Archief JWB

Dossiers

Arbeidsrecht Agenda

Kort nieuws

Meest gelezen

print pagina
verklein lettertype vergroot lettertype
Dinsdag 03 augustus 2010 - B7-10 1042

Rb. Arnhem 24 juni 2010, BN1785

Relatiebeding. Art. 7:653 BW 
   
De werkgever vordert in kort geding een verklaring voor recht dat de werknemer in strijd met zijn arbeidsovereenkomst en/of vaststellingsovereenkomst werkzaamheden heeft verricht voor relaties van de werkgever, alsmede een voorschot op de verbeurde boetes. De voorzieningenrechter oordeelt dat de verklaring voor recht niet in kort geding kan worden toegewezen. De vordering ziet op een verklaring voor recht omtrent de rechtsverhouding tussen partijen en is naar zijn aard daarom niet voorlopig. De vordering betreffende de verbeurde boetes mist spoedeisend belang, zodat ook deze moet worden afgewezen. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-377 



Donderdag 29 juli 2010 - B7-10 1037

Rechtbank Arnhem 15 juli 2010, BN1498

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werkgever heeft vanwege de slechte bedrijfseconomische omstandigheden voorgesteld dat de werknemer zijn auto van de zaak in moet leveren. De werkgever wil hiervoor financiële compensatie bieden of de werknemer financieel bijstaan zodat deze de auto kan overnemen. De werknemer weigert en stelt dat mediation nodig is. De werkgever start vervolgens een ontbindingsprocedure. In de ontbindingsprocedure stuurt de kantonrechter aan op mediation, hetgeen de werknemer vervolgens weigert. De kantonrechter oordeelt dat de weigering van de werknemer in strijd is met het goed werknemerschap en ontbindt de arbeidsovereenkomst zonder vergoeding. Lees hier de uitspraak. 

JWB Rechtspraak 2010-370



Dinsdag 13 juli 2010 - B7-10 1007

Rechtbank Arnhem 18 juni 2010, BM9734

Toestemmingsvereiste; kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW en 2 BBA 
   
De werknemer is via de gemeente Nijmegen bij de werkgever terechtgekomen, die hem vervolgens heet gedetacheerd bij X. Nadat de werknemer heeft aangegeven niet verder te willen bij X, wordt zijn arbeidsovereenkomst opgezegd. De werknemer stelt dat geen toestemming is gevraagd en vordert vernietiging van de opzegging, en subsidiair een vergoeding uit kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever zodanig gelieerd was aan de gemeente dat conform art. 2 lid 1 sub a BBA geen toestemming was vereist. Tevens is het ontslag niet kennelijk onredelijk, omdat de werknemer zelf heeft bijgedragen aan het einde van de arbeidsovereenkomst.  Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-344



Donderdag 20 mei 2010 - B7-10 945

Rechtbank Arnhem 30 maart 2010, BM3594

Schadeplichtigheid vanwege opzeggen arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Art. 7:667 lid 3 BW 
   
De werknemer heeft een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van 5 maanden. Na 2,5 maand wordt de werknemer op staande voet ontslagen wegens disfunctioneren. De werknemer vordert zowel gefixeerde schadevergoeding als kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van een dringende reden, noch van beëindiging met wederzijds goedvinden. Bovendien is geen tussentijds opzegbeding opgenomen, waardoor de werkgever niet gerechtigd was tot tussentijdse beëindiging. Het ontslag is derhalve kennelijk onredelijk, waarbij de schade wordt begroot op de resterende looptijd van het contract. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-279 



Donderdag 22 april 2010 - B7-10 893

Rechtbank Arnhem 19 maart 2010, BM0584

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werkneemster heeft gedurende een periode allerlei ernstige ziektes voorgewend waardoor zij in haar taken is ontzien. Later blijkt dat de werkneemster vanwege psychische klachten tot deze leugens is gekomen. De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie die – ondanks de psychische ziekte – voor rekening van de werkneemster komt. Volgt ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding van C = 0,5. Lees hier de uitspraak.
 

JWB Rechtspraak 2010-226



Vrijdag 09 april 2010 - B7-10 878

Rechtbank Arnhem 19 maart 2010, BL9028

Ontslag op staande voet. Art. 7:677 en 7:678 BW 
   
De werkgever is er tijdens een ziekteperiode van de werknemer achter gekomen dat de werknemer haar plichten uit de arbeidsovereenkomst niet nakwam. Zij heeft zonder toestemming de groepsindeling van de kinderen in de buitenschoolse opvang aangepast en zij heeft belangrijke informatie achtergehouden. De werkgever is overgegaan tot ontslag op staande voet. De werknemer verzet zich hiertegen en vordert doorbetaling van loon. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever niet eerder op- of aanmerkingen had op het functioneren van de werknemer en dat er daarom onvoldoende reden is om haar vanwege deze feiten op staande voet te ontslaan. De loonvordering wordt toegewezen. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-209 



Donderdag 01 april 2010 - B7-10 859

Rechtbank Arnhem 11 maart 2010, BL7426

Vordering loondoorbetaling. Art. 3:35 BW; 7:611 BW 
   
Vordering tot doorbetaling van loon wordt toegewezen. Werknemer had na onenigheid met collega 's opgezegd. Vaststaat dat werkgever geen onderzoek heeft gedaan of de werknemer de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met alle gevolgen wenst. De kantonrechter oordeelt dat onder omstandigheden goed werkgeverschap, althans de beginselen van redelijkheid en billijkheid een beroep van de werkgever op art.3.35 BW in de weg staan, wanneer onvoldoende is komen vast te staan dat werkgever enig relevant nadeel zou ondervinden ingeval de werknemer niet aan de opzegging wordt gehouden. Lees hier de uitspraak.
 
JWB Rechtspraak 2010-181

 



Woensdag 31 maart 2010 - B7-10 854

Rechtbank Arnhem 2 maart 2010, BL7617

Non-concurrentiebeding. Art. 7:653 lid 2 BW 
   
In het kader van dit kort geding kan niet zonder meer worden aangenomen dat de bodemrechter het non-concurrentiebeding geheel of ten dele zal vernietigen op de voet van het bepaalde in artikel 7:653, lid 2 BW. De daarop vooruitlopende vordering van eis.conv./ged.reconv. moet daarom worden afgewezen. Uit hetgeen in conventie is overwogen volgt dat het door ged.conv./eis.reconv. gevorderde verbod tot indiensttreding van eiser in conventie/gedaagde in reconventie bij Media Markt Arnhem toewijsbaar is. Lees hier de uitspraak.
 
JWB Rechtspraak 2010-180



Woensdag 31 maart 2010 - B7-10 853

Rechtbank Arnhem 26 februari 2010, BL6865

Overtreding non-concurrentiebeding. Art. 7:653 BW 
   
De werknemer is in dienst bij Elektrokoopjes en heeft met die werkgever een concurrentiebeding. De werknemer krijgt een aanbod van MediaMarkt en wil daar graag in dienst treden. De werknemer verzoekt vernietiging van het concurrentiebeding, terwijl de werkgever handhaving verzoekt in een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat Elektrokoopjes een directe concurrent is van MediaMarkt en dat het belang van de werkgever daarom prevaleert boven het belang van de werknemer. Het concurrentiebeding blijft derhalve gehandhaafd. Lees hier de uitspraak.
 

JWB Rechtspraak 2010-185 



Donderdag 18 maart 2010 - B7-10 824

Rechtbank Arnhem 22 februari 2010, BL6596

Einde van de arbeidsovereenkomst van rechtswege; uitleg cao. Art. 7:668 en 7:668a BW 
   
De werkgever en de werknemer zijn een arbeidsovereenkomst aangegaan voor de duur van zes maanden. De werknemer meent dat met hem is overeengekomen dat na afloop van die zes maanden hij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou krijgen. De werkgever stelt dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd twee maal stilzwijgend is verlengd voor zes maanden en dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt conform art. 7:668 BW. De kantonrechter oordeelt dat uitleg van de arbeidsovereenkomst en de cao met zich brengen dat niet kan worden gezien waarom de arbeidsovereenkomst voor de duur van zes maanden van rechtswege zou zijn omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Er heeft tweemaal een stilzwijgende verlenging plaatsgevonden, waardoor de arbeidsovereenkomst nu van rechtswege is geëindigd. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-156



Vrijdag 19 februari 2010 - B7-10 782

Rechtbank Arnhem 4 februari 2010, BL2822

Kwalificatie arbeidsovereenkomst. Art. 7:610 BW 
   
De werker heeft in het kader van zijn opleiding een Praktijkarbeidsovereenkomst gesloten. Vanwege onvoldoende inzet heeft de ‘werkgever’ de overeenkomst beëindigd. De werker beroept zich op de ontslagbescherming uit boek 7 titel 10. De vraag is of sprake is van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in art. 7:610 BW. De voorzieningenrechter oordeelt dat de naamgeving niet doorslaggevend is. Er moet worden gekeken welk element in de overeenkomst centraal stond, het leerelement of het werkelement. Het Hof oordeelt in casu dat sprake is van overwegend een leerelement, waardoor geen arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:610 BW bestaat. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-105



Woensdag 17 februari 2010 - B7-10 773

Rechtbank Arnhem 7 januari 2010, BL1526

Op non-actief stellen van werknemer in strijd met goed werkgeverschap. Art. 7:611 BW 
   
De werknemer is door de werkgever op non-actief gesteld en daarbij is hem een tijdelijk verbod opgelegd zijn werkzaamheden te verrichten. De werknemer vordert wedertewerkstelling, omdat hij het werkverbod in strijd acht met het goed werkgeverschap van art. 7:611 BW. De voorzieningenrechter oordeelt dat het goed werkgeverschap meebrengt dat de werkgever wedertewerkstelling alleen mag weigeren wanneer hij hiertoe een zwaarwegende grond heeft, bijvoorbeeld ernstig wangedrag van de werknemer. In casu zijn deze zwaarwegende gronden er niet, dus wordt de werkgever veroordeeld tot wedertewerkstelling van de werknemer. Lees hier de uitspraak

JWB Rechtspraak 2010-106



Woensdag 10 februari 2010 - B7-10 751

Rechtbank Arnhem 21 december 2009, BL0394

Onderwerp: Onrechtmatige concurrentie. Art. 6:162 BW    

De werknemer heeft zeven jaar voor de werkgever gewerkt, wanneer hij besluit voor zichzelf te gaan beginnen. Hij maakt daarbij gebruik van hetzelfde systeem als waarmee de (ex-)werkgever werkt. De werkgever vordert als voorlopige voorziening dat de werknemer wordt verboden met hetzelfde systeem te werken, omdat hiermee onrechtmatig zou worden geconcurreerd. De voorzieningenrechter oordeelt dat in een kort geding-procedure niet kan worden geoordeeld of hier sprake is van onrechtmatige concurrentie, daarvoor is verdere bewijslevering nodig. De vordering van de werkgever wordt daarom afgewezen en er wordt verwezen naar een bodemprocedure. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-76



Donderdag 04 februari 2010 - B7-10 731

Rechtbank Arnhem 13 januari 2010, BL0083

Loondoorbetaling tijdens ziekte. Art. 7:629 BW 
   
De werknemer heeft zich in augustus 2009 arbeidsongeschikt gemeld en heeft sindsdien geen loon meer ontvangen. Hij vordert alsnog doorbetaling van zijn loon tijdens ziekte. De werkgever erkent de loondoorbetalingsverplichting maar wijst op de slechte financiële situatie die het hem onmogelijk maakte het loon door te betalen. De werkgever vraagt de wettelijke verhoging en wettelijke rente te matigen. De kantonrechter oordeelt dat de loonvordering moet worden toegewezen en dat de rente en verhoging niet zullen worden gematigd, omdat de werkgever zijn stellingen onvoldoende met stukken heeft onderbouwd. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-64



Woensdag 27 januari 2010 - B7-10 716

Rechtbank Arnhem 9 december 2009, BK9303

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werknemer heeft zich ziek gemeld en is in verloop van tijd door zowel de bedrijfsarts als de verzekeringsarts weer arbeidsgeschikt verklaard. De werknemer volhardt echter in zijn mening – onder verwijzing naar zijn psychiater - dat hij arbeidsongeschikt is en weigert mee te werken aan zijn re-integratie. De werkgever verzoekt nu ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat geen reden is om af te wijken van het oordeel van de bedrijfs- en verzekeringsarts en dat het weigeren van de werknemer om mee te werken aan zijn re-integratie een grond is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-45