Archief JWB

Dossiers

Arbeidsrecht Agenda

Kort nieuws

Meest gelezen

print pagina
verklein lettertype vergroot lettertype
Woensdag 12 mei 2010 - B7-10 928

Rechtbank Assen 24 maart 2010, BM2759

Nietigheid WCAO, pakketvergelijking, Teunissen/Welter. Art. 12 WCAO en 6:248 BW 
   
De werknemer vordert ruim 2 jaar na het einde van zijn dienstverband achterstallig loon, vanwege de vermeende nietigheid van zijn all in-loon uit zijn arbeidsovereenkomst op grond van art. 12 WCAO in combinatie met het arrest Teunissen/Welter. De kantonrechter oordeelt dat vanwege de lange periode tussen einde dienstverband en de vordering van de werknemer sprake is van rechtsverwerking. De werkgever mocht er naar redelijkheid vanuit gaan dat de werknemer zich niet (meer) zou beroepen op eventuele aanspraken. Bovendien overweegt de kantonrechter dat hij geen aanleiding ziet de bepaling in de arbeidsovereenkomst nietig te verklaren. Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-262



Dinsdag 11 mei 2010 - B7-10 926

Rechtbank Assen 9 maart 2010, BM2724

Werkgeversaansprakelijkheid. Art. 7:658 BW 
    
De werknemer is werkzaam in de functie van spuiter en komt in het kader van zijn werkzaamheden in aanraking met giftige stoffen. Wanneer de werknemer klachten ondervindt vanwege de aandoening CTE stelt hij de werkgever aansprakelijk. De werkgever betwist de ziekte van de werknemer alsmede het causaal verband tussen werkzaamheden en aandoening. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer moet bewijzen dat hij is blootgesteld aan gevaarlijke stoffen en vervolgens dat aannemelijk is dat hij lijdt aan een ziekte die door deze stoffen kan zijn veroorzaakt. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad moet de werkgever in deze gevallen aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Volgt aanhouding van de zaak voor bewijslevering. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-263



Donderdag 01 april 2010 - B7-10 857

Rechtbank Assen 3 maart 2010, BL6817

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
   
Kern De werknemer is medewerker huisvesting bij de werkgever. In strijd met de instructies heeft de werknemer een collega binnengelaten en weer naar buiten gelaten zonder deze te controleren. Achteraf blijkt dat deze collega twee laptops heeft gestolen. De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden dan wel verandering van de omstandigheden. De kantonrechter oordeelt dat niet blijkt dat de werknemer samenspande met zijn collega. Het feit dat hij onzorgvuldig is geweest levert noch een dringende reden, noch verandering in de omstandigheden op. Volgt afwijzing van het verzoek. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-187



Donderdag 01 april 2010 - B7-10 855

Rechtbank Assen 2 maart 2010, BL6835

Loonvordering op grond van CAO na beëindiging dienstverband. Art. 7:900 BW, 3 Wet AVV 
   
De werknemer vordert na afloop van zijn dienstverband, waarbij een finale kwijtingclausule is opgenomen alsnog achterstallig loon op grond van een algemeen verbindend verklaarde CAO. De werkgever beroept zich op de vaststellingsovereenkomst en de daarin opgenomen finale kwijting. De kantonrechter meent dat de werkgever zich niet op de finale kwijting kan beroepen, nu het erop lijkt dat deze clausule onder dwang tot stand is gekomen. De vordering van de werknemer moet worden toegewezen. Lees hier de uitspraak. 
   

JWB Rechtspraak 2010-186 



Woensdag 31 maart 2010 - B7-10 849

Rechtbank Assen 9 februari 2010, BL6787

Zwaarder drukken non-concurrentiebeding. Art. 7:653 en 7:665a BW 
    
De werknemer heeft met de werkgever een concurrentiebeding gesloten. Als de werkgever via overgang van onderneming zijn bedrijf wil overdragen, wil de werknemer niet mee en elders gaan werken. De werkgever beroept zich op het concurrentiebeding. De werknemer stelt dat sprake is van zwaarder drukken van het concurrentiebeding dan wel dat de werkgever geen gerechtvaardigd belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding. De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van toepassing van het zwaarder drukken-criterium. Wel vindt de kantonrechter dat de werkgever geen gerechtvaardigd belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding, nu hij zijn verplichtingen op grond van art. 7:665a heeft geschonden. Lees hier de uitspraak.
   
JWB Rechtspraak 2010-188 



Woensdag 17 maart 2010 - B7-10 820

Rechtbank Assen 3 februari 2010, BL6404

Zwaarder drukken van het concurrentiebeding. Art. 7:653 BW 
   
De ex-werkgever en de werknemer zijn bij aangaan van de arbeidsovereenkomst een concurrentiebeding overeengekomen. Na een overgang van onderneming heeft de werknemer nog een tijdje voor de ex-werkgever gewerkt en vervolgens een nieuwe baan gevonden. Negen maanden later doet de ex-werkgever een beroep op het concurrentiebeding. De kantonrechter oordeelt dat na de overgang van onderneming sprake is geweest van een ingrijpende functiewijziging zodanig dat het concurrentiebeding aanmerkelijke zwaarder is gaan drukken. Er bestond dus geen concurrentiebeding meer en zodoende kan de werkgever hierop geen beroep doen. De kantonrechter merkt nog op dat het opmerkelijk is dat bij andere werknemers geen beroep op het concurrentiebeding is gedaan, zodat de werkgever sowieso geen gerechtvaardigd belang had bij handhaving van het concurrentiebeding. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-157



Maandag 28 december 2009 - B7-10 658

Rechtbank Assen 18 november 2009, BK6597

Geen aansprakelijkheid voor schade tijdens de uitoefening van werkzaamheden vanwege roekeloosheid werknemer. Art. 7:658 BW, artikel 7:611 BW 
   
De werknemer vordert vergoeding van schade die hij heeft geleden tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden. De Rechtbank oordeelt dat de werkgever niet aansprakelijkheid is ex. artikel 7:658 BW en artikel 7:611 BW voor het de werknemer overkomen ongeval. De werknemer heeft zonder daartoe opdracht te hebben gekregen onnodig en gelet op omvang, gewicht en constructie van het apparaat, op onverantwoorde wijze een apparaat verplaatst, dat is gekanteld. De werknemer is onder het gekantelde apparaat terecht gekomen en heeft daar letsel aan overgehouden. Geconcludeerd wordt dat waar het begrip bewuste roekeloosheid in artikel 7:658 lid 2 BW in feite een loze bepaling lijkt te zijn, gelet op de zeer beperkte uitleg daarvan door de Hoge Raad, onverantwoord gedrag van een werknemer wel gevolgen kan hebben voor de vraag of de werkgever heeft voldaan aan zijn zorgplicht. In aanmerking genomen dat de werkgever zijn werknemer niet tegen ieder hem bekend gevaar moet beschermen, had in dit geval niet in redelijkheid van de werkgever hoeven te worden verwacht dat hij de werknemer extra had gewaarschuwd omdat niet kon worden voorspeld dat een weldenkend mens in de gegeven omstandigheden in zijn eentje tot verplaatsing van het apparaat zou overgaan. Ook het beroep op artikel 7:611 BW kan geen doel treffen omdat de eisen gesteld aan het goed werkgeverschap van artikel 7:611 BW niet meer of iets anders inhouden dan die gesteld aan de zorgplicht van artikel 7:658 BW. Van bijzondere omstandigheden, waardoor de werkgever die aan zijn zorgplicht heeft voldaan maar als goed werkgever wel aansprakelijk zou kunnen worden gehouden voor door de werknemer geleden schade, is in deze zaak geen sprake. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2009-598 



Woensdag 02 december 2009 - B7-10 597

Rechtbank Assen 12 november 2009, BK3557

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werkneemster is werkzaam is als manager bij de werkgever. Na een reorganisatie komt er een nieuwe functie als manager vrij, waarvoor de werkgever de werkneemster niet geschikt acht. De werkneemster vindt zichzelf wel geschikt, waarna zij op non-actief wordt gesteld. Uit onderzoek van een onafhankelijke derde blijkt dat de werkneemster wel geschikt is voor de nieuwe managementfunctie. De arbeidsrelatie is echter dusdanig verstoord dat de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzoekt. De kantonrechter concludeert dat de verstoorde arbeidsrelatie is te wijten aan de werkgever en kent een vergoeding toe met c=1,5. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2009-532



Dinsdag 24 november 2009 - B7-10 576

Rechtbank Assen 29 september 2009, BK2046

Ontslag op staande voet. Art. 7:677 BW 
   
De werkgever heeft de werknemer die 20 jaar in dienst is op staande voet ontslagen. De bedrijfsarts had de werknemer arbeidsgeschikt verklaard voor gedeeltelijke werkhervatting. Ondanks het feit dat de werknemer tot driemaal toe was gesommeerd om haar werkzaamheden te hervatten, is zij niet verschenen. Zij heeft evenmin een second opinion aangevraagd. Dat is pas na het ontslag op staande voet gebeurd. De Kantonrechter is van oordeel dat, gelet op de feiten en omstandigheden in de onderhavige situatie, het ontslag op staande voet een te zware maatregel is. Niet gezegd kan worden dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Niet valt in te zien waarom niet eerst is volstaan met de sanctie van het stopzetten van de loonbetaling, gelet op de ingrijpende gevolgen van een ontslag op staande voet en de extra druk die een ontslag op staande voet met zich brengt. Volgt afwijzing van het verzoek. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2009-511 



Dinsdag 19 mei 2009 - B7-10 256

Rechtbank Assen 29 april 2009, BI3756

Geldigheid van een concurrentiebeding na overgang onderneming. Art. 7:653 BW 
   
In casu ligt de vraag voor of een eerder gesloten concurrentiebeding tussen de werknemer en de nieuwe werkgever geldig blijft zonder dat dit opnieuw schriftelijk is aangegaan bij de overgang van een onderneming ex. artikel 7:662 BW. In zo’n geval is er altijd sprake van een van rechtswege overgaan van de rechten en verplichtingen op de nieuwe werkgever en van de rechten en verplichtingen van de werknemer. Daaronder valt tevens het concurrentiebeding (NJ 1988, 235). Als er sprake is van inbreng van een onderneming in een andere rechtsvorm of splitsing van de activiteiten van een onderneming, zoals in casu, zal er niet altijd ook sprake zijn van overgang van een onderneming in de zin van artikel 7:662 BW. Als dat niet het geval is, dient naar het oordeel van de Kantonrechter het oude beding opnieuw schriftelijk te worden aangegaan met de nieuwe werkgever, ook als de arbeidsovereenkomst stilzwijgend met die nieuwe werkgever is voortgezet en daarbij de rechtspositie van de werknemer niet wordt aangetast doordat dezelfde arbeidsvoorwaarden blijven gelden. De kantonrechter baseert dit oordeel op het standpunt uit NJ 1988, 234 dat de wet voor het aangaan van een concurrentiebeding strengere voorwaarden heeft gesteld dan voor de arbeidsovereenkomst in het algemeen. Lees hier de uitspraak. 

JWB Rechtspraak 2009-179 



Woensdag 15 april 2009 - B7-10 190

Rechtbank Assen 25 maart 2009, BH9852

Ontbindingsverzoek bij frequent ziekteverzuim toegewezen onder verwijzing naar CWI-criteria. Art. 7:685 BW 
   
De werkgever verzoekt de ontbinding van een arbeidsovereenkomst van een frequent zieke werknemer. Met betrekking tot de vraag of sprake is van een verandering in de omstandigheden als gevolg van de frequente ziekmeldingen, overweegt de kantonrechter dat gezien de feiten er kan worden gesproken van een verandering in de omstandigheden. Volgens de Kantonrechter is de verandering zodanig dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve behoort te eindigen. Daarbij stelt de Kantonrechter voorop dat de ziekmeldingen niet werkgerelateerd zijn en dat ontbinding, net als opzegging, op grond van frequente ziekmeldingen mogelijk is. Daarbij neemt de Kantonrechter in de beoordeling tevens de criteria die het CWI hanteert bij opzegging mee. Te weten: (1) er moet sprake zijn van regelmatig ziekteverzuim, (2) dit ziekteverzuim moet dusdanig verstorend werken op het arbeidsproces of onevenredig zwaar drukken op de andere werknemers dat het van de werkgever in redelijk niet verlangd kan worden de arbeidsrelatie voort te zetten, (3) naar verwachting zal de werknemer niet binnen 26 weken hersteld zijn en (4) het is redelijkerwijs niet mogelijk de werknemer te herplaatsen in een aangepaste of andere passende functie binnen de organisatie. Volgt toewijzing van het verzoek. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2009-131



Woensdag 08 april 2009 - B7-10 173

Rechtbank Assen 19 maart 2009, BH8243

Zwaarder drukkend concurrentiebeding. Art. 7:653 BW 
   
De werkgever vordert in kort geding dat de oud-werknemer schending van het concurrentiebeding staakt. Bij beoordeling van de vordering acht de Kantonrechter de vraag van belang of aannemelijk is geworden dat een bodemrechter tot het oordeel zal komen dat het concurrentiebeding is komen te vervallen omdat het beding zwaarder op de werknemer is gaan drukken. Als uitgangspunt heeft te gelden dat een concurrentiebeding in de zin van artikel 7:653 BW geheel of gedeeltelijk zijn geldigheid verliest en opnieuw schriftelijk moet worden overeengekomen als allereerst sprake is van een wijziging van de arbeidsverhouding van ingrijpende aard en daarnaast dat die wijziging meebrengt dat het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder op de werknemer is gaan drukken. Voor wat betreft het laatste element overweegt de Kantonrechter dat met inachtneming van oa. het arrest van de Hoge Raad (NJ 2008,502) dient te worden beoordeeld of de functiewijziging voorzienbaar was bij de aanvang van het dienstverband, alsook of (handhaving van) het beding na de beëindiging van het dienstverband voor de werknemer een belemmering vormt om een nieuwe, gelijkwaardige werkkring in loondienst of als zelfstandig ondernemer te vinden. Beantwoording van de vragen leidt er toe dat de Kantonrechter de vordering afwijst.  Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2009-110



RSS Feed