Archief JWB |
Dossiers |
Arbeidsrecht Agenda
|
Meest gelezen |
|
|
|
Eenzijdige vaststelling opname vakantiedagen bij arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Art. 7:638 en 7:641 BW
De werkgever heeft de werknemer, na een periode van ziekte en zwangerschapsverlof, verzocht haar resterende vakantiedagen op te nemen voor het einde van de arbeidsovereenkomst. Werkneemster weigert dit en vordert uitbetaling van de vakantiedagen. De kantonrechter oordeelt, onder verwijzing naar artikel 7:638 BW en kamerstukken, dat de werkgever werkneemster niet kon dwingen haar resterende vakantiedagen aan het einde van de arbeidsovereenkomst op te nemen. Volgt toewijzing van de vordering. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-312
Loondoorbetaling tijdens ziekte; recht op vakantie tijdens ziekte; HvJ Schultz/Hoff-arrest. Art. 7:635 lid 4 BW
De werknemer is arbeidsongeschikt, maar de werkgever heeft de loondoorbetaling gestaakt, omdat de werknemer passende arbeid zou weigeren. De werknemer stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van passende arbeid en dat de loonsanctie derhalve onterecht is opgelegd. Daarnaast vordert de werknemer uitbetaling van opgebouwde vakantiedagen. Het Hof oordeelt dat de werkgever inderdaad ten onrechte de aangeboden arbeid als passende arbeid heeft gekwalificeerd en dat de stopzetting van de loondoorbetalingsverplichting onrechtmatig is. De uitbetaling van de vakantiedagen ligt echter lastiger. Weliswaar heeft de werknemer volgens het Europees recht een aanspraak op de vakantiedagen, maar het Nederlands recht is niet in overeenstemming met het Europees recht. Aan de richtlijn komt geen horizontale werking toe en een richtlijnconforme interpretatie van art. 635 zou leiden tot contra legem. Deze bevoegdheid heeft het Hof niet, waardoor de vordering tot uitbetaling van vakantiedagen wordt afgewezen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2009-542
Opbouw vakantiedagen tijdens ziekte. Art. 7:635 lid 4 BW
De werkneemster is in 2006 uitgevallen wegens arbeidsongeschiktheid en in 2009 heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig opgezegd. De werknemer vordert thans uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen die zij heeft opgebouwd en niet heeft opgenomen gedurende haar ziekte. Zij doet hierbij een beroep op de Schultz/Hoff-uitspraak van het HvJ EG. De werkgever meent dat aan deze uitspraak geen horizontale werking toekomt en dat de wettekst van 7:635 lid 4 ertoe leidt dat de vordering van de werkneemster moet worden afgewezen. De kantonrechter oordeelt dat het beroep van de werkgever op 7:635 lid 4 gezien de uitspraak van het HvJ EG naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, omdat daarmee een beginsel van communautair sociaal recht zou worden geschonden. De werkneemster wordt derhalve in het gelijk gesteld. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2009-471