Archief JWB

Dossiers

Arbeidsrecht Agenda

Kort nieuws

Meest gelezen

print pagina
verklein lettertype vergroot lettertype
Vrijdag 27 augustus 2010 - B7-10 1086

Rechtbank Almelo 10 augustus 2010, BN3755

Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW 
   
De werknemer is 43 jaar en wordt na een dienstverband van 22 jaar wegens bedrijfseconomische redenen ontslagen. De werknemer stelt dat het ontslag gezien zijn leeftijd, de lengte van het dienstverband en het gebrek aan employability kennelijk onredelijk is opgezegd, vanwege het ontbreken van een vergoeding. De kantonrechter oordeelt dat een verminderde employability onder omstandigheden kennelijk onredelijkheid op kan leveren, maar dat hiervan in casu geen sprake is, omdat de werkgever een outplacementtraject van een jaar aanbiedt. De vordering van de werknemer wordt afgewezen. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-410



Vrijdag 13 augustus 2010 - B7-10 1061

Rechtbank Almelo 27 juli 2010, BN2894

Eenzijdige wijziging reiskostenvergoeding. Art. 7:613 BW 
   
De werknemer krijgt tot 2006 een forfaitaire reiskostenvergoeding die gelijk is aan de maximale vergoeding die belastingvrij kan worden toegekend. Vanaf 2006 verandert de fiscale regelgeving, waardoor niet langer een forfaitair bedrag belastingvrij kan worden betaald, maar EUR 0,19 per kilometer. De werknemer vordert thans dat de werkgever hem gaat betalen op grond van de EUR 0,19 per kilometer. De kantonrechter stelt dat zijn huidige vergoeding neerkomt op ongeveer EUR 0,10 per kilometer en dat het naar beneden afwijken van de EUR 0,19 die maximaal staat voorgeschreven niet verboden is. De kantonrechter ziet daarom geen reden waarom de werknemer als gevolg van de gewijzigde fiscale regeling ineens veel meer aan reiskostenvergoeding zou moeten krijgen. Volgt afwijzing van de vordering.

Lees hier de uitspraak.
 
JWB Rechtspraak 2010-391 



Woensdag 11 augustus 2010 - B7-10 1056

Rechtbank Almelo 26 mei 2010, BN2904

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werkgever is in dienst getreden bij WBO in 1997. Vervolgens is zij in 2008 in dienst getreden bij Domijn, waarmee WBO een samenwerkingsverband had. Vanwege een reorganisatie verzoekt Domijn ontbinding van de arbeidsovereenkomst waarin een vergoeding conform het sociaal plan kan worden meegegeven uitgaande van twee dienstjaren. De werknemer stelt dat sprake is van een voorgezet dienstverband, zodat op basis van 13 dienstjaren de vergoeding moet worden bepaald. De kantonrechter stelt dat samenwerking op het gebied van backoffice onvoldoende is om van een voortgezet dienstverband te spreken. Volgt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met toekenning van een vergoeding conform het sociaal plan gebaseerd op twee dienstjaren. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-390



Dinsdag 10 augustus 2010 - B7-10 1055

Rechtbank Almelo 17 mei 2010, BN2451

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
    
De werkgever heeft de werkzaamheden van de werkneemster sterk verzwaard wanneer hij hoorde dat de werkneemster zwanger was. Zodra de werkneemster deze werkzaamheden niet meer kon vervullen is zij op staande voet ontslagen. De werkgever heeft ontbinding verzocht, waarna de werkneemster een onvoorwaardelijk tegenverzoek doet. De werkgever stelt dat een onvoorwaardelijk tegenverzoek niet kan. De kantonrechter oordeelt dat het onvoorwaardelijk tegenverzoek is toegestaan, omdat geen enkele weldenkende rechter dit ontslag op staande voet rechtsgeldig zou oordelen. De arbeidsovereenkomst wordt onvoorwaardelijk ontbonden met C=1,5.

Lees hier de uitspraak.

 
JWB Rechtspraak 2010-392



Maandag 09 augustus 2010 - B7-10 1052

Rechtbank Almelo 23 februari 2010, BN2919

Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW 
    
De werkneemster is na een eerste uitval wegens ziekte gere-integreerd in passende arbeid. Tijdens het verrichten van deze passende werkzaamheden valt zij opnieuw uit, waarna de werkgever geen andere passende arbeid meer heeft en besluit de arbeidsovereenkomst op te zeggen. De werkgever betaalt wel gewoon het loon door tot einde arbeidsovereenkomst. De werkneemster vordert thans een vergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever alles heeft gedaan aan re-integratie wat binnen zijn mogelijkheden lag en daarnaast het loon van de werkneemster heeft doorbetaald daar waar hij de verplichting niet meer had. Deze gegevens maken dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is. Volgt afwijzing van de vordering van de werkneemster.  

Lees hier de uitspraak.
   
JWB Rechtspraak 2010-389 



Maandag 09 augustus 2010 - B7-10 1051

Rechtbank Almelo 10 februari 2010, BN2948

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
    
De werkneemster is al ruim twee jaar arbeidsongeschikt. De re-integratie is zowel in het eerste als tweede spoor op niets uitgelopen, daarom verzoekt de werkneemster thans ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de re-integratie door de werkgever, hoewel zonder succes, voldoende is geweest, te meer daar het UWV geen loonsanctie heeft opgelegd. De arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden nu re-integratie lijkt uitgesloten. De werkneemster wordt een vergoeding van EUR 10.000 naar billijkheid meegegeven, omdat de kantonrechtersformule niet hanteerbaar is nu de werknemer geen schade lijdt door de ontbinding, de loondoorbetalingsplicht is immers opgehouden.  

Lees hier de uitspraak.
 
JWB Rechtspraak 2010-388



Vrijdag 02 april 2010 - B7-10 863

Rechtbank Almelo 17 maart 2010, BL8015

Schorsing non-concurrentiebeding. Art. 7:653 BW 
    
De werkgever en de werknemer zijn een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd overeengekomen, met daarin een concurrentiebeding. De werknemer krijgt een baan aangeboden bij een concurrerend bedrijf en verzoekt in kort geding om schorsing van het concurrentiebeding. De voorzieningenrechter oordeelt dat nu de werkgever al heeft aangegeven dat hij niet verder wil met de werknemer, de belangenafweging ertoe leidt dat het concurrentiebeding dient te worden geschorst. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-197



Vrijdag 02 april 2010 - B7-10 860

Rechtbank Almelo 12 maart 2010, BL8018

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werkneemster is gedeeltelijk arbeidsongeschikt en heeft van haar werkgever een outplacementtraject aangeboden gekregen, welke ziet op een nieuwe functie buiten het bedrijf van de werkgever. Nadat de werkneemster het outplacementtraject met goed gevolg heeft volbracht verzoekt de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, omdat voor de werknemer geen passende functie voorhanden is. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van verandering van de omstandigheden, waardoor de arbeidsovereenkomst ontbonden moet worden. Vanwege het aangeboden outplacementtraject wordt de C-factor gesteld op 0,8. Lees hier de uitspraak.
   
JWB Rechtspraak 2010-196



Vrijdag 12 februari 2010 - B7-10 760

Rechtbank Almelo 25 januari 2010, BL0862

Ontbinding zonder toekenning vergoeding, onprofessionele handelwijze fysiotherapeut. Art. 7:685 BW 
   
Een revalidatie-instelling verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een fysiotherapeut wegens een dringende reden. De werknemer heeft intieme relaties gehad met een patiënte en hij misbruikte de behandelcabines van het centrum door daarin met patiëntes sexuele handelingen te verrichten. De Kantonrechter wijst het verzoek toe zonder toekenning van een vergoeding gezien het onprofessionele gedrag van de werknemer. Hierbij zijn buiten beschouwing gelaten de strafrechtelijke en tuchtrechtelijke consequenties die aan de handelwijze van de werknemer verbonden kunnen zijn. Het verzoekschrift wordt beoordeeld aan de hand van het arbeidsrecht. De voor een fysiotherapeut geldende gedrag- en ethische regels zijn wel bij die beoordeling betrokken. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-86



Vrijdag 29 januari 2010 - B7-10 723

Rechtbank Almelo 15 januari 2010, BK9355

Ontbinding arbeidsovereenkomst bestuurder zorginstelling. Art. 7:685 BW 
   
De werknemer is werkzaam als bestuurder bij de werkgever, een zorginstelling. De werkgever heeft de werknemer een renteloze lening voor zijn woning gegeven, terwijl de werknemer toen verzwegen heeft dat er reeds een hypotheekrecht op de woning was gevestigd. Het vertrouwen is weg en dus verzoekt de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie. De vergoeding wordt conform de Corporate Governance Code bepaald op 200.000 euro. Lees hier de uitspraak. 

JWB Rechtspraak 2010-44



Donderdag 28 januari 2010 - B7-10 720

Rechtbank Almelo 7 januari 2010, BK9667

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werkneemster is na haar zwangerschap arbeidsongeschikt geworden. Gedurende haar ziekte heeft de werkgever een ingrijpende functiewijziging van de werkneemster willen doorvoeren, omdat haar functie zou zijn vervallen en de werkneemster al een tijd niet goed functioneerde. Bovendien zou de werkneemster haar re-integratie niet serieus nemen. De werkneemster bestrijdt alles en stelt dat zij gewoon wil re-integreren. De kantonrechter oordeelt dat het de werkgever zeer kwalijk wordt genomen hoe hij met de werkneemster omgaat die wegens ziekte thuiszit en daarvoor altijd goed heeft gefunctioneerd. Omdat de arbeidsrelatie te verstoord wordt geacht om met elkaar verder te kunnen, ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met C=2. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-43



Vrijdag 08 januari 2010 - B7-10 687

Rechtbank Almelo 23 december 2009, BK7667

Matiging loonvordering. Art. 6:248 en 7:628 BW 
   
De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de werknemer ontbonden op 26 oktober tegen 1 februari 2010. De werknemer heeft tussentijds elders werk gevonden en heeft dientengevolge dubbele inkomsten. De werkgever heeft daarop het loon stopgezet. De werknemer stelt dat de op non actiefstelling door de werkgever in diens risicosfeer valt en de werkgever daarom gehouden is het loon door te betalen. De kantonrechter oordeelt dat het op non actief stellen inderdaad in beginsel voor risico van de werkgever komt, maar dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat in bijzondere omstandigheden de loonvordering kan worden gematigd. Volgens de kantonrechter is hier sprake van dergelijke bijzondere omstandigheden, waardoor wordt besloten de loonvordering te matigen. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-16 



Donderdag 07 januari 2010 - B7-10 681

Rechtbank Almelo 17 december 2009, BK7673

Loonvordering na ontslag op staande voet. Art. 7:628 en 7:678 BW 
   
De werknemer is na een discussie met zijn direct leidinggevende gesommeerd het gebouw te verlaten omdat hij op staande voet is ontslagen. De werknemer meent dat niet zijn direct leidinggevende, maar de directeur van het bedrijf bevoegd is tot het geven van ene ontslag op staande voet. De werknemer weigert het pand te verlaten en doet dit pas nadat ook de directeur hem op staande voet heeft ontslagen. De werknemer vordert in kort geding doorbetaling van zijn loon. De voorzieningenrechter oordeelt dat de discussie tussen de werknemer en zijn direct leidinggevende uit de hand is gelopen, maar geen sprake is van een dringende reden. De loonvordering wordt toegewezen. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-15



Woensdag 06 januari 2010 - B7-10 679

Rechtbank Almelo 10 december 2009, BK7681

Vernietiging beëindigingsovereenkomst. Art. 3:40 en 6:228 BW 
   
De werkgever heeft in maart 2009 een beëindigingsovereenkomst aan de werknemer, die reeds 37 jaar in dienst is, voorgelegd, die door de werknemer is ondertekend. De werkgever heeft vervolgens tot twee keer toe de ontslagdatum verlengd en aangegeven de intentie te hebben met de werknemer verder te willen na de recessie. De werkgever heeft tevens gezegd dat het niet-tekenen van de beëindigingsovereenkomst een ontslagprocedure zou betekenen waarbij zeker geen mogelijkheid meer zou bestaan nog terug te keren. De werknemer stelt dat hij onder druk is gezet en heeft gedwaald over zijn positie, omdat hij niet wist dat een ontslagprocedure hem een goede kans op een ontslagvergoeding zou opleveren. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever ongeoorloofd veel druk op de werknemer heeft gezet en onvoldoende heeft geverifieerd dat de werknemer wist waarvoor hij tekende en wat zijn positie was. De beëindigingsovereenkomst moet daarom worden vernietigd op grond van dwaling en misbruik van bevoegdheid. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-14



Vrijdag 27 november 2009 - B7-10 587

Rechtbank Almelo 5 november 2009, BK3214

Voorwaardelijke ontbinding vanwege verhouding rechtsgang bij Kantonrechter en Commissie van Beroep van de werkgever. Art. 7:685 BW 
   
Een leraar heeft een voorwaardelijk ontbindingsverzoek ingediend bij zijn school. Het verzoek heeft, zo overweegt de Kantonrechter, het karakter van een schadevergoedingsactie ex artikel 7: 681 BW. De leraar heeft tegen de beslissing hem te ontslaan beroep ingesteld bij de Commissie van Beroep. Deze Commissie moet nog beslissen. De Kantonrechter beoordeelt het verband tussen de voorwaardelijke ontbindingsbeslissing van de Kantonrechter en op de nog te nemen beslissing van het Commissie van Beroep. De Kantonrechter acht het oordeel over de stelling van de werkgever, het schoolbestuur, dat de leraar disfunctioneerde voorbehouden aan de Commissie van Beroep. Als het ontslag geen stand houdt, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden en aan de werknemer een vergoeding toegekend. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2009-521