Archief JWB

Dossiers

Arbeidsrecht Agenda

Kort nieuws

Meest gelezen

print pagina
verklein lettertype vergroot lettertype
Vrijdag 03 september 2010 - B7-10 1101

Rechtbank Roermond 18 augustus 2010, BN4053

Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW 
   
De arbeidsovereenkomst van de werknemer (54 jaar oud en 13 dienstjaren) wordt door de werkgever opgezegd zonder toekenning van een vergoeding. De werknemer vordert een schadevergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter oordeelt ten eerste dat de vordering niet is verjaard, nu de verjaring tijdig is gestuit. Voorts oordeelt de kantonrechter dat het enkele feit dat de arbeidsovereenkomst zonder vergoeding is opgezegd niet leidt tot kennelijke onredelijkheid van het ontslag. In casu is de crisis in de bouwsector noch aan de werkgever noch aan de werknemer te wijten. De kantonrechter ziet daarom geen aanleiding het ontslag kennelijk onredelijk te beoordelen. Volgt afwijzing van de vordering. 

Lees hier de uitspraak.

 

JWB Rechtspraak 2010-434



Vrijdag 03 september 2010 - B7-10 1100

Rechtbank Leeuwarden 18 augustus 2010, BN4491

Vennootschapsrechtelijk ontslag als bestuurder betekent ook arbeidsrechtelijk ontslag.

   
De werknemer is als bestuurder werkzaam geweest bij de werkgever. In een vaststellingsovereenkomst is de overeenkomst met de vennootschap beëindigd. De bestuurder meent dat met deze vaststellingsovereenkomst niet tevens de arbeidsrechtelijke overeenkomst is geëindigd. De rechtbank oordeelt dat de 15 april-arresten (HR 15 april 2008, Unidek en Bartelink) ook van toepassing zijn op beëindiging middels een beëindigingovereenkomst. Met het eindigen van de vennootschapsrechtelijke betrekking eindigt daarmee tevens de arbeidsrechtelijke band tussen bestuurder en vennootschap.

Lees hier de uitspraak.
 
JWB Rechtspraak 2010-433



Vrijdag 03 september 2010 - B7-10 1102

Rechtbank Dordrecht 20 augustus 2010, BN4507

Concurrentiebeding bij doorstart na faillissement. Art. 7:653 en 7:663 BW 
   
De curator heeft de arbeidsovereenkomst met de werknemer beëindigd. In deze arbeidsovereenkomst was een concurrentiebeding opgenomen. De werknemer treedt vervolgens bij een concurrent in dienst, terwijl de onderneming waaraan hij verbonden was een doorstart maakt. De doorstarter beroept zich vervolgens op het concurrentiebeding. De kantonrechter oordeelt dat bij een doorstart na faillissement art. 7:663 van toepassing is, maar dat dit niet zo ver gaat dat de doorstarter zich op het concurrentiebeding kan beroepen. Het concurrentiebeding is namelijk met de oude werkgever overeengekomen, dus slechts die oude werkgever kan zich jegens de werknemer op het concurrentiebeding beroepen. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-431



Donderdag 02 september 2010 - B7-10 1099

Rechtbank Breda 18 augustus 2010, BN4208

Concurrentiebeding. Art. 7:653 BW 
   
De werknemer is met de werkgever een concurrentiebeding overeengekomen, maar vordert thans vernietiging van het concurrentiebeding, omdat hij bij een concurrent in dienst wil treden. De kantonrechter oordeelt dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is overeengekomen, dat geen sprake is van onbillijke benadeling van de werknemer op grond waarvan het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk moet worden vernietigd, maar dat de werkgever ook geen belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding. Op grond hiervan matigt de kantonrechter het concurrentiebeding in zoverre het de werknemer belemmert bij de nieuwe werkgever in dienst te treden. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-429



Donderdag 02 september 2010 - B7-10 1098

Rechtbank Utrecht 17 augustus 2010, BN4392

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW en Aanbeveling 3.5 Kring van Kantonrechters 
   
De werknemer (60jr) is werkzaam als directrice op een basisschool. Na een arbeidsconflict tussen de werknemer en het bestuur van de school verzoekt de werknemer thans ontbinding van de arbeidsovereenkomst, nu het bestuur heeft aangegeven dat de werknemer niet in haar oorspronkelijke functie kan terugkeren. De kantonrechter stelt dat beide partijen een verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van het conflict. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden met toepassing van Aanbeveling 3.5 van de Kring van Kantonrechters. De vergoeding bestaat daardoor uit een aanvulling op de uitkering tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-435



Woensdag 01 september 2010 - B7-10 1095

Rechtbank Haarlem 5 augustus 2010, BN4350

Loonbetaling bij ziekte; schenden re-integratieverplichtingen. Art. 7:628, 7:629 en 7:658a BW 
   
De werknemer heeft zich na een conflict met een collega ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft hem daarentegen arbeidsgeschikt verklaard. De werknemer betwist het oordeel van de bedrijfsarts en komt niet op het werk. Hierop zet de werkgever de loonbetaling stop. Thans vordert de werknemer loondoorbetaling, omdat de arbeidsongeschiktheid zijn oorzaak vindt in de werkomstandigheden bij de werkgever. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever tot twee keer heeft getracht via mediation het conflict op te lossen, maar dat de werknemer zich desondanks heeft onttrokken aan de op hem rustende verplichting voor re-integratie. De werknemer heeft vanwege deze schending van re-integratieverplichtingen geen recht op loondoorbetaling.

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-432



Woensdag 01 september 2010 - B7-10 1094

Rechtbank Utrecht 4 augustus 2010, BN4364

Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW 
   
De werknemer (51 jaar, 3 jaar in dienst) wordt ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen zonder toekenning van een vergoeding. De werknemer vordert thans een schadevergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever zijn verplichtingen als goed werkgever heeft geschonden door geen outplacementtraject aan te bieden, hierdoor is het ontslag kennelijk onredelijk. De hoogte van de schadevergoeding wordt begroot op EUR. 9500, de kosten van een outplacementtraject. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-437



Dinsdag 31 augustus 2010 - B7-10 1093

Rechtbank Utrecht 4 augustus 2010, BN4353

Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW 
   
De werknemer (34 jaar, 14 jaar in dienst) wordt ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen onder toekenning van een zeer kleine vergoeding (EUR 700). De werknemer vordert thans een schadevergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter oordeelt dat nu het afspiegelingsbeginsel onjuist is toegepast sprake is van kennelijk onredelijk ontslag. Voor het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding wordt aangesloten bij een variant op de kantonrechtersformule.

Lees hier de uitspraak.
 
JWB Rechtspraak 2010-436



Dinsdag 31 augustus 2010 - B7-10 1091

Rechtbank Dordrecht 22 juli 2010, BN4515

Ontslag op staande voet zieke werknemer. Art. 7:677, 7:678, 7:629 en 7:658a BW 
   
De werkgever heeft de werknemer op staande voet ontslagen wegens het niet meewerken aan re-integratie. De werkgever had daarvoor al het loon opgeschort, omdat de werknemer zich niet aan de re-integratieverplichtingen hield. De werknemer had op zijn beurt de (passende) werkzaamheden gestaakt vanwege het feit dat hij geen loon meer kreeg doorbetaald. De werknemer vordert thans loonbetaling. De kantonrechter oordeelt dat niet is gebleken dat de werknemer niet meewerkte aan re-integratie. De loonopschorting door de werkgever was daardoor onrechtmatig. Het staken van de werkzaamheden van de werknemer was rechtmatig, nu hij onterecht geen loon kreeg. Het ontslag op staande voet is derhalve onterecht gegeven. Volgt toewijzing van de vordering. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-430



Maandag 30 augustus 2010 - B7-10 1089

Rechtbank ’s-Gravenhage 6 mei 2010, BN4141

Toepasselijkheid normeringsregel uit CAO Beroepsgoederenvervoer. 
   
De werknemer is werkzaam in de transportsector en krijgt betaald op basis van werkelijk gewerkte uren op basis van zijn urenregistratie. De werkgever heeft echter de mogelijkheid deze uren te corrigeren op basis van de tachograafschijf. De werknemer vordert niet uitbetaalde uren waarop hij wel recht zou hebben conform de CAO, nu de correcties van de werkgever feitelijk neerkomen op betaling conform een normeringsregeling, waarvoor krachtens de CAO toestemming van de werknemer voor nodig is. De werkgever stelt dat hij zijn bevoegdheid niet te buiten is getreden. De kantonrechter oordeelt dat de feitelijke hantering van de correctiebevoegdheid door de werkgever neerkomt op betaling conform een normeringsregeling. Hiermee wordt de toepasselijke CAO geschonden. Volgt toewijzing van de vordering van de werknemer. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-427



Maandag 30 augustus 2010 - B7-10 1087

Rechtbank Amsterdam 26 april 2010, BN4403

Loonvordering na arbeidsconflict. Art. 7:628 BW 
   
De werkgever en de werknemer zijn in een arbeidsconflict geraakt waarna de werknemer zich heeft ziek gemeld. Vervolgens is een beëindigingsovereenkomst gesloten op basis waarvan de werkgever over de conflictperiode het loon zou betalen. De werkgever heeft echter slechts 70% van het loon voldaan. De werknemer vordert thans betaling van het resterende deel van het salaris. De kantonrechter oordeelt dat de situatieve arbeidsongeschiktheid als ziekte moest worden aangemerkt, waardoor de werkgever het ziekteverzuimprotocol had moeten toepassen. Hierin staat dat bij ziekte 90% van het salaris wordt doorbetaald. De werknemer heeft daarom recht op betaling van 90% van het loon.

Lees hier de uitspraak.
 
JWB Rechtspraak 2010-428



Vrijdag 27 augustus 2010 - B7-10 1086

Rechtbank Almelo 10 augustus 2010, BN3755

Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW 
   
De werknemer is 43 jaar en wordt na een dienstverband van 22 jaar wegens bedrijfseconomische redenen ontslagen. De werknemer stelt dat het ontslag gezien zijn leeftijd, de lengte van het dienstverband en het gebrek aan employability kennelijk onredelijk is opgezegd, vanwege het ontbreken van een vergoeding. De kantonrechter oordeelt dat een verminderde employability onder omstandigheden kennelijk onredelijkheid op kan leveren, maar dat hiervan in casu geen sprake is, omdat de werkgever een outplacementtraject van een jaar aanbiedt. De vordering van de werknemer wordt afgewezen. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-410



Vrijdag 27 augustus 2010 - B7-10 1085

Rechtbank Roermond 5 augustus 2010, BN3623

Ontslag op staande voet voor voltrekking dringende reden. Art. 7:677 en 7:678 BW 
   
De werkgever heeft de verlofaanvraag van de werknemer tussen 3 mei 2010 en 14 mei 2010 niet gehonoreerd. De werknemer heeft vervolgens gezegd dat hij desondanks op vakantie zou gaan. De werkgever heeft hierop op 29 april 2010 direct ontslag op staande voet gegeven. Thans beroept de werknemer zich op de nietigheid van het ontslag op staande voet en stelt een loonvordering in. De kantonrechter oordeelt dat een ontslag op staande voet niet kan worden gegeven als de dringende reden nog niet is voltrokken. De werknemer had immers tot inkeer kunnen komen. Volgt toewijzing van de loonvordering. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-419



Donderdag 26 augustus 2010 - B7-10 1084

Rechtbank Roermond 28 juli 2010, BN3625

Geldigheid proeftijdbeding; loondoorbetaling tijdens ziekte. Art. 7:652 en art. 7:629 BW 
   

De werknemer werkte als kok-productie en heeft een nieuwe functie gekregen als zelfstandig kok. In zijn nieuwe arbeidsovereenkomst stond een proeftijd. Gedurende de proeftijd wordt de werknemer ontslagen vanwege gebruik van harddrugs. De kantonrechter oordeelt dat het proeftijdbeding niet geldig is, omdat onduidelijk is wat de kenmerkende verschillen zijn tussen de twee functies. Een nieuwe kennismakingsperiode mocht daarom niet. De werkgever hoeft echter het loon niet door te betalen, omdat de werknemer had moeten melden dat hij verslaafd was aan harddrugs bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst. De werkgever kan zich terecht beroepen op art. 7:629 lid 3 BW. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-418



Donderdag 26 augustus 2010 - B7-10 1083

Rechtbank Roermond 28 juli 2010, BN3638

Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW 
   
De werknemer is 43 jaar en wordt na een dienstverband van 22 jaar wegens bedrijfseconomische redenen ontslagen. De werknemer stelt dat het ontslag gezien zijn leeftijd, de lengte van het dienstverband en zijn gebrekkige kennis van het Nederlands kennelijk onredelijk is opgezegd, vanwege het ontbreken van een vergoeding. De kantonrechter oordeelt dat vanwege de economische crisis en de grote concurrentie vanuit Azië het belang van de werkgever bij opzegging groter was dan dat van de werknemer. De opzegging is daarmee niet kennelijk onredelijk. Volgt afwijzing van de vordering van de werknemer.

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-417