Archief JWB

Dossiers

Arbeidsrecht Agenda

Kort nieuws

Meest gelezen

print pagina
verklein lettertype vergroot lettertype
Woensdag 18 augustus 2010 - B7-10 1070

Rechtbank Den Bosch 30 juli 2010, BN2992

Onrechtmatige concurrentie door ex-werknemer. Art. 6:162 BW 
   

De werkgever vordert een schadevergoeding op grond van onrechtmatige concurrentie van een ex-werknemer. De voorzieningenrechter oordeelt dat het enkele feit dat een ex-werknemer bij een concurrerend bedrijf in dienst treedt en vergelijkbare werkzaamheden gaat verrichten nog geen onrechtmatige concurrentie oplevert, ook niet als hij daarbij kennis van de werkgever gebruikt. Echter, in casu is de ex-werknemer verder gegaan dan dat. De ex-werknemer heeft zelfstandig klanten van de werkgever benaderd, welke vervolgens allemaal zijn overgestapt naar het nieuwe bedrijf van de ex-werknemer. Hiermee handelt de ex-werknemer onrechtmatig en dient een schadevergoeding te worden toegekend. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-400



Maandag 16 augustus 2010 - B7-10 1064

Rechtbank Den Bosch 1 juli 2010, BN3095

Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW 
   
De werknemer is 53 jaar oud en ruim 30 jaar in dienst bij de werkgever, wanneer haar arbeidsplaats vanwege een reorganisatie komt te vervallen. De werkgever heeft het dienstverband opgezegd en thans vordert de werknemer een schadevergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever bij ontslag van werknemers met een dergelijk lang dienstverband extra inspanningen moet verrichten om de werknemer elders onder te brengen. Nu werkgever maar weinig aan herplaatsing heeft gedaan, is het ontslag kennelijk onredelijk. De schade wordt begroot op een kwart van de inkomsten die de werknemer tot haar 60e zou hebben verdiend bij de werkgever. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-398



Maandag 16 augustus 2010 - B7-10 1063

Rechtbank Den Bosch 12 februari 2009, BN3087

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werknemer is slechts een jaar in dienst wanneer de werkgever een ontbindingsverzoek indient wegens disfunctioneren. De werknemer betwist het disfunctioneren en stelt dat hij hierop nooit is aangesproken. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever onvoldoende heeft aangetoond dat de werknemer disfunctioneert. Bovendien heeft de werkgever nagelaten een verbetertraject aan te bieden. Evenwel is een verstoorde arbeidsrelatie ontstaan, waardoor het verzoek wordt toegewezen. De kantonrechter laat de kantonrechtersformule buiten beschouwing, omdat toepassing daarvan gezien het korte dienstverband tot een onaanvaardbaar lage vergoeding zou leiden. Er worden daarom 6 maandsalarissen toegekend aan de werknemer.

Lees hier de uitspraak.

 

JWB Rechtspraak 2010-399



Dinsdag 27 juli 2010 - B7-10 1034

Rechtbank ’s-Hertogenbosch 8 juli 2010, BN0899

Uitleg reikwijdte concurrentiebeding. Art. 7:653 BW 
   
De werknemer is in dienst als inkoper bij de werkgever en heeft met deze werkgever een concurrentiebeding gesloten. De werkgever is gericht op werkzaamheden in de groothandel. In het concurrentiebeding staat dat de werknemer niet bij een bedrijf te gaan werken concurrerend aan dat van de werkgever. De werknemer wil vervolgens in dienst treden bij een bedrijf dat zich met name richt op de detailhandel. De vraag is of hiermee schending van het concurrentiebeding plaatsvindt. De kantonrechter oordeelt dat het verschil tussen het bedienen van de groothandel en het bedienen van de detailhandel zo wezenlijk is dat het in dienst treden bij de nieuwe werkgever geen schending van het concurrentiebeding meebrengt. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-366



Maandag 26 juli 2010 - B7-10 1032

Rechtbank ’s-Hertogenbosch 30 juni 2010, BN1389

Beslaglegging voordat kennelijk onredelijk ontslag is uitgesproken. Art. 7:681 BW  

De werknemer is door zijn werkgever ontslagen en heeft aangekondigd een kennelijk onredelijk ontslagprocedure te gaan starten. Vooruitlopend op deze procedure wil de werknemer alvast beslagleggen bij de werkgever. De voorzieningenrechter oordeelt dat wanneer nog geen kennelijk onredelijk ontslag is uitgesproken door de kantonrechter in beginsel geen beslaglegging mogelijk is. Slechts wanneer de kans dat de vordering gaat ontstaan heel groot is en er een groot verhaalsrisico bestaat kan eventueel conservatoir beslag op voorhand worden gelegd. In casu is hiervan geen sprake, zodat het verlof tot beslaglegging moet worden afgewezen. Lees hier verder.

JWB Rechtspraak 2010-365



Woensdag 07 juli 2010 - B7-10 1003

Rechtbank Den Bosch 21 juni 2010, BM8770

Vernietiging van verlenging van de arbeidsovereenkomst wegens dwaling. Art. 6:228 BW 
   
De werkgever heeft het contract met de werknemer verlengd en omgezet van bepaalde tijd naar onbepaalde tijd. Achteraf komt de werkgever erachter dat de werknemer vanwege een TIA arbeidsongeschikt is geworden. De werknemer heeft dit niet aan de werkgever kenbaar gemaakt. De werkgever wil de arbeidsovereenkomst vernietigen wegens dwaling. De kantonrechter oordeelt dat vernietiging van een arbeidsovereenkomst wegens dwaling in beginsel wel mogelijk is, maar dat in casu strijd zou ontstaan met het gesloten stelsel van het ontslagrecht wegens schending van het opzegverbod tijdens ziekte. 

Lees hier de uitspraak


JWB Rechtspraak 2010-335 



Maandag 07 juni 2010 - B7-10 969

Rechtbank Den Bosch 20 mei 2010, BM5532

Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW 
   
De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst met werknemer opgezegd, na verkregen toestemming van het CWI. De werknemer stelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is op grond van het gevolgencriterium. De werkgever beroept zich op ‘ habe nichts-habe wenig’. De kantonrechter oordeelt dat de door de werknemer aangevoerde omstandigheden (langdurig dienstverband, leeftijd, kansen arbeidsmarkt en verslechterde inkomenspositie) in zijn algemeenheid het ontslag niet kennelijk onredelijk maken. De werkgever valt geen verwijt te maken en ook het niet aanbieden van een ontslagvergoeding maakt het ontslag niet kennelijk onredelijk. Volgt afwijzing van de vordering van de werknemer. Lees hier de uitspraak. 

JWB Rechtspraak 2010-303 



Donderdag 03 juni 2010 - B7-10 959

Rechtbank Den Bosch 29 april 2010, BM4630

Kwalificatie arbeidsovereenkomst. Art. 7:610 BW 
   
De werker verricht werkzaamheden voor de vermeende werkgever. Wanneer de werker arbeidsongeschikt wordt, weigert de vermeende werkgever het loon door te betalen. De werker stelt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, omdat aan de voorwaarden van art. 7:610 BW is voldaan. De vermeende werkgever stelt dat sprake is van een overeenkomst van opdracht gezien de partijbedoeling. De kantonrechter oordeelt dat weliswaar aan alle vereisten van art. 7:610 BW is voldaan, maar dat uit de getuigenverklaringen blijkt dat de bedoeling van partijen expliciet was om geen arbeidsovereenkomst te sluiten. De vordering wordt dus afgewezen. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-292  



Donderdag 27 mei 2010 - B7-10 952

Rechtbank Den Bosch 6 mei 2010, BM3939

Kennelijk onredelijk ontslag; sociaal plan. Art. 7:681 BW 
   
De werknemer is 62 jaar wanneer zijn arbeidsovereenkomst wordt opgezegd met toepassing van een sociaal plan. In het sociaal plan is een leeftijdonderscheid gemaakt. De werknemers die 62 jaar of ouder zijn, moeten met vroegpensioen en krijgen geen vergoeding. De werknemers jonger dan 62 krijgen een vergoeding met C=0,7. De werknemer stelt dat sprake is van leeftijdsdiscriminatie en vordert een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter stelt dat een sociaal plan met vakbonden in principe gevolgd moet worden, maar dat in casu sprake is van ongeoorloofd leeftijdonderscheid. Dit maakt het ontslag kennelijk onredelijk. Voor de hoogte van de vergoeding wordt aangesloten bij de regeling in het sociaal plan voor de jongere werknemers. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-285 



Dinsdag 25 mei 2010 - B7-10 950

Rechtbank Den Bosch 17 juli 2009, BM4017

Ontslag op staande voet. Art. 7:677 en 7:678 BW 
   
De werknemer heeft gedurende zijn werkzaamheden tezamen met twee andere werknemers spullen gestolen uit de tas van een klant. Toen de werkgever hier achter kwam heeft hij de werknemer direct op staande voet ontslagen. De werknemer stelt dat geen sprake is van een terecht ontslag op staande voet, omdat hij een opdracht van een leidinggevende zou hebben gehad. De werknemer vordert wedertewerkstelling en loondoorbetaling. De kantonrechter oordeelt dat niet is gebleken dat de werknemer handelde in opdracht van een leidinggevende. Daarnaast heeft de werknemer de verantwoordelijkheid voor zijn eigen handelen. Het ontslag op staande voet is derhalve terecht gegeven. Volgt afwijzing van de vordering van de werknemer. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-284



Dinsdag 18 mei 2010 - B7-10 938

Rechtbank Den Bosch 17 juli 2009, BM3849

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werknemer heeft gedurende zijn werkzaamheden tezamen met twee andere werknemers spullen gestolen uit de tas van een klant. Toen de werkgever hier achter kwam heeft hij de werknemer direct op staande voet ontslagen. Thans verzoekt de werkgever voorwaardelijke ontbinding. De kantonrechter oordeelt dat vanwege het gebrek aan betrouwbaarheid en integriteit geen sprake is van een basis voor verdere samenwerking tussen werkgever en werknemer. De oorzaak voor deze vertrouwensbreuk ligt volledig bij de werknemer. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-275 



Dinsdag 18 mei 2010 - B7-10 936

Rechtbank Den Bosch 17 juli 2009, BM3851

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werknemer heeft gedurende zijn werkzaamheden tezamen met twee andere werknemers spullen gestolen uit de tas van een klant. Toen de werkgever hier achter kwam heeft hij de werknemer direct op staande voet ontslagen. Thans verzoekt de werkgever voorwaardelijke ontbinding. De kantonrechter oordeelt dat vanwege het gebrek aan betrouwbaarheid en integriteit geen sprake is van een basis voor verdere samenwerking tussen werkgever en werknemer. De oorzaak voor deze vertrouwensbreuk ligt volledig bij de werknemer. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-273 



Dinsdag 18 mei 2010 - B7-10 937

Rechtbank Den Bosch 17 juli 2009, BM3850

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werknemer heeft gedurende zijn werkzaamheden tezamen met twee andere werknemers spullen gestolen uit de tas van een klant. Toen de werkgever hier achter kwam heeft hij de werknemer direct op staande voet ontslagen. Thans verzoekt de werkgever voorwaardelijke ontbinding. De kantonrechter oordeelt dat vanwege het gebrek aan betrouwbaarheid en integriteit geen sprake is van een basis voor verdere samenwerking tussen werkgever en werknemer. De oorzaak voor deze vertrouwensbreuk ligt volledig bij de werknemer. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-274 



Donderdag 29 april 2010 - B7-10 909

Rb. ’s-Hertogenbosch 15 april 2010, BM1247

Aansprakelijkheid werkgever voor misgelopen ZW-uitkering. Art. 6:74 BW 
   
De werkgever heeft bij uitdiensttreding van de werknemer verzuimd bij het UWV te melden dat de werknemer arbeidsongeschikt was. De werknemer heeft daardoor schade geleden vanwege het mislopen van een ZW-uitkering. Deze schade wil de werknemer thans verhalen op de werkgever. De werkgever stelt dat geen causaal verband bestaat tussen het niet melden van de arbeidsongeschiktheid en het mislopen van de uitkering, omdat niet met zekerheid valt te zeggen dat de werknemer de uitkering ook daadwerkelijk zou hebben gekregen. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever inderdaad tekort is geschoten in zijn meldingsplicht, maar dat het causale verband met de schade niet vaststaat. De werkgever wordt veroordeeld alsnog melding te doen bij het UWV. Het UWV moet vervolgens vaststellen dat de werknemer inderdaad recht heeft op een ZW-uitkering alvorens eventueel tot schadevergoeding kan worden overgegaan. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-235 



Dinsdag 20 april 2010 - B7-10 888

Rechtbank Den Bosch 7 januari 2010, BM0318

Kwalificatie arbeidsovereenkomst. Art. 7:610 BW 

 

De werker heeft een affectieve relatie gehad met een van de gedaagden en gedurende die periode op de manege van de gedaagde gewerkt tegen een vergoeding van EUR 600 en gratis kost en inwoning. Na de affectieve relatie stelt de werker dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat noch de partijbedoeling noch de feitelijke uitvoering leidt tot het oordeel dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Bovendien al zou wel sprake zijn van een arbeidsovereenkomst, dan is de EUR 600 en gratis kost en inwoning voldoende om aan het minimumloon te geraken. Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-221