Archief JWB

Dossiers

Arbeidsrecht Agenda

Kort nieuws

Meest gelezen

print pagina
verklein lettertype vergroot lettertype
Donderdag 02 september 2010 - B7-10 1097

Gerechtshof Leeuwarden 17 augustus 2010, BN4495

Schorsing concurrentiebeding. Art. 7:653 BW 
   
De werkgever en de werknemer zijn in het kader van een beëindigingregeling een concurrentiebeding overeengekomen. De werknemer stelt echter dat het beding veel te verstrekkend is en vordert schorsing van het concurrentiebeding hangende de bodemprocedure over vernietiging van het beding. Het Hof oordeelt dat nu niet is vast te stellen dat er een grote kans bestaat op vernietiging van het concurrentiebeding in de bodemprocedure geen reden bestaat om het concurrentiebeding voorlopig te schorsen. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-426



Woensdag 01 september 2010 - B7-10 1096

Gerechtshof Leeuwarden 17 augustus 2010, BN4505

Spoedeisend belang loonvordering. 
   
De werknemer is door de werkgever in april 2008 op non-actief gesteld. De werkgever heeft vervolgens geen loon meer betaald en heeft in juli 2008 de werknemer op staande voet ontslagen. De werknemer heeft zich bij het ontslag op staande voet neergelegd, maar vordert begin 2009 in kort geding doorbetaling van het loon in de periode april-juli 2008. De werknemer wordt in het gelijkgesteld door de voorzieningenrechter. De werkgever gaat in hoger beroep vanwege het gebrek aan spoedeisend belang, waardoor de voorzieningenrechter niet absoluut bevoegd zou zijn. Het Hof oordeelt dat in de aard van de procedure reeds het spoedeisend belang ligt besloten. Het feit dat de werknemer lang heeft gewacht met de vordering doet hieraan niet af. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-425



Dinsdag 31 augustus 2010 - B7-10 1092

Hof ’s-Gravenhage 27 juli 2010, BN4193

Overgang van onderneming; naleving algemeen verbinden verklaarde CAO. Art. 7:662 BW; art. 2 Wet AVV 
   
De werkgever heeft het bedrijf waar de werknemer werkzaam was overgenomen. Op deze overname is art. 7:662 BW e.v. van toepassing. Bij het overgenomen bedrijf was de algemeen verbindend verklaarde cao van de Metaal en Technische bedrijfstakken van toepassing. De nieuwe werkgever valt echter onder de uitzonderingsbepaling van die CAO. De werknemer vordert thans naleving van de CAO, voor wat betreft het voorzien in een verzekering voor het WAO-hiaat. Het Hof besluit de zaak aan te houden voor een comparitie om een schikking te beproeven. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-422



Maandag 30 augustus 2010 - B7-10 1090

Hof ’s-Gravenhage 20 juli 2010, BN4190

Werkgeversaansprakelijkheid; schending zorgplicht. Art. 7:658 BW 
   
De werknemer is arbeidsongeschikt geraakt vanwege een hernia na het tillen van een oven in het kader van zijn werkzaamheden voor de werkgever. De werknemer heeft de werkgever hiervoor aansprakelijk gesteld. De werkgever stelt dat hij zijn zorgplicht is nagekomen. Het Hof oordeelt dat de werkgever in strijd met het Arbo-besluit heeft gehandeld door bij het tillen van de oven geen mechanische hulpmiddelen in te zetten. De werkgever heeft hierdoor zijn zorgplicht geschonden, zodat hij aansprakelijk is voor de geleden schade. Volgt aanhouding van de zaak om de schade te begroten. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-423



Maandag 30 augustus 2010 - B7-10 1088

Gerechtshof Amsterdam 27 april 2010, BM9544

Ontslagbescherming van toepassing op buitenlandse werknemer. Art. 6 BBA 
   

De werknemer heeft de Amerikaanse nationaliteit, maar is werkzaam in Nederland op grond van een Nederlandse arbeidsovereenkomst. De werkgever heeft de werknemer ontslagen zonder toestemming van het UWV ex art. 6 BBA, maar stelt dat het BBA niet van toepassing is, omdat de werknemer zou terugkeren naar de Verenigde Staten en daardoor buiten de reikwijdte van het BBA valt. Het Hof oordeelt in navolging van de kantonrechter dat het BBA met name is bedoeld de werknemer te beschermen tegen ongerechtvaardigd ontslag. Het feit dat de werknemer zou terugkeren naar de Verenigde Staten doet aan dit doel van het BBA niet af. Het BBA is dus gewoon van toepassing.

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-424



Donderdag 12 augustus 2010 - B7-10 1060

Hof ’s-Gravenhage 27 juli 2010, BN2708

Overgang van onderneming; premiebetaling voor bedrijfstakfondsen o.g.v. CAO. Art. 2a WAVV 
   
De werknemer is in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van de werkgever. Na een overgang van onderneming is zij bij de werkgever in dienst gekomen. Wanneer de werknemer uitvalt wegens ziekte en uiteindelijk in de WAO terechtkomt, krijgt zij te maken met een WAO-gat waarin de algemeen verbindend verklaarde CAO voorziet. Zij vordert van de werkgever nakoming van de CAO. De werkgever meent dat hij niet aan de CAO is gebonden, omdat deze algemeen verbindend zou zijn verklaard voordat hij het bedrijf waar de werknemer oorspronkelijk werkte overnam. Het Hof besluit de zaak aan te houden voor een comparitie waarin beide partijen zich kunnen uitlaten over de toepasselijkheid van art. 2a WAVV. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-385



Donderdag 12 augustus 2010 - B7-10 1059

Hof ’s-Gravenhage 27 juli 2010, BN2733

Onverschuldigde betaling van premie voor diverse bedrijfstakfondsen. Art. 6:162 BW 
   
De werkgever heeft premies betaald aan het pensioenfonds en GUO voor de verplichte regelingen voor de agrarische bedrijfstak en vordert deze betalingen thans terug wegens onverschuldigde betaling, omdat hij niet onder de reikwijdte van de regelingen zou vallen. Het Hof stelt vast dat de werkgever inderdaad niet onder de regelingen valt en dat het pensioenfonds daarom een deel van de premies moet terugbetalen. De werkgever heeft ook het UWV aangesproken als opvolger van GUO. Het Hof oordeelt echter dat de werkgever onvoldoende heeft aangetoond dat het UWV de rechtsopvolger van de bedrijfsvereniging is, zodat deze vordering moet worden afgewezen. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-384



Woensdag 11 augustus 2010 - B7-10 1057

Gerechtshof Leeuwarden 8 juni 2010, BM8239

Schadevergoeding vakbond wegens niet nakomen inlichtingenplicht door werkgever. Art. 15 WCAO 
    
De FNV is partij bij de CAO voor het Beroepsgoederenvervoer. In deze CAO staat dat de werkgever de verplichting heeft inlichtingen te verschaffen daar waar de FNV om vraagt. Nu de werkgever deze inlichtingen heeft geweigerd te verstrekken vordert de FNV nakoming en schadevergoeding. Het Hof oordeelt dat de werkgever de CAO voor het Beroepsgoederenvervoer niet heeft nageleefd en dat de FNV conform art. 15 WCAO aanspraak maakt op een schadevergoeding, welke wordt begroot op EUR 3500. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-386



Vrijdag 06 augustus 2010 - B7-10 1048

Hof Den Haag 20 juli 2010, BN2024

Kwalificatie arbeidsovereenkomst; matiging loonvordering. Art. 7:610 en 7:680a BW 
    
De werkneemster verricht werkzaamheden voor de werkgever en heeft een affectieve relatie met de directeur. De directeur besluit de overeenkomst op te zeggen, waarna de werkneemster stelt een arbeidsovereenkomst te hebben. De werkgever betwist dit, omdat geen sprake is van het element ‘gezag’ en het element ‘loon’. Mocht wel sprake zijn van een arbeidsovereenkomst dan beroept hij zich op het matigingsrecht van art. 7:680a BW. Het Hof oordeelt dat een privérelatie niet aan een gezagsverhouding in de weg staat. Het feit dat de werkgever in de praktijk van zijn gezag geen gebruik maakte doet hieraan niets af. Voorts wordt aan het element loon geacht te zijn voldaan, nu de werkgever maandelijks loonstrookjes verstrekte. Er is dus sprake van een arbeidovereenkomst. Het beroep op matiging wordt verworpen, omdat geen sprake is van een situatie die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-372



Woensdag 04 augustus 2010 - B7-10 1045

Hof Den Haag 13 juli 2010, BN2019

Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW 
   
De werknemer heeft de arbeidsovereenkomst met twee werknemers, die al 15 en 17 jaar in dienst waren, opgezegd nadat een grote klant zich had teruggetrokken. De werkgever heeft bij de opzegging aangeboden zijn contacten aan te boren bij het vinden naar ander werk. De werknemers hebben dit aanbod afgewezen, omdat zij eerst op vakantie wilden. Thans vorderen de werknemers een vergoeding vanwege kennelijk onredelijk ontslag. Het Hof oordeelt dat van de werkgever had mogen verwacht, zeker gezien de lange diensttijd van de werknemers, dat hij na de vakantie opnieuw zijn hulp had aangeboden bij het zoeken naar ander werk. Nu hij dit heeft nagelaten is een billijke vergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag op zijn plaats. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-375



Dinsdag 03 augustus 2010 - B7-10 1043

Hof ’s-Hertogenbosch 29 juni 2010, BN1627

Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW 
   

De arbeidsovereenkomst met de werknemer is opgezegd wegens bedrijfseconomische redenen, waarna de werknemer een nieuwe baan heeft gevonden waarin hij EUR 380 minder verdiend. De werknemer vordert daarom van zijn voormalig werkgever een vergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag. Het Hof oordeelt dat nu de werknemer zo snel een nieuwe baan heeft, zijn positie op de arbeidsmarkt blijkbaar niet bijzonder slecht was. Het enkele feit dat hij in zijn nieuwe functie minder verdient, maakt het ontslag niet kennelijk onredelijk. Volgt afwijzing van de vordering van de werknemer. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-376



Maandag 02 augustus 2010 - B7-10 1040

Hof Amsterdam 23 februari 2010, BM9482

Mondeling behandeling ontbindingsverzoek op dezelfde dag als toestemming UWV. Art. 7:685 BW 
   
De werkgever heeft een ontslagvergunning gevraagd aan het UWV-Werkbedrijf als de werknemer vervolgens een ontbindingsverzoek indient. De behandeling van het verzoek vindt op dezelfde dag plaats als het afgeven van toestemming door het UWV. De vraag in hoger beroep is of de kantonrechter buiten het toepassingsbereik is getreden van art. 7:685 BW door te ontbinden tegen een latere datum dan waartegen de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Het Hof oordeelt dat de ontbindingsbeschikking geldig is, ook voor wat betreft de vergoeding, nu de arbeidsovereenkomst nog bestond op het moment dat de ontbindingsbeschikking werd afgegeven. Hierdoor is de kantonrechter niet buiten het toepassingsbereik van art. 7:685 BW getreden. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-374 



Maandag 02 augustus 2010 - B7-10 1039

Hof Den Haag 22 december 2009, BN1982

Werkgeversaansprakelijkheid. Artikelen: Art. 7:658 BW 

De werknemer heeft in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade opgelopen en is kort daarna ontslagen. Sindsdien zit de werknemer thuis. Thans stelt de werknemer zijn voormalig werkgever aansprakelijk voor de geleden schade. De werkgever stelt dat de werknemer onvoldoende zijn schade heeft beperkt door niet te solliciteren of anderszins te re-integreren. Het Hof oordeelt dat de werknemer inderdaad in beginsel tekort is geschoten in zijn schadebeperkingsplicht, maar dat het gebrek aan re-integratiepogingen kan zijn veroorzaakt door een dysthyme-stoornis welke zou kunnen zijn terug te voeren op het ongeval. Mocht dit het geval zijn, dan valt het schenden van de schadebeperkingsplicht de werknemer niet aan te rekenen. Volgt aanhouding van de zaak om te onderzoeken in hoeverre de dysthyme-stoornis is te wijten aan het ongeval. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-373



Maandag 26 juli 2010 - B7-10 1031

Gerechtshof Amsterdam 9 maart 2010, BN1325

Instemmingsrecht ondernemingsraad bij individuele benoeming politiechef. Art. 27 WOR 
   
De leiding van het politiekorps Amsterdam-Amstelland heeft zonder instemming van de ondernemingsraad een nieuwe politiechef aangesteld. De ondernemingsraad meent dat het besluit tot aanstelling van een nieuwe politiechef een wijziging is van de regeling op het gebied van het aanstellingsbeleid van het politiekorps en daarmee instemmingsplichtig op grond van art. 27 WOR. Het Gerechtshof te Amsterdam oordeelt in navolging van de kantonrechter dat in casu geen sprake is van wijziging van het aanstellingsbeleid, maar dat slechts een individueel besluit is genomen. Dit individuele besluit tot aanstelling van een politiechef valt niet onder de reikwijdte van art. 27 WOR, waardoor het hoger beroep moet worden afgewezen. Lees hier verder.

JWB Rechtspraak 2010-364



Vrijdag 23 juli 2010 - B7-10 1027

Hof ’s-Hertogenbosch 6 juli 2010, BN0734

Werkgeversaansprakelijkheid. Art. 7:658 en 7:611 BW 
   
De werknemer heeft in de uitoefening van zijn werkzaamheden als psychiater schade opgelopen door geweldpleging van een TBS-patient. De werknemer stelt zijn werkgever aansprakelijk voor de geleden schade op grond van art. 7:611 BW omdat de werkgever heeft verzuimd een behoorlijke verzekering af te sluiten. Het Hof oordeelt dat de verzekeringsplicht ex art. 7:611 BW verder strekt dan alleen bij verkeersongevallen en concludeert dat de Hoge Raad hierover een uitspraak moet doen. De zaak wordt aangehouden om tegen het tussenvonnis in cassatie te gaan.

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-350