Archief JWB

Dossiers

Arbeidsrecht Agenda

Kort nieuws

Meest gelezen

print pagina
verklein lettertype vergroot lettertype
Maandag 30 augustus 2010 - B7-10 1087

Rechtbank Amsterdam 26 april 2010, BN4403

Loonvordering na arbeidsconflict. Art. 7:628 BW 
   
De werkgever en de werknemer zijn in een arbeidsconflict geraakt waarna de werknemer zich heeft ziek gemeld. Vervolgens is een beëindigingsovereenkomst gesloten op basis waarvan de werkgever over de conflictperiode het loon zou betalen. De werkgever heeft echter slechts 70% van het loon voldaan. De werknemer vordert thans betaling van het resterende deel van het salaris. De kantonrechter oordeelt dat de situatieve arbeidsongeschiktheid als ziekte moest worden aangemerkt, waardoor de werkgever het ziekteverzuimprotocol had moeten toepassen. Hierin staat dat bij ziekte 90% van het salaris wordt doorbetaald. De werknemer heeft daarom recht op betaling van 90% van het loon.

Lees hier de uitspraak.
 
JWB Rechtspraak 2010-428



Dinsdag 17 augustus 2010 - B7-10 1067

Rechtbank Amsterdam 20 juli 2010, BN3074

Re-integratieverplichtingen na twee jaar arbeidsongeschiktheid. Art. 7:658a en 7:629 BW 
   
De werknemer is twee jaar arbeidsongeschikt wanneer zij in haar passende werkzaamheden opnieuw uitvalt. In een second opinion bij het UWV is komen vast te staan dat de werknemer de komende 26 weken geen passende arbeid kan verrichten bij de werkgever. De werknemer vordert doorbetaling van het loon, omdat zij zich beschikbaar heeft gehouden voor passende arbeid. De kantonrechter oordeelt dat het aanbod van de werknemer om haar eigen werkzaamheden te verrichten niet reëel is, omdat de werkneemster in second opinion volledig arbeidsongeschikt is bevonden. De werkgever hoefde op dit aanbod niet in te gaan. Het feit dat de werkgever al twee jaar het loon had doorbetaald brengt met zich dat thans geen grondslag bestaat voor doorbetaling van het loon. Volgt afwijzing van de vordering. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-401

 



Dinsdag 22 juni 2010 - B7-10 986

Rechtbank Amsterdam 12 april 2010, BM7560

Overgang van onderneming bij privatisering. Art. 7:662 BW 
   
De gemeente Amsterdam heeft de parkeerhandhaving geprivatiseerd. De werknemer heeft de arbeidsovereenkomst bij de nieuwe werkgever niet ondertekend, omdat hij zich op het standpunt stelt dat vanwege een overgang van onderneming dezelfde arbeidsvoorwaarden van toepassing blijven. De werknemer vordert in kort geding tewerkstelling op basis van zijn oude arbeidsvoorwaarden. De kantonrechter oordeelt dat bij privatisering van overheidsdiensten art. 7:662 BW niet van toepassing is, zodat het beroep van de werknemer hierop faalt. Wel moet de werkgever de werknemer opnieuw in de gelegenheid stellen akkoord te gaan met de nieuw aangeboden arbeidsvoorwaarden. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-319 



Maandag 21 juni 2010 - B7-10 985

Rechtbank Amsterdam 1 april 2010, BM7555

Ontbinding tijdens de opzegtermijn. Art. 7:685 BW 
   
De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd, waarna de werknemer een ontbindingsprocedure start. De werkgever besluit hierop de arbeidsovereenkomst onregelmatig voor een tweede keer op te zeggen. De kantonrechter oordeelt onder verwijzing naar HR 11 december 2009 (Van Hooff Elektra/Oldenburg-Pekel) dat de tweede opzegging door de werkgever rechtskracht ontbeert, waardoor het ontbindingsverzoek gewoon kan worden behandeld. Voorts oordeelt de kantonrechter dat de vergoeding conform het sociaal plan zou leiden tot een evident onbillijke uitkomst. De kantonrechter besluit daarom de arbeidsovereenkomst te ontbinden met C=1.  Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-320



Maandag 14 juni 2010 - B7-10 980

Rechtbank Amsterdam 24 maart 2010, BM6108

Ontslag op staande voet. Art. 7:677 en 7:678 BW 
   
Nadat de werkneemster is verteld dat de werkgever niet verder met haar wil, meldt de werkneemster zich ziek. Ondanks dat na een afkoelingsperiode diverse gesprekken zijn gevoerd, weigert de werkneemster de werkzaamheden te hervatten. Hierop wordt de werkneemster op staande voet ontslagen. De werkneemster start een loonprocedure en roept de nietigheid van het ontslag op staande voet in. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever juist heeft gehandeld door een afkoelingsperiode te hanteren en daarna diverse malen tracht een oplossing te zoeken. Dat de werkneemster zich onbereidwillig opstelt komt voor haar risico. Het ontslag op staande voet is terecht en de loonvordering wordt afgewezen. 
Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-316 



Vrijdag 11 juni 2010 - B7-10 979

Rechtbank Amsterdam 11 februari 2010, BM5692

Werknemersaansprakelijkheid; klokkenluider
   
De werknemer is op staande voet ontslagen omdat hij zich niet kan verenigen met het standpunt dat de werkgever ten opzichte van een klant inneemt. De werknemer speelt hierna een grote hoeveelheid vertrouwelijke informatie door naar de advocaat van de klant. De werkgever vordert onder meer teruggave van de informatie en vrijwaring ten aanzien van de ingestelde vordering tot schadevergoeding door de klant. De werknemer beroept zich op de bescherming van de klokkenluider, maar dit gaat volgens de kantonrechter niet op, nu openbaarmaking geen zwaarwegend publiek belang dient. Volgt toewijzing van de vorderingen. Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-306



Vrijdag 11 juni 2010 - B7-10 978

Rechtbank Amsterdam 22 februari 2010, BM5873

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   

De werkneemster heeft een affectieve relatie met haar college. Van deze collega is de arbeidsovereenkomst middels ontbinding geëindigd, hij is in dienst getreden bij een directe concurrent. De werkgever vordert ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werkneemster, wegens gewichtige redenen in de zin van een verandering in de omstandigheden. Werkneemster zou het in haar gestelde vertrouwen ernstig en onherstelbaar hebben geschonden. De kantonrechter oordeelt dat het aannemelijk is dat concurrentiegevoelige informatie bij de concurrent terecht komt en dat de arbeidsovereenkomst derhalve ontbonden dient te worden. Wel heeft de werkgever verwijtbaar jegens werkneemster gehandeld door haar te intimideren en op non-actief te stellen. Volgt ontbinding onder toekenning van een vergoeding van € 60.000,-. Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-305



Donderdag 10 juni 2010 - B7-10 976

Rechtbank Amsterdam 18 maart 2010, BM5981

Uitleg CAO conform CAO-norm 
   
De Vereniging Senioren ING vordert een verklaring voor recht dat zij aanspraak maken op een eenmalige uitkering zoals genoemd in het pensioenreglement. De kern van het geschil is de vraag naar de uitleg van een CAO-bepaling, in het bijzonder of de uitkering per september 2005 een eenmalig of structureel karakter heeft. De kantonrechter oordeelt dat de door de Hoge Raad gehanteerde CAO-norm het uitgangspunt vormt. Uit de context van de betreffende CAO-bepaling blijkt dat de eenmalige uitkering niet kan worden beschouwd als een structurele loonsverhoging. Volgt afwijzing van de vordering. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-304



Woensdag 05 mei 2010 - B7-10 917

Rechtbank Amsterdam 3 maart 2010, BM2253

Ongelijke behandeling door extra voorzieningen voor een beperkte groep werknemers. Art. 7:611 BW 
   
De werkneemster heeft in 2008 gebruikt gemaakt van de overbruggingskredietregeling van de werkgever. De werkgever heeft vervolgens met andere werknemer financieel gunstigere afspraken gemaakt. De werkneemster stelt nu dat zij niet is geïnformeerd over andere mogelijkheden en dat daarom sprake is van ongelijke behandeling en daarmee schending van het goed werkgeverschap. De kantonrechter oordeelt dat inderdaad sprake is van ongelijke behandeling door de werkgever, maar dat geen sprake is van gelijke gevallen, omdat de werkgever de informatie over andere regelingen niet uit zichzelf had hoeven verstrekken. Er is daarmee geen sprake van schending van het goed werkgeverschap. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-252 



Woensdag 28 april 2010 - B7-10 904

Rechtbank Amsterdam 12 maart 2010, BM0858

Uitleg bonus- en optieregeling. Art. 7:611 BW 
   

De werknemer heeft bij het aangaan van zijn arbeidsovereenkomst in 2007 afgesproken dat hij een bonus zou krijgen van 15% van zijn jaarinkomen indien hij zijn doelstelling zou halen. Daarnaast heeft de werknemer recht op een optieregeling wanneer hij in 2012 nog in dienst zou zijn. De arbeidsovereenkomst is in 2009 ontbonden en thans vordert de werknemer nakoming van zijn bonusregeling en optieregeling. De kantonrechter oordeelt nu geen doelstellingen zijn vastgesteld, dit de werknemer niet kan worden aangerekend. Nu blijkt dat de werknemer verder goed heeft gefunctioneerd, heeft hij recht op de bonusregeling. Voor de optieregeling geldt dat de werknemer simpelweg niet aan de voorwaarde voldoet van het in dienst zijn in 2012. Deze vordering wordt dus afgewezen.  Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-237



Woensdag 28 april 2010 - B7-10 903

Rechtbank Amsterdam 1 maart 2010, BM0953

Beëindiging lidmaatschap OR van rechtswege. Art. 1 en 12 WOR 
   
De werknemer besluit van de mogelijkheid tot vervroegde uittreding gebruik te maken zodat hij in april 2011 kan stoppen met werken. Onderdeel van de regeling is, dat de werknemer al zijn verlofuren moet opmaken, zodat de werknemer vanaf 24 januari 2010 met verlof is. De werknemer is echter nog voorzitter van de OR tot 2012. De werkgever stelt dat de vervroegde uittreding van de werknemer van rechtswege het einde van zijn lidmaatschap van de OR per 24 januari 2010 met zich brengt. De OR betwist dit en eist dat de werknemer wordt toegelaten tot zijn OR-werkzaamheden. De kantonrechter oordeelt dat het enkele feit dat de werknemer geen werkzaamheden meer verricht in de onderneming niet meebrengt dat daarmee ook zijn OR-lidmaatschap van rechtswege wordt beëindigd. De OR wordt in het gelijkgesteld. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-245



Woensdag 28 april 2010 - B7-10 902

Rechtbank Amsterdam 26 februari 2010, BM0827

Schorsing bij verdenking van fraude. Art. 7:611 en 7:628 BW 
   
De werkgever is in 2001 in dienst getreden bij de werkgever, maar was tevens aandeelhouder van een andere onderneming. Naar aanleiding van een publicatie in de Telegraaf vermoedt de werkgever dat de werknemer in de periode 2004-2006 publiek geld heeft verduisterd en dus fraude heeft gepleegd. De werknemer wordt vanwege deze verdenking op non-actief gesteld. De werknemer betwist de frauduleuze handelingen en vordert wedertewerkstelling. De voorzieningenrechter oordeelt dat niet aan de CAO-voorwaarden voor non-actiefstelling is voldaan en dat hervatting van de werkzaamheden door de werknemer het onderzoek van de werkgever niet in de weg zou staan. Volgt toewijzing van de vordering. Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-238 



Dinsdag 27 april 2010 - B7-10 899

Rechtbank Amsterdam 1 februari 2010, BM0969

Loondoorbetaling bij ziekte; passende arbeid wordt bedongen arbeid. Art. 7:629 en 7:611 BW 
   
De werkneemster wordt in 2007 arbeidsongeschikt wegens schouderklachten en enkelklachten. Zij verricht sindsdien passende arbeid op de administratie. In september 2009 valt werkneemster geheel uit wegens andere klachten. De werkneemster vordert doorbetaling van loon op grond van art. 7:629 stellende dat de passende arbeid inmiddels de bedongen arbeid is geworden. De kantonrechter oordeelt dat de door de werkneemster verrichte passende arbeid inmiddels is verworden tot de nieuwe functie van de werkneemster. De hernieuwde uitval wegens arbeidsongeschiktheid brengt vervolgens met zich dat een nieuwe loondoorbetalingsperiode start. Lees hier de uitspraak. 

JWB Rechtspraak 2010-236



Dinsdag 30 maart 2010 - B7-10 848

Rechtbank Amsterdam 20 januari 2010, BL6654

Goed werkgeverschap bij vervallen optiepakket wegens finale kwijting. Art. 7:611 BW 
   
De arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de werknemer is met wederzijds goedvinden beëindigd. In de beëindigingsovereenkomst is een clausule van finale kwijting opgenomen. De werknemer vordert een vergoeding wegens het verlies van zijn optiepakket terwijl de werkgever zich beroept op de finale kwijting. De kantonrechter oordeelt dat het op de weg van de werkgever had gelegen om het optiepakket tijdens de onderhandelingen over de beëindiging ter sprake te brengen. Nu de werkgever dat niet heeft gedaan brengt het goed werkgeverschap met zich dat de werkgever alsnog een vergoeding naar redelijkheid en billijkheid moet betalen voor het verlies van het optiepakket.  Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-184



Dinsdag 16 maart 2010 - B7-10 819

Rechtbank Amsterdam 20 januari 2010, BL6654

Vergoeding voor vervallen optiepakket na beëindigingsovereenkomst. Art. 7:611 BW 
   
De werkgever en de werknemer hebben middels een beëindigingsovereenkomst de arbeidsovereenkomst beëindigd. In de beëindigingsovereenkomst is een vergoeding conform de kantonrechtersformule met C=1 overeengekomen. Er is echter niets gezegd over het optiepakket van de werknemer. Wel is finale kwijting over en weer verleend. De werknemer vordert thans een extra vergoeding voor het verlies van zijn optiepakket. De kantonrechter oordeelt dat het op de weg van de werkgever had gelegen om het optiepakket ter sprake te brengen. Nu dat niet is gebeurd moet de werknemer een extra vergoeding worden gegeven voor het verlies van zijn optiepakket, ondanks de finale kwijting. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-154