Archief JWB |
Dossiers |
Arbeidsrecht Agenda
|
Meest gelezen |
|
|
|
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werknemer is werkzaam als stadswacht en heeft in zijn functie onvoldoende afstand gehouden van degene op wie hij toezicht moest houden. Een en ander was duidelijk waarneembaar voor collega’s. De werkgever verzoekt daarom ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat integriteit in de functie van de werknemer erg belangrijk is. Het is daarom begrijpelijk dat de werkgever geen vertrouwen meer heeft in het functioneren van de werknemer. Nu dit geschonden vertrouwen aan de werknemer is te wijten, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden zonder toekenning van een vergoeding.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-411
Vordering wedertewerkstelling na degradatie wegens plichtsverzuim. Art. 7:611 BW
De werknemer heeft als stadswacht de taak toezicht te houden op verboden wapenbezit. De werknemer heeft niet ingegrepen toen zijn dochter met een boksbeugel en een ploertendoder op de kamer van de stadswachten binnenkwam. Ook zijn collega’s hebben gezien dat de werknemer niet ingreep. De werkgever heeft hierop besloten de werknemer te degraderen naar een lagere functie. De werknemer vordert wedertewerkstelling in zijn oude functie. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer een voorbeeldfunctie had en dat zijn gebrek aan handelen in het bijzijn van collega’s de degradatie rechtvaardigt. Volgt afwijzing van de vordering.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-415
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werknemer is kort na zijn indiensttreding uitgevallen voor een korte periode. Hij heeft aan de werkgever kenbaar gemaakt dat deze zich kan beroepen op de no risk-polis van art. 29b ZW. Wanneer de werknemer ruim een half jaar na de eerste korte periode van uitval opnieuw uitvalt wegens ziekte, verzoekt de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst, omdat de werknemer zou hebben verzwegen dat hij arbeidsongeschikt was ten tijde van de sollicitatie. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer hierover niets had hoeven zeggen en dat de werkgever een beroep kan doen op de no risk-polis. De reflexwerking van het opzegverbod leidt vervolgens tot de conclusie dat het verzoek moet worden afgewezen.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-421
Schadevergoeding vakbond wegens niet nakomen inlichtingenplicht door werkgever. Art. 15 WCAO
De FNV is partij bij de CAO voor het Beroepsgoederenvervoer. In deze CAO staat dat de werkgever de verplichting heeft inlichtingen te verschaffen daar waar de FNV om vraagt. Nu de werkgever deze inlichtingen heeft geweigerd te verstrekken vordert de FNV nakoming en schadevergoeding. Het Hof oordeelt dat de werkgever de CAO voor het Beroepsgoederenvervoer niet heeft nageleefd en dat de FNV conform art. 15 WCAO aanspraak maakt op een schadevergoeding, welke wordt begroot op EUR 3500.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-386
Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW
De arbeidsovereenkomst met de werknemer is opgezegd wegens bedrijfseconomische redenen, waarna de werknemer een nieuwe baan heeft gevonden waarin hij EUR 380 minder verdiend. De werknemer vordert daarom van zijn voormalig werkgever een vergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag. Het Hof oordeelt dat nu de werknemer zo snel een nieuwe baan heeft, zijn positie op de arbeidsmarkt blijkbaar niet bijzonder slecht was. Het enkele feit dat hij in zijn nieuwe functie minder verdient, maakt het ontslag niet kennelijk onredelijk. Volgt afwijzing van de vordering van de werknemer.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-376
Relatiebeding. Art. 7:653 BW
De werkgever vordert in kort geding een verklaring voor recht dat de werknemer in strijd met zijn arbeidsovereenkomst en/of vaststellingsovereenkomst werkzaamheden heeft verricht voor relaties van de werkgever, alsmede een voorschot op de verbeurde boetes. De voorzieningenrechter oordeelt dat de verklaring voor recht niet in kort geding kan worden toegewezen. De vordering ziet op een verklaring voor recht omtrent de rechtsverhouding tussen partijen en is naar zijn aard daarom niet voorlopig. De vordering betreffende de verbeurde boetes mist spoedeisend belang, zodat ook deze moet worden afgewezen.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-377
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werknemer is werkzaam op Schiphol wanneer hij wordt verdacht vanwege invoer van cocaïne. In afwachting van de strafrechtelijke procedure wordt de werknemer door de werkgever tewerkgesteld buiten beveiligd gebied. De werknemer is in 2010 onherroepelijk veroordeeld door de Hoge Raad, waarna de werkgever thans ontbinding verzoekt wegens een dringende reden. De werknemer stelt dat hij zijn huidige werkzaamheden kan blijven doen waardoor een gewichtige reden ontbreekt. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever als een goed werkgever heeft gehandeld door de strafrechtelijke procedure af te wachten. Nu vaststaat dat de werknemer in zijn functie strafrechtelijke delicten heeft gepleegd, is sprake van een dringende reden om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-367
Beslaglegging voordat kennelijk onredelijk ontslag is uitgesproken. Art. 7:681 BW
De werknemer is door zijn werkgever ontslagen en heeft aangekondigd een kennelijk onredelijk ontslagprocedure te gaan starten. Vooruitlopend op deze procedure wil de werknemer alvast beslagleggen bij de werkgever. De voorzieningenrechter oordeelt dat wanneer nog geen kennelijk onredelijk ontslag is uitgesproken door de kantonrechter in beginsel geen beslaglegging mogelijk is. Slechts wanneer de kans dat de vordering gaat ontstaan heel groot is en er een groot verhaalsrisico bestaat kan eventueel conservatoir beslag op voorhand worden gelegd. In casu is hiervan geen sprake, zodat het verlof tot beslaglegging moet worden afgewezen. Lees hier verder.
JWB Rechtspraak 2010-365
Betaling uitkering uit arbeidsongeschiktheidsverzekering na ontbinding van de arbeidsovereenkomst; exclusiviteit ontbindingsvergoeding. Art. 7:685 en 6:74 BW
De vraag is of een werknemer wiens arbeidsovereenkomst reeds is ontbonden nog aanspraak kan maken op een arbeidsongeschiktheidsuitkering die aan de werkgever is betaald. De kantonrechter beoordeelt de vordering naar maatstaven van de Baijingsleer en komt tot de conclusie dat deze uitkering geen verband houdt met de beëindiging van de dienstbetrekking, waardoor de vordering deels kan worden toegewezen. Deels wordt de vordering ook afgewezen vanwege verjaring.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-361
Uitleg van VUT-regeling in CAO
De werknemer heeft vanaf 1 januari 2000 een arbeidsovereenkomst met de werkgever waarop de CAO voor de Zorgverzekeraars van toepassing is. De VUT-regeling van de CAO is per 1 januari 2000 komen te vervallen, waarna een overgangsregeling van toepassing is. De werknemer beroept zich op die overgangsregeling. De kantonrechter oordeelt dat uitleg van de CAO aan de hand van de CAO-norm meebrengt dat de overgangsregeling alleen van toepassing is op gevallen die voor 1 januari 2000 onder de reikwijdte van de VUT-regeling vielen. Het kan in redelijkheid niet zo zijn dat een werknemer die pas op 1 januari 2000 in dienst is getreden gebruik kan maken van deze overgangsregeling.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-360
Werkgeversaansprakelijkheid; zorgplicht. Art. 7:658 BW
De werknemer heeft in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade opgelopen toen hij van een triltafel viel terwijl hij aan het bellen was met een mobiele telefoon. Via de mobiele telefoon gaf de werkgever instructies door over het productieproces. De werknemer stelt de werkgever aansprakelijk voor de geleden schade. Het Hof oordeelt dat de werkgever zijn zorgplicht heeft geschonden, omdat de werkgever onvoldoende instructies heeft gegeven over het gebruik van de mobiele telefoon in relatie tot het gevaar dat dit met zich bracht in de uitoefening van de werkzaamheden. De werkgever wordt gehouden de schade te vergoeden.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-351
Schorsing non-concurrentiebeding. Art. 7:653 BW
De werknemer heeft bij Vodafone een concurrentiebeding ondertekend, maar wil vervolgens bij concurrent RSE in dienst treden. De werknemer stelt dat de werkzaamheden die hij bij RSE gaat verrichten niet vallen onder het concurrentiebeding en vordert schorsing van het concurrentiebeding. De voorzieningenrechter oordeelt dat hij geen verklaring voor recht kan uitspreken dat de werkzaamheden niet onder de reikwijdte van het concurrentiebeding vallen, omdat een dergelijke verklaring voor recht niet in kort geding kan worden uitgesproken. Wel acht de kantonrechter dat de weigering van Vodafone om mee te werken aan inperking van het concurrentiebeding onbillijk is en oordeelt dat het concurrentiebeding moet worden geschorst.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-363
Loonvordering na ontslag op staande voet. Art. 628, 7:677 en 7:678 BW
De werknemer is werkzaam bij een autogarage. Hij helpt een van zijn leidinggevenden die onder de naam van de werkgever voor zichzelf wat bijklust. Wanneer de werkgever hierachter komt, wordt de werknemer op staande voet ontslagen. Het Hof oordeelt dat de werknemer weliswaar niet helemaal netjes heeft gehandeld, maar dat hij de opdrachten van zijn leidinggevende uitvoerde en dat hij zelf geen voordeel had van zijn handelingen. Bovendien paste de handelingen binnen de bedrijfscultuur. Het was niet aan de werknemer om aan de nieuwe eigenaar melding te maken van deze bedrijfscultuur. Nu het ontslag op staande voet waarschijnlijk geen stand houdt, wordt de loonvordering toegewezen.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-355
Relatiebeding. Art. 7:653 BW
De werknemer is uit dienst getreden bij de werkgever en bij een andere werkgever gaan werken. De werknemer vordert achterstallig loon van zijn ex-werkgever, terwijl de ex-werkgever zich beroept op schending van het relatiebeding en verrekent het loon met de contractuele boete die hierop staat. Het Hof oordeelt dat onvoldoende is komen vast te staan dat de nieuwe werkgever van de werknemer een relatie is, zodat geen sprake is van schending van het relatiebeding. De werknemer heeft derhalve wel recht op het achterstallige loon.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-353
Loonvordering na ontslag op staande voet. Art. 7:628, 7:677 en 7:678 BW
De werknemer is werkzaam bij een autogarage. Wanneer blijkt dat de werknemer tijdens zijn werkzaamheden klusjes uitvoert waarvan hij de opbrengst in eigen zak steekt, ontslaat de werkgever de werknemer op staande voet. De werknemer vecht het ontslag op staande voet aan en stelt een loonvordering in. Het Hof oordeelt in navolging van de kantonrechter dat de werknemer door voor eigen gewin te handelen onder de noemer van de werkgever zodanige het vertrouwen is geschaad, dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven. Volgt afwijzing van de vordering.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-356