Archief JWB

Dossiers

Arbeidsrecht Agenda

Kort nieuws

Meest gelezen

print pagina
verklein lettertype vergroot lettertype
Dinsdag 25 mei 2010 - B7-10 950

Rechtbank Den Bosch 17 juli 2009, BM4017

Ontslag op staande voet. Art. 7:677 en 7:678 BW 
   
De werknemer heeft gedurende zijn werkzaamheden tezamen met twee andere werknemers spullen gestolen uit de tas van een klant. Toen de werkgever hier achter kwam heeft hij de werknemer direct op staande voet ontslagen. De werknemer stelt dat geen sprake is van een terecht ontslag op staande voet, omdat hij een opdracht van een leidinggevende zou hebben gehad. De werknemer vordert wedertewerkstelling en loondoorbetaling. De kantonrechter oordeelt dat niet is gebleken dat de werknemer handelde in opdracht van een leidinggevende. Daarnaast heeft de werknemer de verantwoordelijkheid voor zijn eigen handelen. Het ontslag op staande voet is derhalve terecht gegeven. Volgt afwijzing van de vordering van de werknemer. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-284



Dinsdag 18 mei 2010 - B7-10 938

Rechtbank Den Bosch 17 juli 2009, BM3849

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werknemer heeft gedurende zijn werkzaamheden tezamen met twee andere werknemers spullen gestolen uit de tas van een klant. Toen de werkgever hier achter kwam heeft hij de werknemer direct op staande voet ontslagen. Thans verzoekt de werkgever voorwaardelijke ontbinding. De kantonrechter oordeelt dat vanwege het gebrek aan betrouwbaarheid en integriteit geen sprake is van een basis voor verdere samenwerking tussen werkgever en werknemer. De oorzaak voor deze vertrouwensbreuk ligt volledig bij de werknemer. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-275 



Dinsdag 18 mei 2010 - B7-10 936

Rechtbank Den Bosch 17 juli 2009, BM3851

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werknemer heeft gedurende zijn werkzaamheden tezamen met twee andere werknemers spullen gestolen uit de tas van een klant. Toen de werkgever hier achter kwam heeft hij de werknemer direct op staande voet ontslagen. Thans verzoekt de werkgever voorwaardelijke ontbinding. De kantonrechter oordeelt dat vanwege het gebrek aan betrouwbaarheid en integriteit geen sprake is van een basis voor verdere samenwerking tussen werkgever en werknemer. De oorzaak voor deze vertrouwensbreuk ligt volledig bij de werknemer. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-273 



Dinsdag 18 mei 2010 - B7-10 937

Rechtbank Den Bosch 17 juli 2009, BM3850

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werknemer heeft gedurende zijn werkzaamheden tezamen met twee andere werknemers spullen gestolen uit de tas van een klant. Toen de werkgever hier achter kwam heeft hij de werknemer direct op staande voet ontslagen. Thans verzoekt de werkgever voorwaardelijke ontbinding. De kantonrechter oordeelt dat vanwege het gebrek aan betrouwbaarheid en integriteit geen sprake is van een basis voor verdere samenwerking tussen werkgever en werknemer. De oorzaak voor deze vertrouwensbreuk ligt volledig bij de werknemer. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-274 



Maandag 15 februari 2010 - B7-10 767

Rechtbank Groningen 3 juli 2009, BL2135

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW 
   
De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een werknemer die zonder toestemming van de werkgever een krat bier van de werkgever in zijn auto heeft geplaatst zonder toestemming. De werkgever meent dat sprake is van een dringende reden vanwege diefstal. De werknemer stelt dat hij vergeten is te vragen aan zijn leidinggevende of hij het kratje bier mocht meenemen, maar dat hij niet de intentie had om het te stelen. De kantonrechter oordeelt dat het wegnemen van de krat bier als stelen wordt aangemerkt en daarmee een dringende reden als oplevert om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-107



Maandag 08 februari 2010 - B7-10 737

Gerechtshof Arnhem 21 juli 2009, BL0939

Uitleg cao  
   
De werknemer heeft als chauffeur zijn urenregistraties overgelegd aan de werkgever. De werkgever heeft naar achteraf blijkt hierop zelfstandig correcties aangebracht, waardoor uren van de werknemer zijn geschrapt. De werkgever stelt dat hij tot het schrappen van de uren gerechtigd was op grond van de CAO, de werknemer betwist dit. Mede aan de orde is wie de bewijslast draagt. Het Hof oordeelt dat de werkgever moet bewijzen dat hij op grond van de CAO gerechtigd was tot het schrappen van uren. Nu de werkgever onvoldoende heeft kunnen aantonen wordt hij in de gelegenheid gesteld alsnog bewijs te leveren. Volgt aanhouding van de zaak. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-82 



Maandag 08 februari 2010 - B7-10 736

Gerechtshof Arnhem 21 juli 2009, BL1010

Concurrentiebeding. Art. 7:653 BW 
   
De werknemer heeft een concurrentiebeding gesloten met de werkgever, maar wil na afloop van zijn arbeidsovereenkomst toch bij een concurrerend bedrijf aan de slag. Hij meent dat de werkgever hem niet aan het concurrentiebeding kan houden, omdat de nieuwe werkgever aandelen had in het bedrijf van de oude werkgever, waarbij bij overdracht van die aandelen aan een derde in een notariële akte afspraken zijn gemaakt over het concurrentiebeding van de werknemers. Het Hof oordeelt in navolging van de kantonrechter dat de notariële akte die is opgesteld tussen twee bedrijven bij een aandelenoverdracht geen directe werking heeft tussen de werkgever en de werknemer. De werknemer mocht er dus niet op vertrouwen dat hij niet aan zijn concurrentiebeding zou worden gehouden. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-81



Maandag 08 februari 2010 - B7-10 735

Gerechtshof Arnhem 21 juli 2009, BL1062

Concurrentiebeding. Art. 7:653 BW 
   
De werknemer heeft een concurrentiebeding gesloten met de werkgever, maar wil na afloop van zijn arbeidsovereenkomst toch bij een concurrerend bedrijf aan de slag. Hij meent dat de werkgever hem niet aan het concurrentiebeding kan houden, omdat de nieuwe werkgever aandelen had in het bedrijf van de oude werkgever, waarbij bij overdracht van die aandelen aan een derde in een notariële akte afspraken zijn gemaakt over het concurrentiebeding van de werknemers. Het Hof oordeelt in navolging van de kantonrechter dat de notariële akte die is opgesteld tussen twee bedrijven bij een aandelenoverdracht geen directe werking heeft tussen de werkgever en de werknemer. De werknemer mocht er dus niet op vertrouwen dat hij niet aan zijn concurrentiebeding zou worden gehouden. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-75



Maandag 25 januari 2010 - B7-10 711

Rechtbank Zwolle-Lelystad 29 juli 2009, BK0721

Vorderingen na beëindiging arbeidsovereenkomst, bevoegdheid Kantonrechter. Art. 7:685 BW, artikel 94 Rv 
   
Nadat de arbeidsovereenkomst tussen een advocaat en zijn werkgever is ontbonden via een vaststellingsovereenkomst, stelt de werknemer tegen zijn voormalige werkgever 14 vorderingen in die zien op het verkrijgen van vergoedingen. De rechtbank verwijst elf van de veertien vorderingen naar de Kantonrechter die ingevolge artikel 93 aanhef en sub c Rv bij uitsluiting bevoegd is omdat die vorderingen allen betrekkelijk tot de arbeidsovereenkomst zijn. De overige drie vorderingen - gebaseerd op onrechtmatige daad - worden afgewezen. De vorderingen in reconventie worden eveneens naar de Kantonrechter verwezen ter verdere afdoening, nu ook die vorderingen betrekkelijk zijn tot de arbeidsovereenkomst. Het betoog van werkgever dat geen verwijzing kan volgen omdat gedaagde niet voor alle weren een beroep heeft gedaan op de onbevoegdheid van de rechtbank en omdat hijzelf evenmin een beroep heeft gedaan, gaat niet op, nu de Rechtbank haar bevoegdheid ambtshalve dient te onderzoeken. Ook de gestelde omstandigheid dat het in deze zaak gaat om een "gemengde problematiek", biedt geen soelaas. Voor de Rechtbank bestaat geen pendant van artikel 94 lid 2 Rv, die het haar mogelijk zou maken de gehele zaak aan zich te houden. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-48



Maandag 18 januari 2010 - B7-10 696

Rechtbank Amsterdam 2 juli 2009, BJ6388

Adviesrecht OR. Art. 25 WOR 
   
De werkgever (Connexxion) wil de structuur van de onderneming aanpassen, maar heeft verzuimd hierover advies te vragen aan de OR. Wel is advies gevraagd aan de COR. Nadat de zaak eerder is aangehouden om alsnog advies aan de OR te vragen, vordert de OR nu opnieuw opschorting van het besluit tot reorganisatie en subsidiair dat wanneer wel uitvoering wordt gegeven aan het besluit, dit geen gevolgen mag hebben voor het personeel. De voorzieningenrechter oordeelt dat geen grond bestaat om aan Connexxion op te leggen de uitvoering van het besluit nog verder op te houden. Wel oordeelt de voorzieningenrechter dat de uitvoering van het besluit geen gevolgen mag hebben voor het personeel. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-29



Dinsdag 05 januari 2010 - B7-10 671

Gerechtshof Arnhem 7 juli 2009, BK7226

Burn-out klachten geen schending van zorgplicht werkgever. Art. 7:658 BW 
   
Met toestemming van het CWI zegt de werkgever de arbeidsovereenkomst met een zieke werknemer op. Nadien vordert zij schadevergoeding omdat de werkgever zijn zorgplicht jegens haar niet is gekomen en zij daardoor ziek is geworden. Het Hof stelt bij de beoordeling voorop dat artikel 7:658 BW, welk artikel de zorgverplichting van de werkgever bevat om die maatregelen te treffen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van de functie schade lijdt, ook kan zien op psychische schade zoals een burn-out. Voor de toepassing van genoemd artikel is vereist dat er sprake is van causaal verband tussen de werkzaamheden en de psychische schade. De stelplicht en bewijslast ter zake rust op de werknemer. Gelet op het feit van algemene bekendheid dat een burn-out door veel omstandigheden kan ontstaan en sterk individueel bepaald is, zal de werknemer die stelt dat hij door zijn werk stressklachten heeft gekregen, concrete feiten en omstandigheden met betrekking tot de werksituatie moeten stellen, op grond waarvan kan worden aangenomen dat, c.q. in hoeverre, zijn klachten door zijn werk en niet door iets anders zijn ontstaan. Immers, wanneer sprake is van een volstrekt normale werksituatie en een werknemer niettemin niet tegen de werkdruk is bestand, kan niet gezegd worden dat zijn stress door zijn werkzaamheden is veroorzaakt. Ook kan in een dergelijke situatie van de werkgever niet worden verwacht dat hij maatregelen neemt ter voorkoming van stress. Maatregelen zijn pas dan geïndiceerd, wanneer voor de werkgever duidelijk is (gemaakt) dat een bepaalde (wijziging in de) werksituatie het risico van stressklachten voor deze werknemer met zich brengt. Na weging van alle feiten en omstandigheden komt het Hof tot het oordeel dat het beroep van de werknemer op artikel 7:658 BW faalt. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2010-4 



Maandag 21 december 2009 - B7-10 630

Gerechtshof Arnhem 28 juli 2009, BK5728

Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW 
   
De werknemer is 56 jaar oud en ruim 27 jaar in dienst bij de werkgever, wanneer zijn arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen wordt opgezegd. De werknemer krijgt een vergoeding mee conform het sociaal plan, en daarnaast een vergoeding bovenop het sociaal plan met een beroep op de hardheidsclausule in dat sociaal plan. De werknemer vordert een schadevergoeding op grond van het kennelijk onredelijk ontslag, omdat de uitgekeerde vergoeding te laag zou zijn gezien zijn leeftijd en dienstverband. Het Hof oordeelt dat de vraag of sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag moet worden beantwoord naar alle omstandigheden van het geval. Het Hof oordeelt dat de vergoeding conform het sociaal plan en de extra aangeboden vergoeding op grond van de hardheidsclausule uit het sociaal plan tezamen een redelijke vergoeding bieden aan de werknemer. Het ontslag is niet kennelijk onredelijk, aldus het Hof. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2009-571



Maandag 21 december 2009 - B7-10 629

Rechtbank ’s Gravenhage 2 juli 2009, BK6030

Kwalificatie van een oproepovereenkomst. Art. 7:610, 7:610b en 7:629 BW 
   
De werknemer is in dienst getreden bij de werkgever op basis van een 0-urencontract. Nadat de werknemer arbeidsongeschikt is geraakt vordert hij doorbetaling van loon op grond van art. 7:629 met een beroep op het rechtsvermoeden van art. 7:610b. De werkgever oordeelt dat slechts sprake is van een voorovereenkomst en dus niet van een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat geen sprake was van vrijblijvendheid om aan de oproep gehoor te geven van de werknemer. Er was dus sprake van een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht, waardoor de werknemer wel een beroep kan doen op het rechtsvermoeden van 7:610b en op basis daarvan doorbetaling van het loon kan vorderen. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2009-572 
 



Dinsdag 15 december 2009 - B7-10 620

Gerechtshof Amsterdam 7 juli 2009, BK4881

Letsel ontstaan tijdens de uitoefening van het werk, zorgverplichting werkgever. Art. 7:658 BW 
   
In deze zaak gaat het om de vragen of de werknemer tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden letsel heeft opgelopen en zo ja, of de werkgever ex. artikel 7:658 BW aansprakelijk is voor de geleden en nog te lijden schade. Het Hof stelt voorop dat met artikel 7:658 lid 1 BW niet is beoogd een absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen het lijden van schade. De bepaling heeft tot strekking een zorgplicht in het leven te roepen, en verplicht de werkgever voor het verrichten van arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te geven als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer schade lijdt. Heeft de werknemer schade opgelopen, dan is de werkgever daarvoor aansprakelijk, tenzij hij aantoont dat hij zijn voornoemde zorgplicht is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer (artikel 7:658 lid 2 BW), dan wel dat de schade ook zou zijn ontstaan als hij zijn zorgplicht wel was nagekomen. Het Hof bespreekt de stelplicht ex. artikel 7:658 lid 1 BW, de zorgplicht en de feitelijke omstandigheden en komt vervolgens tot het oordeel dat de werkgever voor het verrichten van de arbeid onvoldoende maatregelen getroffen en aanwijzingen gegeven om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade zou lijden als gevolg van het onderhavige ongeval. Aldus heeft de werkgever niet voldaan aan de op haar rustende zorgverplichting. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2009-566



Dinsdag 15 december 2009 - B7-10 619

Gerechtshof Arnhem 7 juli 2009, BK5024

Spaarloon naheffing onterecht verrekend met loon. Art. 7:632 BW 
   
De kern van het geschil tussen partijen in eerste aanleg betrof de vraag of de werkgever een naheffingsaanslag ex. artikel 7:632 lid sub d BW mocht verrekenen met het nettoloon van de werkgever. De naheffingsaanslag was door de fiscus opgelegd aan de werkgever vanwege een ongegrond deblokkering van een spaarloonrekening. De Kantonrechter en het Hof Den Bosch hebben de voormelde vraag bevestigend beantwoord. De Hoge Raad heeft echter het arrest van het hof Den Bosch vernietigd. De reden voor de vernietiging is verwoord in r.o. 3.5 van het arrest van de Hoge Raad. Het Hof Arnhem komt tot een ander oordeel en meent dat de naheffingsaanslag niet verrekend had mogen worden omdat de deblokkering gegrond was en de werkgever rechtsmiddelen die openstonden tegen de naheffing niet heeft aangewend. Lees hier de uitspraak.

JWB Rechtspraak 2009-564