Archief JWB

Dossiers

Arbeidsrecht Agenda

Kort nieuws

Meest gelezen

print pagina
verklein lettertype vergroot lettertype
Maandag 30 augustus 2010 - B7-10 1088

Gerechtshof Amsterdam 27 april 2010, BM9544

Ontslagbescherming van toepassing op buitenlandse werknemer. Art. 6 BBA 
   

De werknemer heeft de Amerikaanse nationaliteit, maar is werkzaam in Nederland op grond van een Nederlandse arbeidsovereenkomst. De werkgever heeft de werknemer ontslagen zonder toestemming van het UWV ex art. 6 BBA, maar stelt dat het BBA niet van toepassing is, omdat de werknemer zou terugkeren naar de Verenigde Staten en daardoor buiten de reikwijdte van het BBA valt. Het Hof oordeelt in navolging van de kantonrechter dat het BBA met name is bedoeld de werknemer te beschermen tegen ongerechtvaardigd ontslag. Het feit dat de werknemer zou terugkeren naar de Verenigde Staten doet aan dit doel van het BBA niet af. Het BBA is dus gewoon van toepassing.

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-424



Maandag 30 augustus 2010 - B7-10 1087

Rechtbank Amsterdam 26 april 2010, BN4403

Loonvordering na arbeidsconflict. Art. 7:628 BW 
   
De werkgever en de werknemer zijn in een arbeidsconflict geraakt waarna de werknemer zich heeft ziek gemeld. Vervolgens is een beëindigingsovereenkomst gesloten op basis waarvan de werkgever over de conflictperiode het loon zou betalen. De werkgever heeft echter slechts 70% van het loon voldaan. De werknemer vordert thans betaling van het resterende deel van het salaris. De kantonrechter oordeelt dat de situatieve arbeidsongeschiktheid als ziekte moest worden aangemerkt, waardoor de werkgever het ziekteverzuimprotocol had moeten toepassen. Hierin staat dat bij ziekte 90% van het salaris wordt doorbetaald. De werknemer heeft daarom recht op betaling van 90% van het loon.

Lees hier de uitspraak.
 
JWB Rechtspraak 2010-428



Maandag 23 augustus 2010 - B7-10 1075

Rechtbank Utrecht 2 april 2010, BN3567

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werkgever heeft de werknemer op staande voet ontslagen wegens seksuele intimidatie en verzoekt thans voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever slechts zeer summier onderzoek naar het voorval heeft gedaan en dat allerminst is komen vast te staan dat inderdaad sprake is van seksuele intimidatie. Er is daarom onvoldoende grond om tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst over te gaan. Volgt afwijzing van het verzoek van de werkgever. 

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-420



Dinsdag 10 augustus 2010 - B7-10 1054

Rechtbank Utrecht 25 april 2010, BN2963

Werkgeversaansprakelijkheid inlener. Art. 7:658 lid 4 
    
De werknemer is door zijn formele werkgever uitgeleend aan X. Bij X krijgt de werknemer een arbeidsongeval wanneer hij in een gat valt. De werknemer loopt ernstig letsel op. De formele werkgever is reeds aansprakelijk gehouden, maar nu stelt de verzekeraar – in naam van de werknemer – ook de inlener aansprakelijk. De kantonrechter oordeelt dat nu de arbeidsinspectie een boete heeft opgelegd de inlener zijn zorgplicht heeft geschonden. Van bewuste roekeloosheid is geen sprake, ondanks dat de werknemer in strijd met de werkinstructies heeft gehandeld. Volgt toewijzing van de vordering.

Lees hier de uitspraak.
 
JWB Rechtspraak 2010-396



Dinsdag 20 juli 2010 - B7-10 1016

Gerechtshof Leeuwarden 27 april 2010, BN0790

Belang bij appel tegen loonvordering na ontslag op staande voet wanneer werknemer gebruik maakt van de ‘switch’. Art. 7:628, 7:677 en 7:678 BW 
   
De werknemer is op staande voet ontslagen en stelt vervolgens een loonvordering in. Deze loonvordering wordt in kort geding in eerste aanleg toegewezen. Vervolgens oordeelt de kantonrechter dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven, waarna de werkgever in hoger beroep gaat tegen het kort geding vonnis. De werknemer heeft zich inmiddels echter beroepen op de ‘switch’ en vordert gefixeerde schadevergoeding. De vraag is of de werkgever voldoende belang heeft bij het hoger beroep tegen de loonvordering, nu de werknemer heeft afgezien van het beroep op de uitspraak. Het Hof oordeelt dat de werkgever wel degelijk een belang heeft, nu de proceskostenveroordeling overeind is gebleven uit het kort geding vonnis. Het Hof stelt de werkgever vervolgens in het gelijk en vernietigt het vonnis van de kantonrechter.

Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-352 



Woensdag 30 juni 2010 - B7-10 992

Rechtbank Haarlem 27 april 2010, BM8190

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werknemer, 41 jaar, is sinds 2002 uitgevallen na een niertransplantatie. De werknemer kan slechts aangepaste werkzaamheden verrichten, waardoor hij geen nachtdiensten kan draaien en niet voor 11 uur ’s ochtends kan beginnen. Na een reorganisatie is geen passende functie meer voor handen, waardoor de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzoekt. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever voldoende heeft aangetoond dat geen passende functie aanwezig is. Omdat de werknemer ruim acht jaar lang naar tevredenheid heeft gefunctioneerd, wordt wel een vergoeding toegekend. 

Lees hier de uitspraak.

 

JWB Rechtspraak 2010-327 



Woensdag 30 juni 2010 - B7-10 991

Gerechtshof Leeuwarden 13 april 2010, BM8411

Uitleg betekenis 26 weken termijn bij wederindiensttredingsvoorwaarde. Art. 4:5 ontslagbesluit. 
   
De arbeidsovereenkomst van de werknemer is opgezegd door de werkgever. Aan de opzegging heeft het UWV een wederindiensttredingsvoorwaarde verbonden. De werkgever heeft vervolgens binnen 26 weken uitzendkrachten ingehuurd om deels de taken van de werknemer te vervullen. De werknemer vordert derhalve wederindiensttreding. In navolging van de kantonrechter wijst het Hof de vordering van de werknemer af. Het enkele feit dat uitzendkrachten een deel van de taken van de werknemer overnemen, maakt nog niet dat de uitzendkrachten ook de functie van de werknemer hebben vervuld. 

Lees hier de uitspraak.


JWB Rechtspraak 2010-324 



Dinsdag 22 juni 2010 - B7-10 986

Rechtbank Amsterdam 12 april 2010, BM7560

Overgang van onderneming bij privatisering. Art. 7:662 BW 
   
De gemeente Amsterdam heeft de parkeerhandhaving geprivatiseerd. De werknemer heeft de arbeidsovereenkomst bij de nieuwe werkgever niet ondertekend, omdat hij zich op het standpunt stelt dat vanwege een overgang van onderneming dezelfde arbeidsvoorwaarden van toepassing blijven. De werknemer vordert in kort geding tewerkstelling op basis van zijn oude arbeidsvoorwaarden. De kantonrechter oordeelt dat bij privatisering van overheidsdiensten art. 7:662 BW niet van toepassing is, zodat het beroep van de werknemer hierop faalt. Wel moet de werkgever de werknemer opnieuw in de gelegenheid stellen akkoord te gaan met de nieuw aangeboden arbeidsvoorwaarden. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-319 



Maandag 21 juni 2010 - B7-10 985

Rechtbank Amsterdam 1 april 2010, BM7555

Ontbinding tijdens de opzegtermijn. Art. 7:685 BW 
   
De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd, waarna de werknemer een ontbindingsprocedure start. De werkgever besluit hierop de arbeidsovereenkomst onregelmatig voor een tweede keer op te zeggen. De kantonrechter oordeelt onder verwijzing naar HR 11 december 2009 (Van Hooff Elektra/Oldenburg-Pekel) dat de tweede opzegging door de werkgever rechtskracht ontbeert, waardoor het ontbindingsverzoek gewoon kan worden behandeld. Voorts oordeelt de kantonrechter dat de vergoeding conform het sociaal plan zou leiden tot een evident onbillijke uitkomst. De kantonrechter besluit daarom de arbeidsovereenkomst te ontbinden met C=1.  Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-320



Woensdag 09 juni 2010 - B7-10 975

Rechtbank Haarlem 27 april 2010, BM5906

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werknemer klaagt bij de werkgever over discriminatie. De werkgever heeft aan de eerdere toezegging van een contract voor onbepaalde tijd de voorwaarde verbonden dat werkneemster zich anders zou opstellen m.b.t. de afhandeling van de klacht. De CGB heeft geoordeeld dat sprake is van schending van het victimisatieverbod. Werkgever vordert ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever zich niet als goed werkgever heeft gedragen ten aanzien van de afhandeling van de klacht. Volgt ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding met C=2 (€ 4.500,-). Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-308 



Donderdag 03 juni 2010 - B7-10 959

Rechtbank Den Bosch 29 april 2010, BM4630

Kwalificatie arbeidsovereenkomst. Art. 7:610 BW 
   
De werker verricht werkzaamheden voor de vermeende werkgever. Wanneer de werker arbeidsongeschikt wordt, weigert de vermeende werkgever het loon door te betalen. De werker stelt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, omdat aan de voorwaarden van art. 7:610 BW is voldaan. De vermeende werkgever stelt dat sprake is van een overeenkomst van opdracht gezien de partijbedoeling. De kantonrechter oordeelt dat weliswaar aan alle vereisten van art. 7:610 BW is voldaan, maar dat uit de getuigenverklaringen blijkt dat de bedoeling van partijen expliciet was om geen arbeidsovereenkomst te sluiten. De vordering wordt dus afgewezen. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-292  



Woensdag 02 juni 2010 - B7-10 958

Gerechtshof Arnhem 27 april 2010, BM3526

Werknemersaansprakelijkheid. Art. 7:661 en 6:162 BW 
   
De werkgever beticht de werkneemster ervan dat zij frauduleuze handelingen heeft verricht en vordert een schadevergoeding op grond van art. 7:661 BW. In eerste aanleg heeft de kantonrechter de werkgever in het gelijkgesteld en een schadevergoeding van 1,1 miljoen euro toegekend. De werkneemster ontkent de fraude en vordert in hoger beroep vernietiging van het vonnis van de kantonrechter. Het Hof oordeelt dat is vast komen te staan dat de werkneemster heeft gefraudeerd, maar matigt de schadevergoeding met 35%, omdat de werkgever te weinig controle heeft uitgeoefend op de werknemer en daardoor deels zelf schuldig is. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-291



Woensdag 02 juni 2010 - B7-10 957

Rechtbank Haarlem 21 april 2010, BM5227

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werknemer is werkzaam op Schiphol als technicus bij Iberia. Wanneer de werknemer door de strafrechter wordt veroordeeld wegens handelen in strijd met de Opiumwet verzoekt de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden. De kantonrechter oordeelt dat nu de werknemer vanwege zijn veroordeling waarschijnlijk nooit meer de vereiste passen zal krijgen om op Schiphol te mogen werken, sprake is van een dringende reden. Volgt ontbinding van de arbeidsovereenkomst.  Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-297



Woensdag 02 juni 2010 - B7-10 956

Rechtbank Groningen 21 april 2010, BM5233

Uitleg CAO 
   
De werknemer is werkzaam op basis van een leer-arbeidsovereenkomst. Onderdeel hiervan is dat de werknemer in de wintermaanden 10 weken scholing moet volgen. Conform de CAO krijgt de werknemer een reiskostenvergoeding voor het traject woon-werk. De werknemer stelt thans dat ook het traject woon-scholing hieronder valt en vordert een reiskostenvergoeding. De kantonrechter oordeelt dat uit de bepaling in de CAO niet valt op te maken dat de reiskostenvergoeding ook in het kader van scholing moet worden uitgekeerd. Volgt afwijzing van de vordering van de werknemer.  Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-295



Dinsdag 01 juni 2010 - B7-10 955

Rechtbank Breda 7 april 2010, BM5157

Schending concurrentiebeding. Art. 7:653 BW 
   
Drie werknemer zijn door de werkgever op staande voet ontslagen, waarna twee ervan bij een directe concurrent in dienst treden. De werkgever vordert handhaving van het concurrentiebeding en schadevergoeding. De kantonrechter oordeelt dat slechts met een van de drie werknemers een geldig concurrentiebeding is overeengekomen. Juist deze werknemer is niet bij de concurrent in dienst getreden. De overige werknemers hebben het concurrentieding niet geschonden, evenmin is onrechtmatige concurrentie aangetoond, nu het in dienst treden bij een concurrent op zichzelf niet onrechtmatig is. Lees hier de uitspraak. 


JWB Rechtspraak 2010-293