Archief JWB |
Dossiers |
Arbeidsrecht Agenda
|
Meest gelezen |
|
|
|
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
Nadat het bedrijf waar de werknemer werkt is overgenomen weigert de werknemer zich aan te passen aan de nieuwe stijl van het bedrijf, waardoor een verstoorde arbeidsrelatie ontstaat. De werkgever verzoekt daarom ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat ondanks dat de werkgever in de ontbindingsprocedure aangeeft zijn houding te willen verbeteren, de verhoudingen inmiddels zodanig verstoord zijn dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst onvermijdelijk is. De kantonrechter kent nog wel een vergoeding met C=0,5 toe aan de werknemer.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-394
Instemmingsrecht ondernemingsraad bij individuele benoeming politiechef. Art. 27 WOR
De leiding van het politiekorps Amsterdam-Amstelland heeft zonder instemming van de ondernemingsraad een nieuwe politiechef aangesteld. De ondernemingsraad meent dat het besluit tot aanstelling van een nieuwe politiechef een wijziging is van de regeling op het gebied van het aanstellingsbeleid van het politiekorps en daarmee instemmingsplichtig op grond van art. 27 WOR. Het Gerechtshof te Amsterdam oordeelt in navolging van de kantonrechter dat in casu geen sprake is van wijziging van het aanstellingsbeleid, maar dat slechts een individueel besluit is genomen. Dit individuele besluit tot aanstelling van een politiechef valt niet onder de reikwijdte van art. 27 WOR, waardoor het hoger beroep moet worden afgewezen. Lees hier verder.
JWB Rechtspraak 2010-364
Kennelijk onredelijke opzegging. Art. 7:681 BW
De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd na toestemming. De Ontslagcommissie oordeelde dat het ontslag kon worden verleend wanneer daarbij een vergoeding van C=1,5 zou worden toegekend. Uiteindelijk zegt de werkgever op zonder toekenning van een vergoeding. De werknemer vordert thans een vergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag vanwege het gevolgencriterium inderdaad kennelijk onredelijk is, maar stelt dat de kantonrechtersformule geen leidraad is bij het bepalen van de vergoeding. Op grond van de omstandigheden van het geval wordt vervolgens een schadevergoeding van EUR 200.000 toegekend.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-357
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werknemer stelt dat hij schade heeft geleden naar aanleiding van een arbeidsongeval. De werknemer heeft hiervoor de arbeidsinspectie ingeschakeld. De werkgever betwist het ongeval en stelt dat door inschakeling van de arbeidsinspectie de arbeidsrelatie zodanig is verstoord geraakt, dat deze dient te worden ontbonden. De kantonrechter oordeelt dat het inschakelen van de arbeidsinspectie geen grond is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst en wijst het verzoek van de werkgever af.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-330
Ontslag op staande voet. Art. 7:677 en 7:678 BW
Nadat de werkneemster is verteld dat de werkgever niet verder met haar wil, meldt de werkneemster zich ziek. Ondanks dat na een afkoelingsperiode diverse gesprekken zijn gevoerd, weigert de werkneemster de werkzaamheden te hervatten. Hierop wordt de werkneemster op staande voet ontslagen. De werkneemster start een loonprocedure en roept de nietigheid van het ontslag op staande voet in. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever juist heeft gehandeld door een afkoelingsperiode te hanteren en daarna diverse malen tracht een oplossing te zoeken. Dat de werkneemster zich onbereidwillig opstelt komt voor haar risico. Het ontslag op staande voet is terecht en de loonvordering wordt afgewezen.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-316
Ketenregeling bij doorstart na faillissement. Art. 7:667 en 7:668a BW
De werkgever is failliet verklaard, waarna de curator de arbeidsovereenkomst met de werknemer heeft opgezegd. De werknemer treedt in dienst bij een andere werkgever, die de volledige voorraad en inventaris van de eerdere werkgever heeft overgenomen. Centrale vraag is of er sprake is van opvolgend werkgeverschap waardoor werknemer van rechtswege een overeenkomst voor onbepaalde tijd heeft en derhalve recht heeft op loon. De kantonrechter heeft de vordering van de werknemer toegewezen. Het hof oordeelt, onder verwijzing naar eerdere rechtspraak en wetsgeschiedenis, dat het vierde en vijfde lid van artikel 7:667 BW niet in de weg staan aan de toepassing van 7:668a lid 2 BW. Volgt bekrachtiging van het vonnis van de kantonrechter. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-301
Uitleg CAO conform CAO-norm
De Vereniging Senioren ING vordert een verklaring voor recht dat zij aanspraak maken op een eenmalige uitkering zoals genoemd in het pensioenreglement. De kern van het geschil is de vraag naar de uitleg van een CAO-bepaling, in het bijzonder of de uitkering per september 2005 een eenmalig of structureel karakter heeft. De kantonrechter oordeelt dat de door de Hoge Raad gehanteerde CAO-norm het uitgangspunt vormt. Uit de context van de betreffende CAO-bepaling blijkt dat de eenmalige uitkering niet kan worden beschouwd als een structurele loonsverhoging. Volgt afwijzing van de vordering. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-304
Schadeplichtigheid vanwege opzeggen arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Art. 7:667 lid 3 BW
De werknemer heeft een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van 5 maanden. Na 2,5 maand wordt de werknemer op staande voet ontslagen wegens disfunctioneren. De werknemer vordert zowel gefixeerde schadevergoeding als kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van een dringende reden, noch van beëindiging met wederzijds goedvinden. Bovendien is geen tussentijds opzegbeding opgenomen, waardoor de werkgever niet gerechtigd was tot tussentijdse beëindiging. Het ontslag is derhalve kennelijk onredelijk, waarbij de schade wordt begroot op de resterende looptijd van het contract. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-279
Werkgeversaansprakelijkheid; zorgplicht. Art. 7:658 BW
De werkneemster is werkzaam als docente bij de werkgever. Tijdens de pauze krijgt zij als pleinwacht een voetbal tegen haar hoofd, waardoor zij schade oploop. De werkneemster stelt de werkgever aansprakelijk voor de schade, nu zij als enige pleinwacht voor 120 kinderen stond ingeroosterd, waardoor zij geen adequaat toezicht kon houden op het (verboden) voetballen op het plein. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever inderdaad zijn zorgplicht heeft geschonden. De norm is een pleinwacht per 20 kinderen, dus kond e werkneemster als enige pleinwacht geen adequaat toezicht houden op 120 kinderen. De werkgever wordt aansprakelijk gesteld voor de schade, nader op te maken bij staat. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-276
Ontbinding van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Art. 7:667 en 7:685 BW
De werknemer heeft een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijds opzegbeding. Nadat de werknemer andere werkzaamheden heeft gekregen, en bovendien een beter aanbod elders, dient hij een verzoek in tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de verandering van omstandigheden vanwege de gewijzigde werkzaamheden zijn komen vast te staan. De arbeidsovereenkomst moet daarom worden ontbonden. De vergoeding wordt op C=0 vastgesteld. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-277
Re-integratie; passende arbeid. Art. 7:658a BW
De werknemer is werkzaam als brandwacht wanneer hij uitvalt wegens arbeidsongeschiktheid. In het re-integratieproces stelt de werknemer dat hij passende arbeid kan verrichten als instructeur, terwijl de werkgever meent dat de voorgestelde functie niet passend is vanwege de fysieke eisen. Het Hof oordeelt dat niet onaannemelijk is dat aan de door de werknemer voorgestelde functie de nodige fysieke eisen worden gesteld. Volgens het Hof moet daarom eerst worden onderzocht of de functie van instructeur door de werknemer kan worden verricht gezien zijn fysieke gesteldheid. Volgt aanhouding van de zaak. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-259
Nietigheid WCAO, pakketvergelijking, Teunissen/Welter. Art. 12 WCAO en 6:248 BW
De werknemer vordert ruim 2 jaar na het einde van zijn dienstverband achterstallig loon, vanwege de vermeende nietigheid van zijn all in-loon uit zijn arbeidsovereenkomst op grond van art. 12 WCAO in combinatie met het arrest Teunissen/Welter. De kantonrechter oordeelt dat vanwege de lange periode tussen einde dienstverband en de vordering van de werknemer sprake is van rechtsverwerking. De werkgever mocht er naar redelijkheid vanuit gaan dat de werknemer zich niet (meer) zou beroepen op eventuele aanspraken. Bovendien overweegt de kantonrechter dat hij geen aanleiding ziet de bepaling in de arbeidsovereenkomst nietig te verklaren. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-262
Re-integratieverplichtingen werkgever. Art. 7:658a BW
De werknemer werkt bij de vestiging van de werkgever in Haarlem en heeft bij het tillen van een zware accu letsel opgelopen en is arbeidsongeschikt geraakt. Gedurende de re-integratie heeft de werkgever ervoor gezorgd dat de werknemer passende arbeid kan verrichten in de vestiging in Amsterdam. Wanneer de werknemer weer arbeidsgeschikt is, weigert de werkgever de werknemer terug te plaatsen naar Haarlem. Hierop vordert de werknemer wedertewerkstelling in de oude functie. De kantonrechter oordeelt dat de re-integratie erop is gericht de werknemer terug te laten keren in de oude functie. Pas als dit niet meer mogelijk is, kan naar blijvend ander passend werk worden gezocht, eventueel in het tweede spoor. Nu hervatting van de eigen functie weer mogelijk is, moet de vordering van de werknemer worden toegewezen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-266
Werkgeversaansprakelijkheid. Art. 7:658 BW
De werknemer is werkzaam in de functie van spuiter en komt in het kader van zijn werkzaamheden in aanraking met giftige stoffen. Wanneer de werknemer klachten ondervindt vanwege de aandoening CTE stelt hij de werkgever aansprakelijk. De werkgever betwist de ziekte van de werknemer alsmede het causaal verband tussen werkzaamheden en aandoening. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer moet bewijzen dat hij is blootgesteld aan gevaarlijke stoffen en vervolgens dat aannemelijk is dat hij lijdt aan een ziekte die door deze stoffen kan zijn veroorzaakt. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad moet de werkgever in deze gevallen aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Volgt aanhouding van de zaak voor bewijslevering. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-263
Uitleg sociaal plan
De werknemer meent dat hij onder de reikwijdte van het gesloten sociaal plan valt en de werkgever meent van niet. Het Hof oordeelt dat de situatie zoals die van de werknemer niet wordt beschreven in het sociaal plan, maar dat daarmee niet is uitgesloten dat de werknemer wel degelijk aanspraak kan maken op voorzieningen uit het sociaal plan. De leemte in het sociaal plan moet namelijk worden opgevuld op een wijze die aansluit bij het sociaal plan. Om deze oplossing te beproeven gelast het Hof een comparitie. De zaak wordt aangehouden. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-247