Archief JWB |
Dossiers |
Arbeidsrecht Agenda
|
Meest gelezen |
|
|
|
Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW
De werkneemster is na een eerste uitval wegens ziekte gere-integreerd in passende arbeid. Tijdens het verrichten van deze passende werkzaamheden valt zij opnieuw uit, waarna de werkgever geen andere passende arbeid meer heeft en besluit de arbeidsovereenkomst op te zeggen. De werkgever betaalt wel gewoon het loon door tot einde arbeidsovereenkomst. De werkneemster vordert thans een vergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever alles heeft gedaan aan re-integratie wat binnen zijn mogelijkheden lag en daarnaast het loon van de werkneemster heeft doorbetaald daar waar hij de verplichting niet meer had. Deze gegevens maken dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is. Volgt afwijzing van de vordering van de werkneemster.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-389
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werkneemster is al ruim twee jaar arbeidsongeschikt. De re-integratie is zowel in het eerste als tweede spoor op niets uitgelopen, daarom verzoekt de werkneemster thans ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de re-integratie door de werkgever, hoewel zonder succes, voldoende is geweest, te meer daar het UWV geen loonsanctie heeft opgelegd. De arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden nu re-integratie lijkt uitgesloten. De werkneemster wordt een vergoeding van EUR 10.000 naar billijkheid meegegeven, omdat de kantonrechtersformule niet hanteerbaar is nu de werknemer geen schade lijdt door de ontbinding, de loondoorbetalingsplicht is immers opgehouden.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-388
Mondeling behandeling ontbindingsverzoek op dezelfde dag als toestemming UWV. Art. 7:685 BW
De werkgever heeft een ontslagvergunning gevraagd aan het UWV-Werkbedrijf als de werknemer vervolgens een ontbindingsverzoek indient. De behandeling van het verzoek vindt op dezelfde dag plaats als het afgeven van toestemming door het UWV. De vraag in hoger beroep is of de kantonrechter buiten het toepassingsbereik is getreden van art. 7:685 BW door te ontbinden tegen een latere datum dan waartegen de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Het Hof oordeelt dat de ontbindingsbeschikking geldig is, ook voor wat betreft de vergoeding, nu de arbeidsovereenkomst nog bestond op het moment dat de ontbindingsbeschikking werd afgegeven. Hierdoor is de kantonrechter niet buiten het toepassingsbereik van art. 7:685 BW getreden.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-374
Werknemersaansprakelijkheid voor aanneming steekpenningen in casino. Art. 7:661 en 7:611 BW
De werknemer heeft als medewerker van Holland Casino steekpenningen aangenomen van X, die al strafrechtelijk veroordeeld is wegens corruptie. (Leveranciers van) de werkgever zijn aanzienlijk benadeeld door de handelswijze van de werknemer en X. De werkgever stelt de werknemer aansprakelijk voor de geleden schade. Het Hof oordeelt dat de werknemer zichzelf heeft verrijkt ten koste van de werkgever. Hij heeft hierdoor in strijd gehandeld met het goed werknemerschap, waardoor hij is gehouden de schade te vergoeden. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-343
Werknemersaansprakelijkheid; klokkenluider
De werknemer is op staande voet ontslagen omdat hij zich niet kan verenigen met het standpunt dat de werkgever ten opzichte van een klant inneemt. De werknemer speelt hierna een grote hoeveelheid vertrouwelijke informatie door naar de advocaat van de klant. De werkgever vordert onder meer teruggave van de informatie en vrijwaring ten aanzien van de ingestelde vordering tot schadevergoeding door de klant. De werknemer beroept zich op de bescherming van de klokkenluider, maar dit gaat volgens de kantonrechter niet op, nu openbaarmaking geen zwaarwegend publiek belang dient. Volgt toewijzing van de vorderingen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-306
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werkneemster heeft een affectieve relatie met haar college. Van deze collega is de arbeidsovereenkomst middels ontbinding geëindigd, hij is in dienst getreden bij een directe concurrent. De werkgever vordert ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werkneemster, wegens gewichtige redenen in de zin van een verandering in de omstandigheden. Werkneemster zou het in haar gestelde vertrouwen ernstig en onherstelbaar hebben geschonden. De kantonrechter oordeelt dat het aannemelijk is dat concurrentiegevoelige informatie bij de concurrent terecht komt en dat de arbeidsovereenkomst derhalve ontbonden dient te worden. Wel heeft de werkgever verwijtbaar jegens werkneemster gehandeld door haar te intimideren en op non-actief te stellen. Volgt ontbinding onder toekenning van een vergoeding van € 60.000,-. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-305
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst met de werknemer opgezegd, wanneer de werknemer een ontbindingsverzoek indient. Als reactie hierop zegt de werkgever voor een tweede keer, maar nu schadeplichtig op. De werknemer meent dat de werkgever enkel schadeplichtig opzegt om de ontbindingsprocedure te frustreren, zodat sprake is van misbruik van bevoegdheid en de ontbindingsprocedure toch doorgang moet vinden. De werkgever beroept zich op niet-ontvankelijkheid wegens het ontbreken van een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt onder verwijzing naar het arrest Van Hooff Elektra van 11 december 2009 (LJN: BJ9069) dat geen sprake is van misbruik van bevoegdheid, zodat de werknemer niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-272
Ontslag op staande voet. Art. 7:677 en 7:678 BW
De werknemer wordt op basis van videobeelden verdacht van het stelen uit bagage op luchthaven Schiphol. De werkgever heeft ontslag op staande voet verleend, dat nu door de werknemer wordt aangevochten. De kantonrechter oordeelt dat ondanks dat de strafzaak nog moet voorkomen, voldoende aannemelijk is dat op basis van de beelden de werknemer inderdaad de gestelde feiten heeft begaan, waardoor het ontslag op staande voet terecht is gegeven. De vordering tot wedertewerkstelling wordt afgewezen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-254
Schadevergoeding bij arbeidsongeval. Art. 7:658 BW
De werknemer is na een ernstig bedrijfsongeval komen te overlijden. De werkgever heeft aansprakelijkheid erkend, maar er wordt door de nabestaanden van de werknemer geprocedeerd over de hoogte van de schadevergoeding. De nabestaanden vorderen een aanvullende smartengeldvergoeding van EUR 50.000. De kantonrechter ziet in de feiten en omstandigheden aanleiding om aan de nabestaanden een vergoeding van EUR 35.000 toet te kennen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-251
Schorsing bij verdenking van fraude. Art. 7:611 en 7:628 BW
De werkgever is in 2001 in dienst getreden bij de werkgever, maar was tevens aandeelhouder van een andere onderneming. Naar aanleiding van een publicatie in de Telegraaf vermoedt de werkgever dat de werknemer in de periode 2004-2006 publiek geld heeft verduisterd en dus fraude heeft gepleegd. De werknemer wordt vanwege deze verdenking op non-actief gesteld. De werknemer betwist de frauduleuze handelingen en vordert wedertewerkstelling. De voorzieningenrechter oordeelt dat niet aan de CAO-voorwaarden voor non-actiefstelling is voldaan en dat hervatting van de werkzaamheden door de werknemer het onderzoek van de werkgever niet in de weg zou staan. Volgt toewijzing van de vordering. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-238
Aanneming van werk; afrekening van meerwerk.
De appellant heeft bedrijf Injection geschakeld voor werkzaamheden aan een woning. Er is een overeenkomst van aanneming van werk gesloten. Tijdens uitvoering van de werkzaamheden blijkt dat meer werk moet worden verricht dan dat in de offerte was afgesproken. Injection voert dit werk uit, maar de appellant weigert meer te betalen dan de oorspronkelijke offerte, nu geen nieuwe afspraken over het meerwerk zijn gemaakt. Het Hof oordeelt dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid de offerte moet worden aangevuld met het bedrag dat Injection aan meerwerk heeft verricht. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-233
Weigering passende arbeid; stopzetten loondoorbetaling tijdens ziekte. Art. 7:629 lid 3 sub c en 7:660a BW
De werknemer heeft zich in oktober 2009 ziek gemeld, waarna de bedrijfsarts heeft geconcludeerd dat de werknemer passende arbeid kan verrichten, mits de rugbelasting beperkt blijft. Partijen zijn vervolgens in een lastig re-integratietraject beland, waarbij de werknemer heeft geweigerd passende arbeid te verrichten. De werkgever heeft hierop de loondoorbetaling stopgezet op grond van art. 7:629 lid 3 sub c BW. De kantonrechter oordeelt dat nu de werknemer weigert passende arbeid te verrichten de werkgever inderdaad gerechtigd is de loondoorbetaling te staken. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-241
Loondoorbetaling bij ziekte; passende arbeid wordt bedongen arbeid. Art. 7:629 en 7:611 BW
De werkneemster wordt in 2007 arbeidsongeschikt wegens schouderklachten en enkelklachten. Zij verricht sindsdien passende arbeid op de administratie. In september 2009 valt werkneemster geheel uit wegens andere klachten. De werkneemster vordert doorbetaling van loon op grond van art. 7:629 stellende dat de passende arbeid inmiddels de bedongen arbeid is geworden. De kantonrechter oordeelt dat de door de werkneemster verrichte passende arbeid inmiddels is verworden tot de nieuwe functie van de werkneemster. De hernieuwde uitval wegens arbeidsongeschiktheid brengt vervolgens met zich dat een nieuwe loondoorbetalingsperiode start. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-236
Zwaarder drukken non-concurrentiebeding. Art. 7:653 en 7:665a BW
De werknemer heeft met de werkgever een concurrentiebeding gesloten. Als de werkgever via overgang van onderneming zijn bedrijf wil overdragen, wil de werknemer niet mee en elders gaan werken. De werkgever beroept zich op het concurrentiebeding. De werknemer stelt dat sprake is van zwaarder drukken van het concurrentiebeding dan wel dat de werkgever geen gerechtvaardigd belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding. De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van toepassing van het zwaarder drukken-criterium. Wel vindt de kantonrechter dat de werkgever geen gerechtvaardigd belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding, nu hij zijn verplichtingen op grond van art. 7:665a heeft geschonden. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-188
Overtreding non-concurrentiebeding. Art. 7:653 BW
De werknemer is in dienst bij Elektrokoopjes en heeft met die werkgever een concurrentiebeding. De werknemer krijgt een aanbod van MediaMarkt en wil daar graag in dienst treden. De werknemer verzoekt vernietiging van het concurrentiebeding, terwijl de werkgever handhaving verzoekt in een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat Elektrokoopjes een directe concurrent is van MediaMarkt en dat het belang van de werkgever daarom prevaleert boven het belang van de werknemer. Het concurrentiebeding blijft derhalve gehandhaafd. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-185