Archief JWB |
Dossiers |
Arbeidsrecht Agenda
|
Meest gelezen |
|
|
|
Loonbetaling bij ziekte; schenden re-integratieverplichtingen. Art. 7:628, 7:629 en 7:658a BW
De werknemer heeft zich na een conflict met een collega ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft hem daarentegen arbeidsgeschikt verklaard. De werknemer betwist het oordeel van de bedrijfsarts en komt niet op het werk. Hierop zet de werkgever de loonbetaling stop. Thans vordert de werknemer loondoorbetaling, omdat de arbeidsongeschiktheid zijn oorzaak vindt in de werkomstandigheden bij de werkgever. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever tot twee keer heeft getracht via mediation het conflict op te lossen, maar dat de werknemer zich desondanks heeft onttrokken aan de op hem rustende verplichting voor re-integratie. De werknemer heeft vanwege deze schending van re-integratieverplichtingen geen recht op loondoorbetaling.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-432
Overtreding non-concurrentiebeding. Art. 7:653 BW
De werknemer is in strijd met het concurrentiebeding in dienst getreden bij een concurrent van zijn ex-werkgever. De ex-werkgever doet vervolgens een beroep op het concurrentiebeding en vordert de afgesproken boetes. De werknemer stelt dat zijn belang zwaarder weegt dan dat van de werkgever. De kantonrechter oordeelt dat in casu de werkgever wel degelijk een groter belang heeft dan de werknemer bij handhaving van het concurrentiebeding. Volgt toewijzing van de vordering, maar de rechter gaat wel over tot matiging van de boete.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-416
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werknemer heeft als statutair bestuurder vertrouwelijke informatie via email doorgespeeld aan derden, waaronder informatie over het kapitaalverstrekingstraject. Wanneer de werkgever hier achter komt, verzoekt hij ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer het vertrouwen van de werkgever ernstig heeft geschaad en bovendien de werkgever grote financiële risico’s heeft bezorgd. De kantonrechter besluit daarom de arbeidsovereenkomst te ontbinden zonder toekenning van een vergoeding.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-382
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werknemer is werkzaam op Schiphol wanneer hij wordt verdacht vanwege invoer van cocaïne. In afwachting van de strafrechtelijke procedure wordt de werknemer door de werkgever tewerkgesteld buiten beveiligd gebied. De werknemer is in 2010 onherroepelijk veroordeeld door de Hoge Raad, waarna de werkgever thans ontbinding verzoekt wegens een dringende reden. De werknemer stelt dat hij zijn huidige werkzaamheden kan blijven doen waardoor een gewichtige reden ontbreekt. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever als een goed werkgever heeft gehandeld door de strafrechtelijke procedure af te wachten. Nu vaststaat dat de werknemer in zijn functie strafrechtelijke delicten heeft gepleegd, is sprake van een dringende reden om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-367
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werknemer, 41 jaar, is sinds 2002 uitgevallen na een niertransplantatie. De werknemer kan slechts aangepaste werkzaamheden verrichten, waardoor hij geen nachtdiensten kan draaien en niet voor 11 uur ’s ochtends kan beginnen. Na een reorganisatie is geen passende functie meer voor handen, waardoor de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzoekt. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever voldoende heeft aangetoond dat geen passende functie aanwezig is. Omdat de werknemer ruim acht jaar lang naar tevredenheid heeft gefunctioneerd, wordt wel een vergoeding toegekend.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-327
Uitleg CAO Multimodaal Vervoer. Art. 8 lid 2 CAO Multimodaal Vervoer
De werknemer is in dienst bij de werkgever voor 32 uur. Wanneer een nieuwe werknemer wordt aangetrokken, vordert de werknemer dat hij voor 36 uur tewerk zal worden gesteld op grond van art. 8 lid 2 CAO Multimodaal Vervoer. Hierin staat volgens de werknemer dat hem eerst urenvermeerdering wordt aangeboden alvorens een nieuwe werknemer kan worden aangesteld. De werkgever stelt dat deze regel pas geldt wanneer de nieuwe werknemer meer dan 32 uur zou gaan werken. De kantonrechter oordeelt dat de uitleg van de werkgever recht doet aan de tekst van de CAO-bepaling, waardoor de vordering van de werknemer moet worden afgewezen.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-328
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werknemer klaagt bij de werkgever over discriminatie. De werkgever heeft aan de eerdere toezegging van een contract voor onbepaalde tijd de voorwaarde verbonden dat werkneemster zich anders zou opstellen m.b.t. de afhandeling van de klacht. De CGB heeft geoordeeld dat sprake is van schending van het victimisatieverbod. Werkgever vordert ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever zich niet als goed werkgever heeft gedragen ten aanzien van de afhandeling van de klacht. Volgt ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding met C=2 (€ 4.500,-). Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-308
Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW
De arbeidsovereenkomst van de werknemer is wegens bedrijfseconomische redenen opgezegd. De werknemer beroept zich op kennelijk onredelijk ontslag op grond van het gevolgencriterium. Zonder ontslag had de werknemer binnen twee jaar gebruik kunnen maken van de mogelijkheid van vroegpensioen. De kantonrechter oordeelt dat gezien de leeftijd van werknemer, huidige economische situatie en eenzijdige werkervaring het onwaarschijnlijk is dat werknemer elders werk zal vinden. Het beroep op ‘habe nichts-habe wenig’ wordt verworpen. Herstel van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen, nu de functie van de werknemer is komen te vervallen. De kantonrechter schat de inkomens- en pensioenschade op € 150.000,-. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-309
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werknemer is werkzaam op Schiphol als technicus bij Iberia. Wanneer de werknemer door de strafrechter wordt veroordeeld wegens handelen in strijd met de Opiumwet verzoekt de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden. De kantonrechter oordeelt dat nu de werknemer vanwege zijn veroordeling waarschijnlijk nooit meer de vereiste passen zal krijgen om op Schiphol te mogen werken, sprake is van een dringende reden. Volgt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-297
Ontslag op staande voet van een zieke werknemer. Art. 7:677 en 7:678 BW
De werknemer heeft zich ziek gemeld en heeft vervolgens onvoldoende re-integratie-inspanningen verricht. De werkgever gaat daarom over tot ontslag op staande voet. De werknemer vecht dit ontslag op staande voet aan, omdat het schenden van re-integratieverplichtingen geen dringende reden oplevert. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever bij het niet in acht nemen van de re-integratieverplichtingen de mogelijkheid heeft de loondoorbetaling te staken, hetgeen ook is gebeurd. Het ontslag op staande voet is in deze gevallen niet gerechtvaardigd. De vordering van de werknemer wordt toegewezen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-286
Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW
De werknemer, 55 jaar oud, is ruim 10 jaar als administratief medewerker werkzaam bij de werkgever. De werkgever zegt de arbeidsovereenkomst op wegens bedrijfseconomische redenen zonder vergoeding, waarna de werknemer een vordering instelt gebaseerd op kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter oordeelt dat is voldaan aan het gevolgencriterium, zodat het ontslag kennelijk onredelijk is. Voor de hoogte van de toe te kennen vergoeding knoopt de kantonrechter aan bij het bruto-gedeelte van de inkomstenderving gedurende de WW-periode. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-280
Ontbinding van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Art. 7:667 en 7:685 BW
De werknemer heeft een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijds opzegbeding. Nadat de werknemer andere werkzaamheden heeft gekregen, en bovendien een beter aanbod elders, dient hij een verzoek in tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de verandering van omstandigheden vanwege de gewijzigde werkzaamheden zijn komen vast te staan. De arbeidsovereenkomst moet daarom worden ontbonden. De vergoeding wordt op C=0 vastgesteld. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-277
Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW
De werknemer is als chauffeur werkzaam bij de werkgever. In 2005 is de helft van zijn arbeidsovereenkomst ontbonden onder toekenning van een vergoeding conform het sociaal plan. Vervolgens heeft de werkgever in 2008 zijn vervoersactiviteiten afgestoten en het contract met de werknemer volledig opgezegd zonder toekenning van een verdere vergoeding. Thans vordert de werknemer een vergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever heeft getracht de werknemer bij andere werkgevers onder te brengen, maar dat dit niet is gelukt. Voorts is het enkele feit dat de arbeidsovereenkomst is opgezegd zonder toekenning van een vergoeding niet per definitie kennelijk onredelijk. De vordering van de werknemer wordt afgewezen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-281
Re-integratieverplichtingen werkgever. Art. 7:658a BW
De werknemer werkt bij de vestiging van de werkgever in Haarlem en heeft bij het tillen van een zware accu letsel opgelopen en is arbeidsongeschikt geraakt. Gedurende de re-integratie heeft de werkgever ervoor gezorgd dat de werknemer passende arbeid kan verrichten in de vestiging in Amsterdam. Wanneer de werknemer weer arbeidsgeschikt is, weigert de werkgever de werknemer terug te plaatsen naar Haarlem. Hierop vordert de werknemer wedertewerkstelling in de oude functie. De kantonrechter oordeelt dat de re-integratie erop is gericht de werknemer terug te laten keren in de oude functie. Pas als dit niet meer mogelijk is, kan naar blijvend ander passend werk worden gezocht, eventueel in het tweede spoor. Nu hervatting van de eigen functie weer mogelijk is, moet de vordering van de werknemer worden toegewezen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-266
Ontslag op staande voet. Art. 7:677 en 7:678 BW
De werknemer wordt op basis van videobeelden verdacht van het stelen uit bagage op luchthaven Schiphol. De werkgever heeft ontslag op staande voet verleend, dat nu door de werknemer wordt aangevochten. De kantonrechter oordeelt dat ondanks dat de strafzaak nog moet voorkomen, voldoende aannemelijk is dat op basis van de beelden de werknemer inderdaad de gestelde feiten heeft begaan, waardoor het ontslag op staande voet terecht is gegeven. De vordering tot wedertewerkstelling wordt afgewezen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-254