Archief JWB

Dossiers

Arbeidsrecht Agenda

Kort nieuws

Meest gelezen

print pagina
verklein lettertype vergroot lettertype
Woensdag 25 augustus 2010 - B7-10 1082

Rechtbank Groningen 27 juli 2010, BN3546

Eenzijdige wijziging werkplek. Art. 8 lid 1 en 2 CAO voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf 
   
De werknemer is tewerkgesteld op project A. Vanwege minder werk stelt de werkgever eenzijdig vast dat de werknemer op project B zal worden tewerkgesteld. De werknemer vordert tewerkstelling op project A, omdat de werkgever geen rekening met zijn belangen heeft gehouden. De voorzieningenrechter oordeelt dat de werkgever op grond van art. 8 lid 1 en 2 van de CAO voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf gerechtigd is onder omstandigheden de werkplek te wijzigen. Of in casu aan deze omstandigheden is voldaan hangt af van nadere bewijsvoering waarvoor een voorlopige voorziening zich niet leent. Volgt afwijzing van de vordering. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-413



Woensdag 25 augustus 2010 - B7-10 1081

Rechtbank Groningen 27 juli 2010, BN3547

 Eenzijdige wijziging werkplek. Art. 8 lid 1 en 2 CAO voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf 
   
De werknemer is tewerkgesteld op project A. Vanwege minder werk stelt de werkgever eenzijdig vast dat de werknemer op project B zal worden tewerkgesteld. De werknemer vordert tewerkstelling op project A, omdat de werkgever geen rekening met zijn belangen heeft gehouden. De voorzieningenrechter oordeelt dat de werkgever op grond van art. 8 lid 1 en 2 van de CAO voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf gerechtigd is onder omstandigheden de werkplek te wijzigen. Of in casu aan deze omstandigheden is voldaan hangt af van nadere bewijsvoering waarvoor een voorlopige voorziening zich niet leent. Volgt afwijzing van de vordering. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-412



Dinsdag 24 augustus 2010 - B7-10 1079

Rechtbank Groningen 6 juli 2010, BN3540

Ontslag op staande voet. Art. 7:677 en 7:678 BW 
   
De werkgever heeft de werknemer op staande voet ontslagen nadat hij is veroordeeld vanwege het bezit van kinderporno. De werknemer stelt dat het ontslag op staande voet niet terecht is gegeven, omdat het niet onverwijld zou zijn en vordert wedertewerkstelling. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever terecht heeft gewacht op het strafvonnis alvorens ontslag op staande voet te geven, omdat een enkel vermoeden van een strafbaar feit geen dringende reden oplevert. De werkgever heeft na het strafvonnis direct gehandeld, waarmee de onverwijldheid is komen vast te staan en het ontslag op staande voet terecht is gegeven. Volgt afwijzing van de vordering van de werknemer. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-414



Dinsdag 24 augustus 2010 - B7-10 1078

Rechtbank Groningen 14 juni 2010, BN3864

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werknemer is werkzaam als stadswacht en heeft in zijn functie onvoldoende afstand gehouden van degene op wie hij toezicht moest houden. Een en ander was duidelijk waarneembaar voor collega’s. De werkgever verzoekt daarom ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat integriteit in de functie van de werknemer erg belangrijk is. Het is daarom begrijpelijk dat de werkgever geen vertrouwen meer heeft in het functioneren van de werknemer. Nu dit geschonden vertrouwen aan de werknemer is te wijten, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden zonder toekenning van een vergoeding. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-411



Maandag 23 augustus 2010 - B7-10 1077

Rechtbank Groningen 10 juni 2010, BN3538

Vordering wedertewerkstelling na degradatie wegens plichtsverzuim. Art. 7:611 BW 
   
De werknemer heeft als stadswacht de taak toezicht te houden op verboden wapenbezit. De werknemer heeft niet ingegrepen toen zijn dochter met een boksbeugel en een ploertendoder op de kamer van de stadswachten binnenkwam. Ook zijn collega’s hebben gezien dat de werknemer niet ingreep. De werkgever heeft hierop besloten de werknemer te degraderen naar een lagere functie. De werknemer vordert wedertewerkstelling in zijn oude functie. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer een voorbeeldfunctie had en dat zijn gebrek aan handelen in het bijzijn van collega’s de degradatie rechtvaardigt. Volgt afwijzing van de vordering. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-415



Donderdag 03 juni 2010 - B7-10 961

Rechtbank Groningen 11 mei 2010, BM5266

Uitleg sociaal plan 
   
De werkgever heeft in 2009 besloten al haar werkzaamheden in Zoetermeer te concentreren. In het kader hiervan is een sociaal plan opgesteld waarin voor werknemers die worden verplicht te verplaatsen van werkplaats een reiskostenvergoeding geldt. De werknemer stelt dat hij ook recht heeft op de reiskostenvergoeding, ondanks dat hij al in Zoetermeer werkte. De kantonrechter oordeelt dat het sociaal plan is bedoeld voor de werknemers die verplicht van vestiging moesten wisselen. Bij de werknemer is dit niet het geval, waardoor hij niet onder de reikwijdte van de reiskostenvergoeding uit het sociaal plan valt. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-294 



Donderdag 03 juni 2010 - B7-10 960

Rechtbank Groningen 6 mei 2010, BM5230

Uitleg concurrentiebeding opgenomen in vaststellingsovereenkomst. Art. 7:653 BW 
   
De werknemer heeft in het kader van een beëindigingsovereenkomst een concurrentiebeding, opgenomen in die beëindigingsovereenkomst, ondertekend. In dat concurrentiebeding staat dat de werknemer drie jaar lang niet bij een concurrent werkzaam mag zijn. De werknemer heeft vervolgens een aanbieding van een concurrent gekregen en vordert nu vernietiging van het concurrentiebeding. De kantonrechter oordeelt dat nu de werknemer weliswaar maar 9 maanden bij de werkgever heeft gewerkt het concurrentiebeding vrij lang is, maar dat daartegenover staat de ontbindingsvergoeding die met EUR 28.000 zeer riant was. De werknemer heeft zich tevens door een advocaat laten bijstaan en had dus moeten begrijpen welke gevolgen het concurrentiebeding had. Volgt afwijzing van de vordering van de werknemer. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-296



Woensdag 02 juni 2010 - B7-10 956

Rechtbank Groningen 21 april 2010, BM5233

Uitleg CAO 
   
De werknemer is werkzaam op basis van een leer-arbeidsovereenkomst. Onderdeel hiervan is dat de werknemer in de wintermaanden 10 weken scholing moet volgen. Conform de CAO krijgt de werknemer een reiskostenvergoeding voor het traject woon-werk. De werknemer stelt thans dat ook het traject woon-scholing hieronder valt en vordert een reiskostenvergoeding. De kantonrechter oordeelt dat uit de bepaling in de CAO niet valt op te maken dat de reiskostenvergoeding ook in het kader van scholing moet worden uitgekeerd. Volgt afwijzing van de vordering van de werknemer.  Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-295



Vrijdag 07 mei 2010 - B7-10 923

Rechtbank Groningen 19 augustus 2010, BM1625

Geen sprake van eenzijdige ontslagname door werknemer; loonvordering. Art. 7:628 BW 
   
De werknemer is op vrijdag 8 mei om 11 uur naar huis gegaan en afgesproken is dat hij op maandag 11 mei weer zou komen werken. Wanneer de werknemer vervolgens niet komt opdagen stelt de werkgever een eindafrekening op en gaat er vanuit dat de werknemer eenzijdig ontslag heeft genomen. De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van een ondubbelzinnige verklaring van de werknemer dat hij ontslag zou hebben genomen. Nu de werkgever dit niet heeft geverifieerd bij de werknemer is geen sprake van een eenzijdige ontslagname. De loonvordering wordt toegewezen vanaf de dag dat de werknemer zich weer bereid verklaarde de bedongen arbeid te verrichten. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-253 



Vrijdag 19 maart 2010 - B7-10 828

Rechtbank Groningen 3 maart 2010, BL6639

Ontslag op staande voet. Blaastest uitgevoerd door werkgever vanwege vermeend alcoholgebruik. Zie ook LJN BL6640. Art. 7:677 BW 
   
Meerdere malen heeft de werkgever met de werknemer zijn vermeende drankgebruik besproken nadat vast was gesteld dat de werknemer naar alcohol rook. Nadat de werknemer door de politie staande was gehouden onder werktijd vanwege een te hoog alcoholpromillage is de werknemer ontslagen op staande voet. In deze procedure stelt de werknemer dat het gegeven ontslag vernietigbaar is vanwege het ontbreken van een ontslagvergunning beschikt en er geen dringende reden is die een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Hij is niet onder invloed op zijn werk verschenen. Zowel de werkgever als de werknemer gebruikte een blaastest. In deze zaak wijst de Kantonrechter een tussenvonnis en oordeelt dat als komt vast te staan dat sprake is geweest van, opnieuw, het tijdens werktijd onder invloed zijn van alcohol dan kan er op zich, ondanks het zeer lange dienstverband, zijn relatief eenzijdig arbeidsverleden en zijn leeftijd, sprake zijn van een dringende reden. De bewijslast van de gestelde dringende reden rust op de werkgever die zich voor het bewijs van de gestelde dringende reden baseert op het resultaat van blaastesten. De Kantonrechter acht het noodzakelijk dat in ieder geval (ook) deskundigenonderzoek plaatsvindt. Daarbij zal dan in essentie aan de orde dienen te komen de vraag of en zo ja, onder welke omstandigheden bij een blaastest met het gebruikte apparaat een alcoholpromillage kan worden geblazen van 1.2 of 1.3 hoewel de betrokkene in het geheel geen alcohol (meer) in het bloed heeft. Ook zal aan de orde dienen te komen de vraag of en in hoeverre bij gebruik van dit apparaat sprake is van een foutmarge. De werknemer heeft aangegeven dat de gemeten uitslag mogelijkerwijs samenhangt met c.q. is veroorzaakt door het feit dat hij tevoren in een rookruimte heeft verbleven en/of zijn medische conditie. Volgt tussenvonnis. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-160 



Donderdag 18 maart 2010 - B7-10 827

Rechtbank Groningen 1 maart 2010, BL6640

Ontslag op staande voet vanwege vermeend alcoholmisbruik. Art. 7:677 BW 

De werknemer is op staande voet ontslagen nadat uit een door de werkgever afgenomen blaastest (opnieuw) van een positief alcoholpromillage is gebleken. De Kantonrechter is van oordeel dat er geen sprake is van een bewijsovereenkomst zoals is gesteld door werkgever. Getoetst aan het noodzakelijkheidcriterium, het proportionaliteitscriterium en het subsidiariteitscriterium (zie arrest Diksz/Hyatt, HR 14 september, NJ 2008-234) wordt mede gelet op de voorgeschiedenis, de uitgevoerde blaastest niet een ongerechtvaardigde inbreuk op het privéleven van de werknemer geoordeeld. Het wordt noodzakelijk geoordeeld dat een deskundige nader onderzoek zal doen naar de betrouwbaarheid van de gebruikte blaastest. Zie ook LJN BL6639. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-161



Vrijdag 05 maart 2010 - B7-10 807

Rechtbank Groningen 18 februari 2010, BL4884

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
      
De werknemer is arbeidsongeschikt wegens ziekte. Tijdens de ziekte van de werknemer komt zijn functie wegens een reorganisatie te vervallen. De werkgever verzoekt vervolgens ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat het vervallen van de functie van de werknemer op een deugdelijke grond een verandering in de omstandigheden is waarop de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden. De werkgever heeft echter te weinig gedaan in het kader van zijn re-integratieverplichtingen om de werknemer een andere passende functie te geven. Er wordt aan de werknemer daarom een vergoeding toegekend met C=1,5. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-138
      



Maandag 01 maart 2010 - B7-10 799

Rechtbank Groningen 15 december 2009, BL3954

Voorwaardelijk ontbindingsverzoek afgewezen. Art. 7:685 BW 
   
Zie ook LJN BL1163. Nadat de Rechtbank in kort geding had geoordeeld dat er tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestaat, behandelt de Kantonrechter in casu het voorwaardelijke ontbindingsverzoek. Dit verzoek wordt afgewezen. De werkgever verzoekt om de arbeidsovereenkomst met de werknemer, die redacteur is, te ontbinden, zodat er op de redactie nog één redacteur in eenzelfde functie als de werknemer overblijft. Vast staat dat de enige redacteur die zou overblijven inmiddels op vrijwillige basis is vertrokken. De Kantonrechter oordeelt dat zonder nadere financiële onderbouwing, welke ontbreekt, niet valt in te zien waarom de werknemer de plaats van de inmiddels vertrokken redacteur niet zou kunnen innemen. De enkele stelling dat er überhaupt geen werk meer voor een redacteur aanwezig is, is daartoe onvoldoende. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-130



Vrijdag 19 februari 2010 - B7-10 779

Rechtbank Groningen 1 februari 2010, BL1618

Opvolgend werkgeverschap heeft geen gevolgen voor anciënniteit. Art. 7:668 en 7:685 BW 
   
De werknemer heeft zijn arbeidsovereenkomst bij zijn oude werkgever opgezegd en is vervolgens bij de nieuwe werkgever in dienst gekomen. De werkgever verzoekt thans ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werknemer meent hij dat hij gezien zijn anciënniteit bij de oude werkgever een hoge vergoeding moet meekrijgen, omdat de nieuwe werkgever als rechtsopvolger moet worden aangemerkt. De kantonrechter oordeelt dat opvolgend werkgeverschap in beginsel geen gevolgen heeft voor de anciënniteit. Daarnaast is in casu niet eens sprake van opvolgend werkgeverschap. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met toekenning van een lage vergoeding aan de werknemer. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-108 



Maandag 15 februari 2010 - B7-10 767

Rechtbank Groningen 3 juli 2009, BL2135

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een werknemer die zonder toestemming van de werkgever een krat bier van de werkgever in zijn auto heeft geplaatst zonder toestemming. De werkgever meent dat sprake is van een dringende reden vanwege diefstal. De werknemer stelt dat hij vergeten is te vragen aan zijn leidinggevende of hij het kratje bier mocht meenemen, maar dat hij niet de intentie had om het te stelen. De kantonrechter oordeelt dat het wegnemen van de krat bier als stelen wordt aangemerkt en daarmee een dringende reden als oplevert om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-107