Archief JWB |
Dossiers |
Arbeidsrecht Agenda
|
Meest gelezen |
|
|
|
Overgang van onderneming; naleving algemeen verbinden verklaarde CAO. Art. 7:662 BW; art. 2 Wet AVV
De werkgever heeft het bedrijf waar de werknemer werkzaam was overgenomen. Op deze overname is art. 7:662 BW e.v. van toepassing. Bij het overgenomen bedrijf was de algemeen verbindend verklaarde cao van de Metaal en Technische bedrijfstakken van toepassing. De nieuwe werkgever valt echter onder de uitzonderingsbepaling van die CAO. De werknemer vordert thans naleving van de CAO, voor wat betreft het voorzien in een verzekering voor het WAO-hiaat. Het Hof besluit de zaak aan te houden voor een comparitie om een schikking te beproeven.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-422
Werkgeversaansprakelijkheid; schending zorgplicht. Art. 7:658 BW
De werknemer is arbeidsongeschikt geraakt vanwege een hernia na het tillen van een oven in het kader van zijn werkzaamheden voor de werkgever. De werknemer heeft de werkgever hiervoor aansprakelijk gesteld. De werkgever stelt dat hij zijn zorgplicht is nagekomen. Het Hof oordeelt dat de werkgever in strijd met het Arbo-besluit heeft gehandeld door bij het tillen van de oven geen mechanische hulpmiddelen in te zetten. De werkgever heeft hierdoor zijn zorgplicht geschonden, zodat hij aansprakelijk is voor de geleden schade. Volgt aanhouding van de zaak om de schade te begroten.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-423
Overgang van onderneming; premiebetaling voor bedrijfstakfondsen o.g.v. CAO. Art. 2a WAVV
De werknemer is in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van de werkgever. Na een overgang van onderneming is zij bij de werkgever in dienst gekomen. Wanneer de werknemer uitvalt wegens ziekte en uiteindelijk in de WAO terechtkomt, krijgt zij te maken met een WAO-gat waarin de algemeen verbindend verklaarde CAO voorziet. Zij vordert van de werkgever nakoming van de CAO. De werkgever meent dat hij niet aan de CAO is gebonden, omdat deze algemeen verbindend zou zijn verklaard voordat hij het bedrijf waar de werknemer oorspronkelijk werkte overnam. Het Hof besluit de zaak aan te houden voor een comparitie waarin beide partijen zich kunnen uitlaten over de toepasselijkheid van art. 2a WAVV.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-385
Onverschuldigde betaling van premie voor diverse bedrijfstakfondsen. Art. 6:162 BW
De werkgever heeft premies betaald aan het pensioenfonds en GUO voor de verplichte regelingen voor de agrarische bedrijfstak en vordert deze betalingen thans terug wegens onverschuldigde betaling, omdat hij niet onder de reikwijdte van de regelingen zou vallen. Het Hof stelt vast dat de werkgever inderdaad niet onder de regelingen valt en dat het pensioenfonds daarom een deel van de premies moet terugbetalen. De werkgever heeft ook het UWV aangesproken als opvolger van GUO. Het Hof oordeelt echter dat de werkgever onvoldoende heeft aangetoond dat het UWV de rechtsopvolger van de bedrijfsvereniging is, zodat deze vordering moet worden afgewezen.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-384
Kwalificatie arbeidsovereenkomst; matiging loonvordering. Art. 7:610 en 7:680a BW
De werkneemster verricht werkzaamheden voor de werkgever en heeft een affectieve relatie met de directeur. De directeur besluit de overeenkomst op te zeggen, waarna de werkneemster stelt een arbeidsovereenkomst te hebben. De werkgever betwist dit, omdat geen sprake is van het element ‘gezag’ en het element ‘loon’. Mocht wel sprake zijn van een arbeidsovereenkomst dan beroept hij zich op het matigingsrecht van art. 7:680a BW. Het Hof oordeelt dat een privérelatie niet aan een gezagsverhouding in de weg staat. Het feit dat de werkgever in de praktijk van zijn gezag geen gebruik maakte doet hieraan niets af. Voorts wordt aan het element loon geacht te zijn voldaan, nu de werkgever maandelijks loonstrookjes verstrekte. Er is dus sprake van een arbeidovereenkomst. Het beroep op matiging wordt verworpen, omdat geen sprake is van een situatie die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-372
Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW
De werknemer heeft de arbeidsovereenkomst met twee werknemers, die al 15 en 17 jaar in dienst waren, opgezegd nadat een grote klant zich had teruggetrokken. De werkgever heeft bij de opzegging aangeboden zijn contacten aan te boren bij het vinden naar ander werk. De werknemers hebben dit aanbod afgewezen, omdat zij eerst op vakantie wilden. Thans vorderen de werknemers een vergoeding vanwege kennelijk onredelijk ontslag. Het Hof oordeelt dat van de werkgever had mogen verwacht, zeker gezien de lange diensttijd van de werknemers, dat hij na de vakantie opnieuw zijn hulp had aangeboden bij het zoeken naar ander werk. Nu hij dit heeft nagelaten is een billijke vergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag op zijn plaats.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-375
Werkgeversaansprakelijkheid. Artikelen: Art. 7:658 BW
De werknemer heeft in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade opgelopen en is kort daarna ontslagen. Sindsdien zit de werknemer thuis. Thans stelt de werknemer zijn voormalig werkgever aansprakelijk voor de geleden schade. De werkgever stelt dat de werknemer onvoldoende zijn schade heeft beperkt door niet te solliciteren of anderszins te re-integreren. Het Hof oordeelt dat de werknemer inderdaad in beginsel tekort is geschoten in zijn schadebeperkingsplicht, maar dat het gebrek aan re-integratiepogingen kan zijn veroorzaakt door een dysthyme-stoornis welke zou kunnen zijn terug te voeren op het ongeval. Mocht dit het geval zijn, dan valt het schenden van de schadebeperkingsplicht de werknemer niet aan te rekenen. Volgt aanhouding van de zaak om te onderzoeken in hoeverre de dysthyme-stoornis is te wijten aan het ongeval.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-373
Uitleg pensioenreglement
De werkgever en de werknemer verschillen van mening over de vraag of uit het pensioenreglement blijkt dat de meeverzekering van het recht op premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid is gekoppeld aan de pensioenregeling. Het Hof oordeelt dat nu de werknemer reeds arbeidsongeschikt was, hij niet mocht aannemen dat hij vanwege de pensioenregeling ineens een premievrijstelling voor zijn arbeidsongeschiktheidverzekering zou krijgen. Daar voorziet het pensioenreglement niet in, omdat sprake is van een ‘brandend huis’-situatie, aldus het Hof. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-340
Uitleg sociaal plan
Het Hof moet in casu oordelen over de invulling van de leemte in een sociaal plan, dat niet voorzag in de situatie dat de werknemer later dan in het sociaal plan werd gesteld, was ingelicht over zijn boventallig verklaring. Het Hof oordeelt dat de leemte moet worden opgevuld door de werknemer een vergoeding toe te kennen conform de kantonrechtersformule met een C=0,7. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-341
Uitleg sociaal plan
De werkgever heeft bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de werkneemster conform het sociaal plan haar pensioen voortgezet. Wanneer de werkneemster vervolgens een andere baan vindt, staakt de werkgever de pensioenverplichting. De werknemer vordert nu het tekort aan pensioen als een bedrag ineens. De werkgever stelt dat op basis van het sociaal plan dat het pensioen slechts hoefde te worden voortgezet voor de periode waarin de werkneemster geen andere baan had. Het Hof oordeelt dat de uitleg van de werkneemster van het sociaal plan juist is voor zover het betreft het voortzetten van het pensioen, ook in de periode dat de werkneemster een andere baan had. Voor wat betreft de uitkering van het bedrag ineens oordeelt het Hof dat moet worden gekeken of er een pensioenconstructie mogelijk is en houdt hiervoor de zaak aan. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-339
Eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden. Art. 7:611 BW
Nadat het functioneren van de werknemer enige tijd onder de maat is geweest, heeft de werkgever een verbetertraject ingezet. Ook na het verbetertraject blijft de werknemer onvoldoende functioneren. De werkgever biedt de werknemer daarom een andere, lagere functie aan. De werknemer weigert deze functie. Het Hof oordeelt onder verwijzing naar het arrest Stooff/Mammoet dat de werkgever een redelijk voorstel heeft gedaan dat de werknemer in redelijkheid moet aanvaarden. De arbeidsovereenkomst mag derhalve eenzijdig worden gewijzigd.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-333
Rechtsgeldig ontslag op staande voet niet kennelijk onredelijk. Art. 7:677, 7:678 en 7:681 BW
De werknemer is op staande voet ontslagen door de werkgever vanwege bedreiging met fysiek geweld. De kantonrechter heeft het ontslag op staande voet rechtsgeldig geacht, maar desondanks een schadevergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag toegekend, vanwege de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. In hoger beroep oordeelt het Hof – conform vaste jurisprudentie van de Hoge Raad – dat een terecht gegeven ontslag op staande voet niet tevens kennelijk onredelijk kan zijn en vernietigt het vonnis van de kantonrechter.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-332
Uitleg overnameovereenkomst met betrekking tot concurrentiebeding
De werkgever heeft in de overnameovereenkomst met een voormalig werknemer, die een deel van het bedrijf zou overnemen, een concurrentiebeding opgenomen. De voormalig werknemer exploiteert vervolgens het deel van het bedrijf dat hij heeft overgenomen en schendt daarbij volgens de werkgever het concurrentiebeding. De werkgever vordert de boete die aan overtreding van het concurrentiebeding was verbonden. De rechtbank oordeelt in eerste aanleg dat de werkgever vanwege schuldeisersverzuim de voormalig werknemer niet aan het concurrentiebeding kon houden. Het Hof besluit een comparitie van partijen te gelasten en houdt de zaak aan. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-318
Ketenregeling bij doorstart na faillissement. Art. 7:667 en 7:668a BW
De werkgever is failliet verklaard, waarna de curator de arbeidsovereenkomst met de werknemer heeft opgezegd. De werknemer treedt in dienst bij een andere werkgever, die de volledige voorraad en inventaris van de eerdere werkgever heeft overgenomen. Centrale vraag is of er sprake is van opvolgend werkgeverschap waardoor werknemer van rechtswege een overeenkomst voor onbepaalde tijd heeft en derhalve recht heeft op loon. De kantonrechter heeft de vordering van de werknemer toegewezen. Het hof oordeelt, onder verwijzing naar eerdere rechtspraak en wetsgeschiedenis, dat het vierde en vijfde lid van artikel 7:667 BW niet in de weg staan aan de toepassing van 7:668a lid 2 BW. Volgt bekrachtiging van het vonnis van de kantonrechter. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-301
Ontslagname door werknemer
De werknemer is door de werkgever tewerk gesteld. De werknemer verlaat op een gegeven moment de werkplek voor vertrek naar het buitenland, volgens de werkgever om elders ander werk te gaan doen. De werkgever vat het vertrek op als eenzijdige ontslagname. De werknemer stelt dat de werkgever hem niet mocht houden aan zijn ontslagname en vordert loon. Het hof oordeelt dat de werkgever dient te bewijzen dat er sprake is van dusdanige omstandigheden dat sprake is van een duidelijke en ondubbelzinnige ontslagname. Volgt aanhouding van de zaak. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-302