelt dat noch de goeder trouw noch de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat de vordering van de werknemer moet worden toegewezen. Door de overgang van onderneming ligt de aansprakelijkheid thans bij de werkgever en niet bij diens rechtsvoorganger.  Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-271



Vrijdag 14 mei 2010 - B7-10 934

Gerechtshof Arnhem 27 april 2010, BM2034

Discriminatie wegens onderscheid in geslacht bij bonusregeling in combinatie met zwangerschaps- en bevallingsverlof. Art. 7:628 lid 3 en 7:646 BW 
   
Bij de werkgever is een bonusregeling actief. Wanneer de werkneemster uitvalt wegens zwangerschapsgerelateerde klachten en vervolgens niet de bonusregeling doorbetaald krijgt, beroept zij zich op het verbod op discriminatie van art. 7:646 BW. Het hof oordeelt dat van verboden onderscheid tussen mannen en vrouwen geen sprake is, nu het criterium dat de werkgever aanlegt voor het niet toepassen van de bonusregeling is ‘inactiviteit’. Een zieke mannelijke werknemer wordt daardoor op dezelfde manier behandeld als de werkneemster. Hierdoor ontstaat geen schending van art. 7:646 BW.  Lees hier de uitspraak.
   
JWB Rechtspraak 2010-261



Vrijdag 14 mei 2010 - B7-10 933

Gerechtshof Arnhem 27 april 2010, BM2426

Aansprakelijkheid werknemer voor schade werkgever. Art. 7:661 en 6:162 BW 
   
De werknemer is werkzaam als financieel controller. Bij een externe control blijkt dat geld wordt vermist, waarvan wordt vermoed dat de werknemer dit naar een eigen rekening heeft overgebracht. De werkgever wil vervolgens de schade op de werknemer verhalen. De werknemer verweert zich dat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, zodat hij niet aansprakelijk kan worden gehouden. Het Hof oordeelt dat de werknemer wel degelijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, vanwege de aard van de functie. Vanwege het gebrek aan controle wordt de omvang van de schade verminderd met 35%.  Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-260



Dinsdag 04 mei 2010 - B7-10 913

Gerechtshof Arnhem 5 januari 2010, BM2005

Stilzwijgende verlenging arbeidsovereenkomst. Art. 7:668 en 7:668a BW 
   
In de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd staat opgenomen dat wanneer aan een aantal voorwaarden is voldaan, wordt overgegaan tot omzetting in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De werknemer stelt nu dat de arbeidsovereenkomst door verloop van tijd stilzwijgend is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op grond van art. 7:668 BW. Het Hof oordeelt dat art. 7:668 slechts ziet op verlenging van de arbeidsovereenkomst onder dezelfde voorwaarden. Conversie kan slechts plaatsvinden op grond van de ketenregeling van art. 7:668a BW. Hieraan is echter niet voldaan. Lees hier de uitspraak.  

JWB Rechtspraak 2010-249 



Donderdag 08 april 2010 - B7-10 872

Gerechtshof Arnhem 15 december 2009, BL9028

Wederindiensttredingsvoorwaarde. Art. 4:5 Ontslagbesluit 
   
De werknemer is ontslagen onder een wederindiensttredingsvoorwaarde. De werkgever heeft vervolgens een zelfstandige handelsagent de functie van de werknemer laten uitvoeren. De werknemer vordert wederindiensttreding wegens het schenden van de voorwaarde door de werkgever. De kantonrechter heeft de vordering van de werknemer toegewezen. Het Hof vernietigt echter het oordeel van de kantonrechter, omdat de uitelg van art. 4:5 Ontslagbesluit meebrengt dat het slechts ziet op het in dienst nemen van een ander voor dezelfde functie. Nu de werkgever niemand in dienst heeft genomen, maar met een zelfstandige werkt is de voorwaarde niet vervuld en moet de vordering van de werknemer worden afgewezen. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-208



Donderdag 08 april 2010 - B7-10 871

Gerechtshof Arnhem 15 december 2009, BL9006

Toepasselijk recht op de arbeidsovereenkomst. Art. 6 EVO 
   
De werknemer is in dienst van een Duitse werkgever maar verricht zijn werkzaamheden in Nederland. Er is geen expliciete rechtskeuze gemaakt. De werkgever stelt dat sprake is van een impliciete rechtskeuze voor Duits recht, de werknemer betwist dit. Het Hof oordeelt in navolging van de kantonrechter dat geen impliciete rechtskeuze valt af te leiden uit de arbeidsovereenkomst. De werkzaamheden hebben een nauwere verbondenheid met Nederland, daarom moet krachtens art. 6 EVO het Nederlands recht op de arbeidsovereenkomst worden toegepast. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-204   



Woensdag 07 april 2010 - B7-10 869

Gerechtshof Arnhem 1 december 2009, BL9037

Werkgeversaansprakelijkheid voor OPS; bewijslastverdeling. Art. 7:658 BW 
   
De werknemer is tijdens zijn dienstverband bij de werkgever blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. Hij heeft OPS gekregen en is overleden. De ervan van de werknemer stellen thans de werkgever aansprakelijk. De werknemer heeft gesteld dat hij aan schadelijke stoffen is blootgesteld en dat vervolgens conform de HR-rechtspraak de bewijslast zou moeten worden omgekeerd. Het Hof oordeelt dat voor omkering van de bewijslast moet worden aangetoond dat de hoeveelheid gevaarlijke stoffen zodanig is, dat daardoor de gezondheidsklachten kunnen zijn veroorzaakt. Dit blijkt echter niet uit de stukken van de werknemer. De bewijslast moet daarom voor de werknemer blijven. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-207



Woensdag 07 april 2010 - B7-10 868

Gerechtshof Arnhem 1 december 2009, BL9137

Naheffing loonbelasting verhalen op werknemer. Art. 27 Wet LB 1964 
   
De werknemer heeft tijdens zijn dienstverband deelgenomen aan verschillende optieregelingen waarover de werkgever geen loonbelasting heeft betaald. De werkgever heeft van de belastingdienst een naheffingsaanslag gehad en wil deze nu verhalen op de werknemer. Het Hof oordeelt dat de werkgever conform art. 27 Wet LB 1964 het voorgeschoten bedrag aan loonbelasting op de werknemer mag verhalen. Het beroep van de werknemer op verjaring faalt, nu de verjaringstermijn nog niet is verstreken. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-206



Woensdag 07 april 2010 - B7-10 867

Gerechtshof Arnhem 1 december 2009, BL9122

Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW 
   
De werknemer is ontslagen zonder toekenning van een vergoeding en doet een beroep op kennelijk onredelijk ontslag. Hij meent dat sprake is van een valse reden, nu de CWI niet onpartijdig zou zijn geweest vanwege overleg met de werkgever. Daarnaast beroept de werknemer zich op het gevolgencriterium. Het Hof oordeelt in navolging van de kantonrechter dat geen sprake is van een valse reden, nu overleg tussen de CWI en de werkgever niet ongebruikelijk is. Daarnaast is het enkele feit van het niet meegeven van een ontslagvergoeding geen reden om het ontslag kennelijk onredelijk te achten. Volgt afwijzing van de vordering van de werknemer. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-205



Woensdag 07 april 2010 - B7-10 866

Gerechtshof Arnhem 1 december 2009, BL9132

Opschorting van loon wegens het niet hebben van een voor de functie vereist rijbewijs. Art. 7:628 BW 
   
De werknemer is als chauffeur in dienst bij de werkgever. Vanaf 2006 heeft hij een verblijfsvergunning, op basis waarvan hij een Nederlands rijbewijs en een chauffeursdiploma moet halen. Wanneer blijkt dat de werknemer niet over de diploma’s beschikt wordt de werknemer op non-actief gesteld en wordt het loon opgeschort. De werknemer vordert thans het loon. Het Hof oordeelt in navolging van de kantonrechter dat nu de werknemer niet over de voor de functie vereiste papieren beschikt, dit in zijn risicosfeer valt. De werkgever is daarom gerechtigd het loon op te schorten tot de werknemer over de vereiste papieren beschikt. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-203 



Donderdag 25 maart 2010 - B7-10 841

Gerechtshof Arnhem 17 november 2009, BL6935

Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW 
   
De werkneemster is 56 jaar oud, 16 jaar in dienst en gedeeltelijk arbeidsongeschikt wanneer haar arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden door de werkgever wordt opgezegd met een vergoeding conform het sociaal plan. De werkneemster vordert thans een schadevergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag. Het Hof oordeelt in navolging van de kantonrechter dat geen sprake is van kennelijk onredelijk ontslag, omdat er geen valse reden is opgegeven door de werkgever. Ook is geen sprake van het gevolgencriterium, nu de werkneemster een vergoeding conform het sociaal plan heeft meegekregen. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-175