Archief JWB

Dossiers

Arbeidsrecht Agenda

Kort nieuws

Meest gelezen

print pagina
verklein lettertype vergroot lettertype
Maandag 06 september 2010 - B7-10 1104

Gerechtshof Amsterdam 9 maart 2010, BN1356

Werkgeversaansprakelijkheid voor burn out. Art. 7:658, 7:611 en 7:629 BW 
   
De werknemer is uitgevallen wegens een burn out. Er heeft geen re-integratie plaatsgevonden en de arbeidsovereenkomst met de werknemer is thans beëindigd. De werknemer stelt de werkgever aansprakelijk voor de geleden schade. Het Hof oordeelt dat de werknemer nooit heeft aangegeven dat de werkdruk te hoog was. De werkgever heeft daardoor noch zijn zorgplicht noch de beginselen van het goed werkgeverschap geschonden. Dat geen re-integratie heeft plaatsgevonden lag met name aan de instelling van de werknemer zelf. Volgt afwijzing van de vordering.  

Lees hier de uitspraak.

 

JWB Rechtspraak 2010-439



Maandag 30 augustus 2010 - B7-10 1090

Hof ’s-Gravenhage 20 juli 2010, BN4190

Werkgeversaansprakelijkheid; schending zorgplicht. Art. 7:658 BW 
   
De werknemer is arbeidsongeschikt geraakt vanwege een hernia na het tillen van een oven in het kader van zijn werkzaamheden voor de werkgever. De werknemer heeft de werkgever hiervoor aansprakelijk gesteld. De werkgever stelt dat hij zijn zorgplicht is nagekomen. Het Hof oordeelt dat de werkgever in strijd met het Arbo-besluit heeft gehandeld door bij het tillen van de oven geen mechanische hulpmiddelen in te zetten. De werkgever heeft hierdoor zijn zorgplicht geschonden, zodat hij aansprakelijk is voor de geleden schade. Volgt aanhouding van de zaak om de schade te begroten. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-423



Maandag 16 augustus 2010 - B7-10 1065

Rechtbank Zwolle 7 juli 2010, BN3349

Werkgeversaansprakelijkheid voor beroepsziekte; causaal verband. Art. 7:658 BW 
   
De werknemer is als schilder werkzaam geweest bij de werkgever en is in het kader van zijn werkzaamheden in grote mate in aanraking gekomen met giftige stoffen. De werknemer is vervolgens aan kanker overleden, maar de erfgenamen van de werknemer stellen thans de werkgever aansprakelijk op grond van art. 7:658 BW. De kantonrechter is echter van oordeel dat het causaal verband tussen de ziekte van de werknemer en de uitgeoefende werkzaamheden bij de werkgever niet is komen vast te staan, omdat de werknemer ook een veelvuldige alcoholconsument was. De vordering van de erfgenamen moet vanwege het gebrek aan causaal verband worden afgewezen.

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-408  



Dinsdag 10 augustus 2010 - B7-10 1054

Rechtbank Utrecht 25 april 2010, BN2963

Werkgeversaansprakelijkheid inlener. Art. 7:658 lid 4 
    
De werknemer is door zijn formele werkgever uitgeleend aan X. Bij X krijgt de werknemer een arbeidsongeval wanneer hij in een gat valt. De werknemer loopt ernstig letsel op. De formele werkgever is reeds aansprakelijk gehouden, maar nu stelt de verzekeraar – in naam van de werknemer – ook de inlener aansprakelijk. De kantonrechter oordeelt dat nu de arbeidsinspectie een boete heeft opgelegd de inlener zijn zorgplicht heeft geschonden. Van bewuste roekeloosheid is geen sprake, ondanks dat de werknemer in strijd met de werkinstructies heeft gehandeld. Volgt toewijzing van de vordering.

Lees hier de uitspraak.
 
JWB Rechtspraak 2010-396



Maandag 02 augustus 2010 - B7-10 1039

Hof Den Haag 22 december 2009, BN1982

Werkgeversaansprakelijkheid. Artikelen: Art. 7:658 BW 

De werknemer heeft in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade opgelopen en is kort daarna ontslagen. Sindsdien zit de werknemer thuis. Thans stelt de werknemer zijn voormalig werkgever aansprakelijk voor de geleden schade. De werkgever stelt dat de werknemer onvoldoende zijn schade heeft beperkt door niet te solliciteren of anderszins te re-integreren. Het Hof oordeelt dat de werknemer inderdaad in beginsel tekort is geschoten in zijn schadebeperkingsplicht, maar dat het gebrek aan re-integratiepogingen kan zijn veroorzaakt door een dysthyme-stoornis welke zou kunnen zijn terug te voeren op het ongeval. Mocht dit het geval zijn, dan valt het schenden van de schadebeperkingsplicht de werknemer niet aan te rekenen. Volgt aanhouding van de zaak om te onderzoeken in hoeverre de dysthyme-stoornis is te wijten aan het ongeval. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-373



Vrijdag 23 juli 2010 - B7-10 1030

HR 9 juli 2010, BL4088

Aansprakelijkheid inlener voor arbeidsongeval op grond van onrechtmatige daad wegens schending verzekeringsplicht (Vonk/Van der Hoeven (II)). Art. 6:162 BW en 7:611 BW
   
Casus: Dit arrest is het vervolg op het arrest Vonk/Van der Hoeven (HR 12 januari 2001, NJ 2001, 253). Ditmaal wordt door de werknemer de inlener aansprakelijk gesteld op grond van art. 6:162 BW. Het Hof had aansprakelijkheid aangenomen, omdat de inlener zowel zijn zorgplicht had geschonden als had verzuimd een behoorlijke verzekering af te sluiten.  
Rechtsvraag: De inlener stelt in cassatie dat de aansprakelijkheid wegens het verzuimen een behoorlijke verzekering af te sluiten niet op art. 6:162 kan worden gebaseerd, omdat de norm van het goed werkgeverschap van art. 7:611 geen equivalent is van de onrechtmatige daad uit art. 6:162 BW.  
Beslissing: De Hoge Raad oordeelt echter dat hoewel de norm van het goed werkgeverschap van art. 7:611 niet van toepassing is vanwege het ontbreken van een contractuele relatie tussen de werknemer en de inlener, toch de invulling van de norm – te weten het afsluiten van een behoorlijke verzekering – kan worden toegepast via de weg van art. 6:162 BW. De Hoge Raad verwerpt derhalve het cassatieberoep van de inlener.

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-349 



Vrijdag 23 juli 2010 - B7-10 1027

Hof ’s-Hertogenbosch 6 juli 2010, BN0734

Werkgeversaansprakelijkheid. Art. 7:658 en 7:611 BW 
   
De werknemer heeft in de uitoefening van zijn werkzaamheden als psychiater schade opgelopen door geweldpleging van een TBS-patient. De werknemer stelt zijn werkgever aansprakelijk voor de geleden schade op grond van art. 7:611 BW omdat de werkgever heeft verzuimd een behoorlijke verzekering af te sluiten. Het Hof oordeelt dat de verzekeringsplicht ex art. 7:611 BW verder strekt dan alleen bij verkeersongevallen en concludeert dat de Hoge Raad hierover een uitspraak moet doen. De zaak wordt aangehouden om tegen het tussenvonnis in cassatie te gaan.

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-350



Donderdag 22 juli 2010 - B7-10 1024

Gerechtshof Leeuwarden 29 juni 2010, BN0792

Werkgeversaansprakelijkheid; zorgplicht. Art. 7:658 BW 
   
De werknemer heeft in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade opgelopen toen hij van een triltafel viel terwijl hij aan het bellen was met een mobiele telefoon. Via de mobiele telefoon gaf de werkgever instructies door over het productieproces. De werknemer stelt de werkgever aansprakelijk voor de geleden schade. Het Hof oordeelt dat de werkgever zijn zorgplicht heeft geschonden, omdat de werkgever onvoldoende instructies heeft gegeven over het gebruik van de mobiele telefoon in relatie tot het gevaar dat dit met zich bracht in de uitoefening van de werkzaamheden. De werkgever wordt gehouden de schade te vergoeden. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-351 



Donderdag 15 juli 2010 - B7-10 1012

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 29 juni 2010, BN0074

Werkgeversaansprakelijkheid voor beroepsziekte CTE; bewijslastverdeling. Art. 7:658 BW 
   
De werknemer is gedurende zijn werkzaamheden voor de werkgever blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. De werknemer stelt zijn voormalig werkgever aansprakelijk voor de schade en beroept zich op omkering van de bewijslast. Het Hof oordeelt dat voor toepassing van de omkeringsregel blijkens het arrest Unilever/Dikmans is vereist dat de werknemer niet alleen stelt dat hij aan gevaarlijke stoffen is blootgesteld, maar ook dat zijn gezondheidsklachten door de blootstelling kunnen zijn veroorzaakt. Het Hof oordeelt dat de werknemer hierin niet is geslaagd en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-342



Dinsdag 06 juli 2010 - B7-10 1002

Hof ’s-Hertogenbosch 15 juni 2010, BM8966

Werkgeversaansprakelijkheid bij schade uit een verkeersongeval. Art. 7:611 BW 
   
De werknemer is in 1996 een verkeersongeval overkomen. Thans ligt de vraag voor of de werkgever aansprakelijk kan worden gehouden. Het Hof oordeelt dat de werkgever aansprakelijk is op grond van art. 7:611 BW wanneer hij heeft nagelaten een behoorlijke verzekering af te sluiten voor de werknemer. Omdat het onduidelijk is of een behoorlijke verzekering in 1996 voorhanden was, besluit het hof een deskundige te benoemen die deze vraag moet beantwoorden. Volgt aanhouding van de zaak. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-334



Woensdag 30 juni 2010 - B7-10 993

Hof ’s-Hertogenbosch 18 mei 2010, BM8232

Werkgeversaansprakelijkheid bij burn out. Art. 7:658 BW 
   

De werknemer heeft vanwege de werkzaamheden bij de werkgever een burn out opgelopen. De werkgever is voor deze burn out aansprakelijk gesteld en thans ligt de vraag voor hoe de schade moet worden begroot. De werknemer stelt dat hij zou zijn bevorderd tot financieel directeur wanneer hij niet zou zijn uitgevallen wegens een burn out. De werkgever betwist deze stelling. Het Hof besluit de zaak aan te houden voor nadere bewijslevering.

Lees hier de uitspraak.

 

JWB Rechtspraak 2010-322 



Vrijdag 04 juni 2010 - B7-10 964

HR 21 mei 2010, BM0708

Arbeidsongeval; bewijslastverdeling. Art. 7:658 lid 1 BW; 81 RO. 
   
Eiser werkte in dienst van verweerster in de functie van timmerman. Eiser is tijdens het werk een ongeluk overkomen, waarbij hij letsel heeft opgelopen. Eiser probeerde een raam te plaatsen op een hoogte van ongeveer 2,10 meter boven de vloer. Om daar bij te kunnen stond hij op de derde of vierde trede van een trapje. Terwijl hij met flinke kracht het raam in een zogenaamde klang probeerde te duwen, gleed hij van het trapje en stuiterde er langs naar beneden. Op de vloer gleed hij vervolgens weg en viel. Daarop voelde eiser hevige pijn in rug en been. Eiser is sinds het ongeval arbeidsongeschikt voor zijn eigen werk. Re-integratie bleek niet mogelijk en omscholing heeft niet het gewenste resultaat gehad.



Woensdag 02 juni 2010 - B7-10 958

Gerechtshof Arnhem 27 april 2010, BM3526

Werknemersaansprakelijkheid. Art. 7:661 en 6:162 BW 
   
De werkgever beticht de werkneemster ervan dat zij frauduleuze handelingen heeft verricht en vordert een schadevergoeding op grond van art. 7:661 BW. In eerste aanleg heeft de kantonrechter de werkgever in het gelijkgesteld en een schadevergoeding van 1,1 miljoen euro toegekend. De werkneemster ontkent de fraude en vordert in hoger beroep vernietiging van het vonnis van de kantonrechter. Het Hof oordeelt dat is vast komen te staan dat de werkneemster heeft gefraudeerd, maar matigt de schadevergoeding met 35%, omdat de werkgever te weinig controle heeft uitgeoefend op de werknemer en daardoor deels zelf schuldig is. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-291



Dinsdag 01 juni 2010 - B7-10 962

Rechtbank Roermond 12 mei 2010, BM4554

Schadeberekening bij werkgeversaansprakelijkheid. Art. 7:658 BW 
   
De werknemer heeft een arbeidsongeval gehad, waarbij zij rechterarm is geamputeerd. De schadevergoeding die vervolgens door de verzekeraar is uitgekeerd vindt de werknemer te laag, omdat rekening is gehouden met de schade tot de pensioengerechtigde leeftijd van 65, terwijl de werknemer stelt dat hij tot 67/68 jaar zou hebben doorgewerkt. De werknemer vordert aanvullende schadevergoeding. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer zijn vordering onvoldoende heeft onderbouwd, maar dat partijen inmiddels hebben geschikt. Volgt afwijzing van de vordering. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-299  



Dinsdag 01 juni 2010 - B7-10 954

Rechtbank Middelburg 21 december 2009, BM4389

Werkgeversaansprakelijkheid. Art. 7:658 BW 
   
De werknemer is werkzaam bij werkgever A en tewerkgesteld bij werkgever B. Als gevolg van gladheid komt hij op het bedrijfsterrein ten val en loopt schade op. De werknemer stelt beide werkgevers aansprakelijk. De kantonrechter oordeelt dat het een feit van algemene bekendheid is dat het bij vorst glad kan worden. De werkgever B had dus maatregelen moeten treffen op zijn terrein teneinde ongevallen te voorkomen. Nu de werkgever B dat niet heeft gedaan is hij aansprakelijk. Ook werkgever A is als formele werkgever aansprakelijk voor de schade. De zaak wordt aangehouden ter begroting van de schade. Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-298