Archief JWB

Dossiers

Arbeidsrecht Agenda

Kort nieuws

Meest gelezen

print pagina
verklein lettertype vergroot lettertype
Dinsdag 17 augustus 2010 - B7-10 1066

Rechtbank Zwolle 17 juli 2010, BN3346

Schorsing concurrentiebeding vanwege zwaarder drukken afgewezen. Art. 7:653 BW 
   
De werknemer heeft bij indiensttreding in de functie van Buitendienst Medewerker een concurrentiebeding ondertekend. Thans is de werknemer Product Manager en wil hij graag naar een concurrent overstappen. De werknemer vordert schorsing van het concurrentiebeding op grond van het zwaarder drukken-criterium. De voorzieningenrechter oordeelt dat geen sprake is van een ingrijpende functiewijziging, nu het carrièreverloop voorzienbaar was. Hiermee faalt een beroep op de AVM-arresten. Een belangenafweging naar billijkheid valt ook niet in het voordeel van de werknemer uit, nu de werknemer niet heeft gesteld dat hij bij de nieuwe werkgever meer kan verdienen noch dat andere omstandigheden nopen tot schorsing van het concurrentiebeding. Volgt afwijzing van de vordering.

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-409 



Maandag 16 augustus 2010 - B7-10 1065

Rechtbank Zwolle 7 juli 2010, BN3349

Werkgeversaansprakelijkheid voor beroepsziekte; causaal verband. Art. 7:658 BW 
   
De werknemer is als schilder werkzaam geweest bij de werkgever en is in het kader van zijn werkzaamheden in grote mate in aanraking gekomen met giftige stoffen. De werknemer is vervolgens aan kanker overleden, maar de erfgenamen van de werknemer stellen thans de werkgever aansprakelijk op grond van art. 7:658 BW. De kantonrechter is echter van oordeel dat het causaal verband tussen de ziekte van de werknemer en de uitgeoefende werkzaamheden bij de werkgever niet is komen vast te staan, omdat de werknemer ook een veelvuldige alcoholconsument was. De vordering van de erfgenamen moet vanwege het gebrek aan causaal verband worden afgewezen.

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-408  



Donderdag 22 juli 2010 - B7-10 1023

Rechtbank Zwolle 25 juni 2010, BN0213

Schorsing non-concurrentiebeding. Art. 7:653 BW 
   
De werknemer heeft bij Vodafone een concurrentiebeding ondertekend, maar wil vervolgens bij concurrent RSE in dienst treden. De werknemer stelt dat de werkzaamheden die hij bij RSE gaat verrichten niet vallen onder het concurrentiebeding en vordert schorsing van het concurrentiebeding. De voorzieningenrechter oordeelt dat hij geen verklaring voor recht kan uitspreken dat de werkzaamheden niet onder de reikwijdte van het concurrentiebeding vallen, omdat een dergelijke verklaring voor recht niet in kort geding kan worden uitgesproken. Wel acht de kantonrechter dat de weigering van Vodafone om mee te werken aan inperking van het concurrentiebeding onbillijk is en oordeelt dat het concurrentiebeding moet worden geschorst. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-363 



Woensdag 21 juli 2010 - B7-10 1019

Rechtbank Zwolle 15 juni 2010, BN0592

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werknemer is in 1988 arbeidsongeschikt geraakt. In 2001 valt hij opnieuw uit. Deze uitval is definitief. Na drie jaar vraagt de werkgever om toestemming voor opzegging, welke door de CWI werd geweigerd. Nu is het vier jaar na de weigering en verzoekt de werknemer ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding, omdat er al drie jaar geen contact meer is tussen werkgever en werknemer. De kantonrechter ziet in dat verdere continuering van de arbeidsovereenkomst geen zin heeft en besluit tot ontbinding over te gaan. De kantonrechter stelt voorts dat de werkgever geen verwijt valt te maken van het feit dat de werknemer niet kan re-integreren en ziet daarom geen aanleiding tot het toekennen van een vergoeding. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-362



Vrijdag 16 juli 2010 - B7-10 1013

Rechtbank Zwolle 29 juni 2010, BM9430

Loonvordering bij (situatieve) arbeidsongeschiktheid. Art. 7:628 en 7:629 BW 
   
De werknemer is uitgevallen wegens arbeidsongeschiktheid die deels medisch is en deels situatief. De bedrijfsarts stelt dat het arbeidsconflict moet worden opgelost en dat de werknemer vervolgens 50% passende arbeid kan verrichten. De werkgever en de werknemer kunnen het conflict echter niet oplossen. Wanneer de werknemer vervolgens weigert passende arbeid te verrichten, staakt de werkgever de loondoorbetaling. De werknemer start vervolgens een loonprocedure. De kantonrechter oordeelt dat zolang het arbeidsconflict niet is opgelost, niet van de werknemer kan worden gevergd dat hij passende arbeid verricht. Het ligt op de weg van de werkgever om het arbeidsconflict op te lossen. De loonvordering wordt toegewezen. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-347 



Woensdag 14 juli 2010 - B7-10 1009

Rechtbank Zwolle 25 juni 2010, BN0213

Schorsing non-concurrentiebeding. Art. 7:653 BW 
   
De werknemer heeft een concurrentiebeding in zijn arbeidsovereenkomst, maar wil graag overstappen naar een concurrent. De werknemer heeft eerst een voorstel gedaan tot inperking van het concurrentiebeding, maar dat heeft de werkgever geweigerd. De werknemer vordert daarom schorsing van het concurrentiebeding. De voorzieningenrechter oordeelt dat geen sprake is van een verwacht nadeel voor de werkgever, nu de nieuwe werkgever op de indirecte markt actief is en de werkgever op de directe markt. De werkgever heeft daarom onterecht het aanbod van de werknemer tot inperking van het concurrentiebeding geweigerd. Volgt toewijzing van de schorsing van het concurrentiebeding. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-346 



Woensdag 23 juni 2010 - B7-10 987

Rechtbank Zwolle 4 mei 2010, BM7368

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst tijdens ouderschapsverlof. Art. 7:685 en 7:646 BW 
   
De werkneemster heeft zwangerschaps- en bevallingsverlof genoten en heeft thans recht op ouderschapsverlof, waardoor zij haar werk niet volledig wil hervatten. De werkgever heeft hierop getracht de arbeidsovereenkomst op te zeggen, maar het UWV WERKbedrijf heeft toestemming geweigerd. De werkgever verzoekt daarom ontbinding aan de kantonrechter. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever handelt in strijd met art. 7:646 BW en het goed werkgeverschap. Desondanks ziet de kantonrechter dat de arbeidsverhouding zodanig is verstoord dat partijen niet meer met elkaar verder kunnen. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden onder toekenning van een vergoeding met C=1,8. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-321 



Vrijdag 30 april 2010 - B7-10 912

Rechtbank Zwolle 16 april 2010, BM1446

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werknemer vanwege de zwaar verslechterde bedrijfseconomische omstandigheden. De werknemer meent dat het wel meevalt met de slechte positie en vordert C=1,5. De kantonrechter stelt dat de bedrijfseconomische noodzaak door de werkgever is aangetoond, maar wil desondanks overgaan tot het toekennen van een vergoeding, omdat het salaris van de directeur niet in verhouding staat tot de dalende omzet. De arbeidsovereenkomst wordt derhalve ontbonden met C=0,5. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-244 



Woensdag 14 april 2010 - B7-10 884

Rechtbank Zwolle 16 maart 2010, BL9735

Loonvordering; uitleg aanvullende arbeidsvoorwaarden 
   
De werknemer wordt ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen. Na zijn ontslag gaat hij met prepensioen. Conform de Aanvullende arbeidsvoorwaarden van de werkgever zou de werknemer bij het ‘met pensioen gaan’ recht hebben op een extra uitkering. De vraag die voorligt is of ook het prepensioen na een ontslag onder de term ‘met pensioen gaan’ valt. De kantonrechter oordeelt dat nu de werknemer er zelf voor heeft gekozen met vervroegd pensioen te gaan en hij niet door de werkgever is gedwongen, hij niet onder het bereik van de term ‘met pensioen gaan’ uit de Aanvullende arbeidsvoorwaarden valt. De vordering van de werknemer wordt afgewezen. Lees hier de uitspraak. 
   
JWB Rechtspraak 2010-218



Dinsdag 13 april 2010 - B7-10 882

Rechtbank Zwolle 2 maart 2010, BL9451

Vordering tot vergoeding van overwerk; verjaring; onrechtmatige concurrentie. Art. 3:307, 3:308 en 6:162 BW 
   
De arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer is op 1 maart 2009 beëindigd. De werknemer is hierna voor zichzelf begonnen. De werknemer vordert thans uitbetaling van overuren over de periode 2001-2007. De werkgever vordert in reconventie een vergoeding voor onrechtmatige concurrentie. De kantonrechter oordeelt dat de vordering van de werknemer voor een deel is verjaard, omdat langer dan 5 jaar is gewacht met het instellen van de vordering. Voor het overige deel stelt de kantonrechter dat sprake is van rechtsverwerking. De loonvordering wordt dus afgewezen. Ook de vordering van de werkgever in reconventie wordt afgewezen, omdat onvoldoende is komen vast te staan dat de werknemer onrechtmatig zou hebben gehandeld. Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-219 



Vrijdag 09 april 2010 - B7-10 880

Rechtbank Zwolle 24 maart 2010, BL8853

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst; reflexwerking ontslagbesluit. Art. 7:685 BW en 4:1 Ontslagbesluit 
   
De werkgever heeft bij het UWV toestemming gevraagd de arbeidsovereenkomst op te zeggen, maar het UWV heeft de toestemming geweigerd wegens strijd met het afspiegelingsbeginsel. Vervolgens verzoekt de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter wegens bedrijfseconomische omstandigheden. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van reflexwerking van het Ontslagbesluit, maar past deze anders toe dan het UWV. Volgens de kantonrechter is het afspiegelingsbeginsel wel nageleefd en daarom wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden met C = 0,3. Lees hier de uitspraak. 

JWB Rechtspraak 2010-213



Vrijdag 09 april 2010 - B7-10 879

Rechtbank Zwolle 24 maart 2010, BL8986

Ontbinding tijdens de opzegtermijn. Art. 7:685 BW 
   
De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst met de werknemer opgezegd en tijdens de opzegtermijn verzoekt de werknemer aan de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, ten einde een vergoeding te krijgen. De kantonrechter verwijst naar HR 11 december 2009 en stelt dat geen sprake is van zodanige omstandigheden dat de arbeidsovereenkomst nog eerder dan de opzegtermijn zou moeten eindigen. Daarnaast biedt de ontbindingsprocedure geen ruimte voor het toekennen vaan een vergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag. Volgt afwijzing van het verzoek van de werknemer. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-212 



Woensdag 17 maart 2010 - B7-10 821

Rechtbank Zwolle 5 februari 2010, BL6157

Ontbindingsverzoek vanwege reorganisatie, afspiegelingsbeginsel correct toegepast, bepalen aantal dienstjaren. Art. 7:685 BW 
   
De werkgever verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege een reorganisatie. Het verzoek wordt toegewezen. Bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding wordt bij de bepaling van het aantal dienstjaren geen rekening gehouden met de jaren dat de werknemer als zelfstandige en daaraan voorafgaande als werknemer voor de werkgever heeft gewerkt. Bij die beperktere duur van het dienstverband heeft werkgever het afspiegelingsbeginsel juist toegepast en heeft werknemer aanspraak op een lagere vergoeding dan hij meent. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-165



Donderdag 04 maart 2010 - B7-10 804

Rechtbank Zwolle-Lelystad 3 februari 2010, BL4241

Ontbindingsverzoek directielid toegewezen, lekken van informatie niet aannemelijk, C = 1,4. Art. 7:685 BW

Ontbinding arbeidsovereenkomst lid van de directie. De door de werkgever aangevoerde dringende reden, te weten het lekken van gevoelige bedrijfsinformatie naar mogelijke investeerders met wie werd onderhandeld, acht de Kantonrechter onvoldoende aannemelijk. Het enkel onderhouden van prive-contacten met één van die mogelijke investeerders is van onvoldoende gewicht, gelijk het weinig diplomatiek communiceren door de werknemer in e-mails en brieven aan mede-bestuurders. De door de werkgever aangevoerde verstoring van de arbeidsrelatie is dan ook in hoge mate gecreëerd door werkgever waardoor de ontbinding in de risicosfeer van de werkgever komt te liggen. Het ‘Habe wenig’ verweer van de werkgever is onvoldoende onderbouwd. Dit alles leidt er toe dat de Kantonrechter de overeenkomst ontbindt onder toekenning van een vergoeding waarbij de C-factor is gesteld op 1,4.  Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-134



Woensdag 03 maart 2010 - B7-10 803

Rechtbank Zwolle 28 januari 2010, BL3642

Schadevergoeding bij onregelmatig ontslag directeur. Art. 7:677
      
De werknemer is statutair directeur bij de werkgever. De werkgever zegt de arbeidsovereenkomst op wegens disfunctioneren met een opzegtermijn van een maand. De werknemer stelt dat sprake is van een opzegtermijn van vier maanden en vordert in kort geding een gefixeerde schadevergoeding. Daarnaast vordert de werknemer een vergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag, omdat geen sprake zou zijn van disfunctioneren. De voorzieningenrechter oordeelt dat de werkgever een onjuiste opzegtermijn heeft gehanteerd en wijst de gefixeerde schadevergoeding toe. De ontslagvergoeding wordt afgewezen, omdat een voorlopige voorziening zich niet voor een dergelijke uitspraak leent, gezien de beperkte bewijsvoering. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-139