Archief JWB |
Dossiers |
Arbeidsrecht Agenda
|
Meest gelezen |
|
|
|
Loonbetaling bij ziekte; schenden re-integratieverplichtingen. Art. 7:628, 7:629 en 7:658a BW
De werknemer heeft zich na een conflict met een collega ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft hem daarentegen arbeidsgeschikt verklaard. De werknemer betwist het oordeel van de bedrijfsarts en komt niet op het werk. Hierop zet de werkgever de loonbetaling stop. Thans vordert de werknemer loondoorbetaling, omdat de arbeidsongeschiktheid zijn oorzaak vindt in de werkomstandigheden bij de werkgever. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever tot twee keer heeft getracht via mediation het conflict op te lossen, maar dat de werknemer zich desondanks heeft onttrokken aan de op hem rustende verplichting voor re-integratie. De werknemer heeft vanwege deze schending van re-integratieverplichtingen geen recht op loondoorbetaling.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-432
Loonvordering na arbeidsconflict. Art. 7:628 BW
De werkgever en de werknemer zijn in een arbeidsconflict geraakt waarna de werknemer zich heeft ziek gemeld. Vervolgens is een beëindigingsovereenkomst gesloten op basis waarvan de werkgever over de conflictperiode het loon zou betalen. De werkgever heeft echter slechts 70% van het loon voldaan. De werknemer vordert thans betaling van het resterende deel van het salaris. De kantonrechter oordeelt dat de situatieve arbeidsongeschiktheid als ziekte moest worden aangemerkt, waardoor de werkgever het ziekteverzuimprotocol had moeten toepassen. Hierin staat dat bij ziekte 90% van het salaris wordt doorbetaald. De werknemer heeft daarom recht op betaling van 90% van het loon.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-428
Geldigheid proeftijdbeding; loondoorbetaling tijdens ziekte. Art. 7:652 en art. 7:629 BW
De werknemer werkte als kok-productie en heeft een nieuwe functie gekregen als zelfstandig kok. In zijn nieuwe arbeidsovereenkomst stond een proeftijd. Gedurende de proeftijd wordt de werknemer ontslagen vanwege gebruik van harddrugs. De kantonrechter oordeelt dat het proeftijdbeding niet geldig is, omdat onduidelijk is wat de kenmerkende verschillen zijn tussen de twee functies. Een nieuwe kennismakingsperiode mocht daarom niet. De werkgever hoeft echter het loon niet door te betalen, omdat de werknemer had moeten melden dat hij verslaafd was aan harddrugs bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst. De werkgever kan zich terecht beroepen op art. 7:629 lid 3 BW.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-418
Loondoorbetaling tijdens ziekte. Art. 7:629 BW
De werknemer heeft in detentie gezeten en is na zijn detentie opgenomen in een gesloten inrichting vanwege psychose. De werkgever heeft vervolgens de arbeidsovereenkomst laten ontbinden. De werknemer vordert thans het loon over de periode dat hij wegens ziekte in de gesloten inrichting zat. De werkgever stelt zich op het standpunt dat dit bedrag reeds in de ontbindingsvergoeding is meegenomen. De kantonrechter oordeelt dat het feit dat de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding is geëindigd niet in de weg staat aan het feit dat de werknemer nog loon kan vorderen over de periode voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Aanhouding van de zaak is noodzakelijk om te onderzoeken of de werkgever onder het bereik van de CAO Aardappelen valt, waarin een suppletie is opgenomen.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-378
Loondoorbetaling bij ziekte; re-integratie; passende arbeid. Art. 7:629 en 7:658a BW
De werkneemster is al sinds 2005 arbeidsongeschikt, maar re-integreert wel bij de werkgever in haar eigen functie voor 50%. De werkgever meent dat te weinig vorderingen in het re-integratietraject worden gemaakt, en heeft de re-integratie eenzijdig stopgezet zonder overleg met de bedrijfsarts. De werkgever heeft vervolgens een ontslagvergunningsprocedure gestart. De werkneemster vordert thans wedertewerkstelling in haar passende functie en doorbetaling van het loon. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever door eenzijdig de re-integratie te stoppen zijn re-integratieverplichtingen heeft geschonden. De werkneemster moet weer tewerk worden gesteld in haar passende functie en het loon moet worden betaald. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-371
Loonvordering bij (situatieve) arbeidsongeschiktheid. Art. 7:628 en 7:629 BW
De werknemer is uitgevallen wegens arbeidsongeschiktheid die deels medisch is en deels situatief. De bedrijfsarts stelt dat het arbeidsconflict moet worden opgelost en dat de werknemer vervolgens 50% passende arbeid kan verrichten. De werkgever en de werknemer kunnen het conflict echter niet oplossen. Wanneer de werknemer vervolgens weigert passende arbeid te verrichten, staakt de werkgever de loondoorbetaling. De werknemer start vervolgens een loonprocedure. De kantonrechter oordeelt dat zolang het arbeidsconflict niet is opgelost, niet van de werknemer kan worden gevergd dat hij passende arbeid verricht. Het ligt op de weg van de werkgever om het arbeidsconflict op te lossen. De loonvordering wordt toegewezen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-347
Omvang arbeidsovereenkomst; loondoorbetaling bij ziekte. Art. 7:610b en 7:629 BW
De werknemer heeft een schriftelijke arbeidsovereenkomst waarin staat dat zij 16 tot 20 uur per week werkt. De laatste vier maanden voordat de werknemer arbeidsongeschikt raakt, werkt zij echter 40 uur. De werknemer vordert thans doorbetaling van het loon tijdens ziekte met een omvang van 40 uur per week. Daarbij stelt de werknemer dat zij met de werkgever overeen was gekomen dat zij structureel 40 uur per week zou gaan werken. De werkgever betwist deze stelling van de werknemer en stelt dat het ging om een tijdelijke wijziging van het aantal uren. De kantonrechter oordeelt dat nu partijen twisten over de vraag of is afgesproken dat structureel de arbeidsduur zou worden verhoogd, de werknemer als stellende partij moet worden toegelaten tot het leveren van bewijs. Volgt aanhouding van de zaak. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-239
Weigering passende arbeid; stopzetten loondoorbetaling tijdens ziekte. Art. 7:629 lid 3 sub c en 7:660a BW
De werknemer heeft zich in oktober 2009 ziek gemeld, waarna de bedrijfsarts heeft geconcludeerd dat de werknemer passende arbeid kan verrichten, mits de rugbelasting beperkt blijft. Partijen zijn vervolgens in een lastig re-integratietraject beland, waarbij de werknemer heeft geweigerd passende arbeid te verrichten. De werkgever heeft hierop de loondoorbetaling stopgezet op grond van art. 7:629 lid 3 sub c BW. De kantonrechter oordeelt dat nu de werknemer weigert passende arbeid te verrichten de werkgever inderdaad gerechtigd is de loondoorbetaling te staken. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-241
Loondoorbetaling bij ziekte; passende arbeid wordt bedongen arbeid. Art. 7:629 en 7:611 BW
De werkneemster wordt in 2007 arbeidsongeschikt wegens schouderklachten en enkelklachten. Zij verricht sindsdien passende arbeid op de administratie. In september 2009 valt werkneemster geheel uit wegens andere klachten. De werkneemster vordert doorbetaling van loon op grond van art. 7:629 stellende dat de passende arbeid inmiddels de bedongen arbeid is geworden. De kantonrechter oordeelt dat de door de werkneemster verrichte passende arbeid inmiddels is verworden tot de nieuwe functie van de werkneemster. De hernieuwde uitval wegens arbeidsongeschiktheid brengt vervolgens met zich dat een nieuwe loondoorbetalingsperiode start. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-236
Loondoorbetaling bij ziekte. Art. 7:629 en 7:629a BW
De werkgever heeft het loon van de werkneemster opgeschort vanwege het feit dat de werkneemster haar re-integratieverplichtingen niet zo nakomen. De werknemer vordert thans loondoorbetaling en legt daarbij een second opinion van het UWV over. De kantonrechter oordeelt dat de werkneemster weliswaar een second opinion heeft overgelegd voor wat betreft haar arbeidsongeschiktheid, maar niet voor wat betreft het voldoen aan haar re-integratieverplichtingen. De vordering van de werkneemster moet daarom worden afgewezen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-222
Loondoorbetaling bij ziekte; situatieve arbeidsongeschiktheid. Art. 7:628, 7:629 en 7:629a BW
De werknemer heeft zich ziek gemeld wegens een arbeidsconflict. De werkgever is het niet eens met de ziekte en de arbo-arts bevestigt de lezing van de werkgever. De werkgever stopt daarop de loondoorbetaling, omdat de werknemer geen deskundigenoordeel conform art. 7:629a BW kan overleggen. De werknemer vordert nu het loon, omdat hij meent nog steeds arbeidsongeschikt te zijn. De kantonrechter oordeelt dat hoewel niet met zekerheid kan worden vastgesteld of sprake is van ziekte in de zin van art. 7:629 BW een arbeidsconflict anders op grond van art. 7:628 BW voor risico van de werkgever komt, zodat de loonvordering van de werknemer moet worden toegewezen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-217
Loondoorbetaling bij situatieve arbeidsongeschiktheid; passende arbeid. Art. 7:628, 7:629 en 7:658a BW
De werknemer heeft zich situatief arbeidsongeschikt gemeld en weigert vervolgens andere passende arbeid te verrichten. De werkgever stopt hierop de loondoorbetaling op grond van art. 7:629 lid 3. De werknemer vordert doorbetaling van loon op grond van art. 7:628 BW. Het Hof oordeelt in navolging van de kantonrechter, dat de loonvordering moet worden afgewezen. Artikel 7:629 gaat als lex specialis voor op 7:628 BW. Nu de aangeboden arbeid als passende arbeid moet worden aangemerkt was de werkgever gerechtigd de loondoorbetaling te stoppen. Volgens het Hof is geen sprake van situatieve arbeidsongeschiktheid, dus vormt 7:628 BW geen grond om alsnog het loon te moeten betalen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-169
Suppletie loondoorbetaling bij ziekte. Art. 7:629 BW
De werkgever en de werknemer zijn overeengekomen dat tijdens ziekte een suppletie tot 100% zou plaatsvinden gedurende het eerste ziektejaar. De werknemer meent dat uit de cao de verplichting voortvloeit ook in het tweede ziektejaar tot 100% te suppleren. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever niet onder de werkingssfeer van de cao valt en dat uit de arbeidsovereenkomst ook niet blijkt dat de cao middels een incorporatiebeding van toepassing is. Het feit dat de wet is gewijzigd van 52 naar 104 weken loondoorbetalingsverplichting betekent niet dat voor de tweede 52 weken eveneens een suppletie gaat gelden wanneer dit niet (opnieuw) is overeengekomen. Hieruit volgt dat de werkgever slechts 70% van het loon hoeft door te betalen gedurende de tweede 52 weken van ziekte. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-158
Loonvordering; situatieve arbeidsongeschiktheid. Art. 7:611 en 7:628 BW
De werknemer krijgt naast zijn vaste salaris ook maandelijks een voorschot op zijn jaarlijkse bonus. Begin 2009 stopt de werkgever met het betalen van de voorschotten op de bonus, omdat de werkgever meent dat vanwege de economische crisis de werknemer zijn bonus met terugwerkende kracht vanaf 2008 moet inleveren. De werknemer meldt zich vervolgens ziek wegens situatieve arbeidsongeschiktheid, waarna de werkgever de loonbetaling volledig stopt. De kantonrechter oordeelt dat het is strijd is met het goed werkgeverschap om eenzijdig de bonusregeling aan te passen, zeker met terugwerkende kracht. Daarnaast is het weigeren mee te werken aan mediation ook volledig aan de werkgever aan te rekenen. De werknemer heeft aldus volledig recht op doorbetaling van loon, inclusief de overeengekomen bonus. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-149
Loondoorbetaling bij ziekte bij verblijf in de Verenigde Staten. Art. 7:628 en 7:629 BW
De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst met de werknemer opgezegd, waarna de werknemer zich heeft ziek gemeld. De werknemer verblijft op dat moment in de Verenigde Staten. De werkgever stelt dat hij niet kan controleren of de werknemer werkelijk ziek is geweest en stopt de loondoorbetaling tijdens de opzegtermijn. De werknemer heeft aangegeven alle informatie te willen verstrekken vanuit de VS, waarna de werkgever niets meer van zich heeft laten horen. De kantonrechter oordeelt dat niet is gebleken dat de werknemer zich niet aan redelijke voorschriften heeft gehouden. Bovendien heeft de werkgever verzuimd de werknemer op te roepen voor werkzaamheden, waardoor het niet verrichten van arbeid in elk geval in de risicosfeer van de werkgever ligt. De werkgever wordt veroordeeld het loon over de opzegtermijn te betalen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-137