Archief JWB

Dossiers

Arbeidsrecht Agenda

Kort nieuws

Meest gelezen

print pagina
verklein lettertype vergroot lettertype
Vrijdag 03 september 2010 - B7-10 1102

Rechtbank Dordrecht 20 augustus 2010, BN4507

Concurrentiebeding bij doorstart na faillissement. Art. 7:653 en 7:663 BW 
   
De curator heeft de arbeidsovereenkomst met de werknemer beëindigd. In deze arbeidsovereenkomst was een concurrentiebeding opgenomen. De werknemer treedt vervolgens bij een concurrent in dienst, terwijl de onderneming waaraan hij verbonden was een doorstart maakt. De doorstarter beroept zich vervolgens op het concurrentiebeding. De kantonrechter oordeelt dat bij een doorstart na faillissement art. 7:663 van toepassing is, maar dat dit niet zo ver gaat dat de doorstarter zich op het concurrentiebeding kan beroepen. Het concurrentiebeding is namelijk met de oude werkgever overeengekomen, dus slechts die oude werkgever kan zich jegens de werknemer op het concurrentiebeding beroepen. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-431



Dinsdag 31 augustus 2010 - B7-10 1091

Rechtbank Dordrecht 22 juli 2010, BN4515

Ontslag op staande voet zieke werknemer. Art. 7:677, 7:678, 7:629 en 7:658a BW 
   
De werkgever heeft de werknemer op staande voet ontslagen wegens het niet meewerken aan re-integratie. De werkgever had daarvoor al het loon opgeschort, omdat de werknemer zich niet aan de re-integratieverplichtingen hield. De werknemer had op zijn beurt de (passende) werkzaamheden gestaakt vanwege het feit dat hij geen loon meer kreeg doorbetaald. De werknemer vordert thans loonbetaling. De kantonrechter oordeelt dat niet is gebleken dat de werknemer niet meewerkte aan re-integratie. De loonopschorting door de werkgever was daardoor onrechtmatig. Het staken van de werkzaamheden van de werknemer was rechtmatig, nu hij onterecht geen loon kreeg. Het ontslag op staande voet is derhalve onterecht gegeven. Volgt toewijzing van de vordering. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-430



Vrijdag 20 augustus 2010 - B7-10 1074

Rechtbank Dordrecht 5 augustus 2010, BN2103

Onjuiste pensioenopgave; goed werkgeverschap 
    
De pensioenverzekeraar heeft een verkeerd pensioenafschrift gestuurd, waardoor de werknemer dacht recht te hebben op meer pensioen dan hij daadwerkelijk had opgebouwd. Nu blijkt dat een fout is gemaakt in het overzicht, vordert de werknemer alsnog betaling van zijn volledige pensioen conform het foutieve overzicht op grond van het goed werkgeverschap. De kantonrechter oordeelt dat de fout op het overzicht in casu zodanig evident is, dat zelfs een leek als de werknemer had moeten zien dat dit niet klopte. Het goed werkgeverschap brengt daarom niet met zich dat de werkgever alsnog het gehele bedrag van het overzicht moet betalen. Volgt afwijzing van de vordering. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-404



Vrijdag 06 augustus 2010 - B7-10 1049

Rb. Dordrecht 22 juli 2010, BN2116

Loondoorbetaling tijdens ziekte. Art. 7:629 BW 
    
De werknemer heeft in detentie gezeten en is na zijn detentie opgenomen in een gesloten inrichting vanwege psychose. De werkgever heeft vervolgens de arbeidsovereenkomst laten ontbinden. De werknemer vordert thans het loon over de periode dat hij wegens ziekte in de gesloten inrichting zat. De werkgever stelt zich op het standpunt dat dit bedrag reeds in de ontbindingsvergoeding is meegenomen. De kantonrechter oordeelt dat het feit dat de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding is geëindigd niet in de weg staat aan het feit dat de werknemer nog loon kan vorderen over de periode voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Aanhouding van de zaak is noodzakelijk om te onderzoeken of de werkgever onder het bereik van de CAO Aardappelen valt, waarin een suppletie is opgenomen.

Lees hier de uitspraak.  

JWB Rechtspraak 2010-378



Dinsdag 06 juli 2010 - B7-10 1001

Rechtbank Dordrecht 11 juni 2010, BM8492

Herstel arbeidsovereenkomst wegens kennelijk onredelijk ontslag WSW-werknemer. Art. 7:682 BW 
   
De werkgever heeft zijn twijfels bij het functioneren van een WSW-werknemer en vraagt om een herindicatie voor de WSW. Wanneer de werknemer deze herindicatie weigert, wordt hij door de werkgever ontslagen. Thans vordert de werknemer herstel van de dienstbetrekking wegens kennelijk onredelijk ontslag. De voorzieningenrechter oordeelt dat de werkgever onzorgvuldig heeft gehandeld, door de werknemer onvoldoende op de consequenties te wijzen van het niet meewerken aan de herindicatie. Het ontslag is daarom kennelijk onredelijk en het herstel van de dienstbetrekking wordt uitgesproken. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-336



Donderdag 01 juli 2010 - B7-10 997

Rechtbank Dordrecht 14 juni 2010, BM8174

Eenzijdige functiewijziging; toepassing Stoof/Mammoet. Art. 7:611 BW 
   
De werknemer is door de werkgever bevordert tot de functie assistent supermarktmanager. Deze functie blijkt echter te zwaar voor de werknemer. In het drie maanden durende begeleidings- en evaluatietraject is weinig verbetering zichtbaar. De werkgever doet daarom het voorstel de werknemer terug te plaatsen in een lagere en slechter betaalde functie. De werknemer weigert dit voorstel. De kantonrechter oordeelt onder verwijzing naar het arrest Stoof/Mammoet dat moet worden gekeken of de werkgever een redelijk voorstel heeft gedaan dat de werknemer in redelijkheid moet aanvaarden. Vanwege het begeleidingstraject en het aanhoudend disfunctioneren vindt de kantonrechter dat aan deze vereisten is voldaan. De werkgever mag tot eenzijdige wijziging van de functie overgaan.

Lees hier de uitspraak.

 

JWB Rechtspraak 2010-326 



Donderdag 13 mei 2010 - B7-10 932

Rechtbank Dordrecht 23 april 2010, BM2849

Overgang van onderneming. Art. 7:662 BW 
   
De werknemer was werkzaam op een scholengemeenschap via schoonmaakbedrijf x. Het schoonmaakproject op de scholengemeenschap wordt vervolgens overgedragen aan schoonmaakbedrijf y. In de CAO is afgesproken dat slechts voor werknemers die al 1,5 jaar of langer werkzaam zijn bij de scholengemeenschap geldt dat zij dezelfde arbeidsvoorwaarden houden bij y als die zij hadden onder x. De werknemer vordert achterstallig loon wegens strijd met de regeling betreffende overgang van onderneming. De voorzieningenrechter oordeelt dat afwijken bij CAO van de regeling van overgang van onderneming in strijd is met het doel van de richtlijn overgang van onderneming. De CAO-bepaling is daarmee nietig. Volgt toewijzing van de vordering van de werknemer.  Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-264 



Donderdag 13 mei 2010 - B7-10 931

Rechtbank Dordrecht 22 april 2010, BM2702

Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW 
   
De werknemer werkt bij een theater dat afhankelijk is van gemeentesubsidie. Wanneer de gemeentesubsidie stopt wordt de arbeidsovereenkomst met de werknemer opgezegd. De werkgever biedt in het kader van de opzegging tot twee maal toe een vergoeding van EUR 60.000 aan. De werknemer weigert twee maal en start vervolgens een procedure op grond van kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter overweegt dat de werknemer die bij een instelling werkt die afhankelijk is van gemeentegelden, weet dat de arbeidsovereenkomst kan worden beëindigd indien de gemeente haar subsidie stopzet. De werknemer moet tevens weten dat bij een dergelijke instelling geen gouden handdrukken zijn te verwachten. Door tot twee maal toe een vergoeding aan te bieden heeft de werkgever zorgvuldig gehandeld. Het ontslag is daarom niet kennelijk onredelijk zodat de vordering van de werknemer dient te worden afgewezen.  Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-265



Vrijdag 30 april 2010 - B7-10 910

Rechtbank Dordrecht 15 april 2010, BM1574

Omvang arbeidsovereenkomst; loondoorbetaling bij ziekte. Art. 7:610b en 7:629 BW 
   
De werknemer heeft een schriftelijke arbeidsovereenkomst waarin staat dat zij 16 tot 20 uur per week werkt. De laatste vier maanden voordat de werknemer arbeidsongeschikt raakt, werkt zij echter 40 uur. De werknemer vordert thans doorbetaling van het loon tijdens ziekte met een omvang van 40 uur per week. Daarbij stelt de werknemer dat zij met de werkgever overeen was gekomen dat zij structureel 40 uur per week zou gaan werken. De werkgever betwist deze stelling van de werknemer en stelt dat het ging om een tijdelijke wijziging van het aantal uren. De kantonrechter oordeelt dat nu partijen twisten over de vraag of is afgesproken dat structureel de arbeidsduur zou worden verhoogd, de werknemer als stellende partij moet worden toegelaten tot het leveren van bewijs. Volgt aanhouding van de zaak. Lees hier de uitspraak.
 
JWB Rechtspraak 2010-239



Donderdag 29 april 2010 - B7-10 908

Rechtbank Dordrecht 13 april 2010, BM1307

Relatiebeding. Art. 7:653 BW 
   
De werknemer heeft zo’n tien jaar geleden voor meer dan EUR 637.000 zijn verzekeringsportefeuille verkocht aan de werkgever en is vervolgens bij de werkgever in dienst getreden. In de arbeidsovereenkomst staat een relatiebeding. De werknemer wil nu echter bij een van de relaties in dienst treden en vordert schorsing van het relatiebeding. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij het in stand houden van het relatiebeding nu hij voor veel geld van de werknemer diens portefeuille heeft gekocht en de kans groot is dat de werknemer deze relaties gaat benaderen. Buiten het relatiebeding om is de markt volgens de kantonrechter groot genoeg, dus hoeft het relatiebeding niet te worden geschorst. Lees hier de uitspraak.
 
JWB Rechtspraak 2010-240 



Donderdag 29 april 2010 - B7-10 907

Rechtbank Dordrecht 8 april 2010, BM0766

Concurrentiebeding. Art. 7:653 BW 
   
De werknemer is werkzaam in de kleine markt van windturbines. In de arbeidsovereenkomst met de werkgever staat een concurrentiebeding opgenomen dat de werknemer verbiedt om binnen vijf jaar na beëindiging van het contract bij een concurrent in dienst te treden. Na een herstructurering neemt de werknemer zelf ontslag. De werknemer heeft nog geen uitzicht op een nieuwe baan, maar vordert vast vernietiging van het concurrentiebeding. De kantonrechter oordeelt dat nu de werknemer nog geen zicht heeft op een nieuwe baan, ook geen deugdelijke belangenafweging kan worden gemaakt. Volgt afwijzing van de vordering. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-243 



Dinsdag 27 april 2010 - B7-10 900

Rechtbank Dordrecht 8 februari 2010, BM0782

Weigering passende arbeid; stopzetten loondoorbetaling tijdens ziekte. Art. 7:629 lid 3 sub c en 7:660a BW 
   
De werknemer heeft zich in oktober 2009 ziek gemeld, waarna de bedrijfsarts heeft geconcludeerd dat de werknemer passende arbeid kan verrichten, mits de rugbelasting beperkt blijft. Partijen zijn vervolgens in een lastig re-integratietraject beland, waarbij de werknemer heeft geweigerd passende arbeid te verrichten. De werkgever heeft hierop de loondoorbetaling stopgezet op grond van art. 7:629 lid 3 sub c BW. De kantonrechter oordeelt dat nu de werknemer weigert passende arbeid te verrichten de werkgever inderdaad gerechtigd is de loondoorbetaling te staken. Lees hier de uitspraak.
 
JWB Rechtspraak 2010-241 



Dinsdag 27 april 2010 - B7-10 898

Rechtbank Dordrecht 21 januari 2010, BM0777

Verrekening vorderingen opdrachtgever - opdrachtnemer 

De opdrachtnemer meent dat hij voor het verrichten van zijn werkzaamheden een vergoeding van de opdrachtgever is verschuldigd. De opdrachtgever beroept zich daarentegen op verrekening met een vordering die hij heeft op de opdrachtnemer, nu deze onzorgvuldig zou hebben gehandeld, waardoor geld is gestolen. De kantonrechter oordeelt dat de opdrachtnemer onzorgvuldig heeft gehandeld door een grote som geld van de opdrachtgever in een schoudertas op de fiets te vervoeren. Door dit onzorgvuldig handelen mag de opdrachtgever de schade verrekenen met het bedrag aan verschuldigde vergoeding.  Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-242



Woensdag 14 april 2010 - B7-10 883

Rechtbank Dordrecht 16 maart 2010, BL9438

Loondoorbetaling bij ziekte; situatieve arbeidsongeschiktheid. Art. 7:628, 7:629 en 7:629a BW 
   
De werknemer heeft zich ziek gemeld wegens een arbeidsconflict. De werkgever is het niet eens met de ziekte en de arbo-arts bevestigt de lezing van de werkgever. De werkgever stopt daarop de loondoorbetaling, omdat de werknemer geen deskundigenoordeel conform art. 7:629a BW kan overleggen. De werknemer vordert nu het loon, omdat hij meent nog steeds arbeidsongeschikt te zijn. De kantonrechter oordeelt dat hoewel niet met zekerheid kan worden vastgesteld of sprake is van ziekte in de zin van art. 7:629 BW een arbeidsconflict anders op grond van art. 7:628 BW voor risico van de werkgever komt, zodat de loonvordering van de werknemer moet worden toegewezen. Lees hier de uitspraak.
   
JWB Rechtspraak 2010-217 



Dinsdag 16 maart 2010 - B7-10 818

Rechtbank Dordrecht 14 januari 2010, BL6514

Ontslag niet kennelijk onredelijk. Art. 7:681 BW 
   
De werknemer vordert schadevergoeding nadat het dienstverband is beëindigd na een verkregen ontslagvergunning. De Kantonrechter oordeelt dat langdurige arbeidsongeschiktheid op zich voldoende reden is voor ontslag. Het ontslag in casu is evenwel niet onredelijk volgens het gevolgencriterium. Verder oordeelt de Kantonrechter dat de causale relatie tussen de arbeidsongeschiktheid (burn-out) en het werk onvoldoende is onderbouwd. Gegeven de pogingen van de werkgever om de arbeidssituatie te verbeteren en gelet op het feit dat werknemer veelal zelfstandig werkte en geen hoge werkdruk werd opgelegd, kan de werkgever geen verwijt voor de arbeidsongeschiktheid worden gemaakt. Evenmin kan de werkgever worden verweten onvoldoende re-integratie-inspanningen te hebben verricht, nu de werkgever voortdurend pogingen heeft gedaan werknemer aan het werk te krijgen en hem zelfs een concreet aanbod in het kader van een tweede spoor-traject heeft gedaan. De leeftijd en de gezondheid van de werknemer zijn voorts niet doorslaggevend, gelet op de late indiensttreding en het korte dienstverband. Volgt afwijzing van de vordering. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-159