Archief JWB |
Dossiers |
Arbeidsrecht Agenda
|
Meest gelezen |
|
|
|
Toepasselijkheid normeringsregel uit CAO Beroepsgoederenvervoer.
De werknemer is werkzaam in de transportsector en krijgt betaald op basis van werkelijk gewerkte uren op basis van zijn urenregistratie. De werkgever heeft echter de mogelijkheid deze uren te corrigeren op basis van de tachograafschijf. De werknemer vordert niet uitbetaalde uren waarop hij wel recht zou hebben conform de CAO, nu de correcties van de werkgever feitelijk neerkomen op betaling conform een normeringsregeling, waarvoor krachtens de CAO toestemming van de werknemer voor nodig is. De werkgever stelt dat hij zijn bevoegdheid niet te buiten is getreden. De kantonrechter oordeelt dat de feitelijke hantering van de correctiebevoegdheid door de werkgever neerkomt op betaling conform een normeringsregeling. Hiermee wordt de toepasselijke CAO geschonden. Volgt toewijzing van de vordering van de werknemer.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-427
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werkgever is in dienst getreden bij WBO in 1997. Vervolgens is zij in 2008 in dienst getreden bij Domijn, waarmee WBO een samenwerkingsverband had. Vanwege een reorganisatie verzoekt Domijn ontbinding van de arbeidsovereenkomst waarin een vergoeding conform het sociaal plan kan worden meegegeven uitgaande van twee dienstjaren. De werknemer stelt dat sprake is van een voorgezet dienstverband, zodat op basis van 13 dienstjaren de vergoeding moet worden bepaald. De kantonrechter stelt dat samenwerking op het gebied van backoffice onvoldoende is om van een voortgezet dienstverband te spreken. Volgt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met toekenning van een vergoeding conform het sociaal plan gebaseerd op twee dienstjaren.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-390
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werkgever heeft de werkzaamheden van de werkneemster sterk verzwaard wanneer hij hoorde dat de werkneemster zwanger was. Zodra de werkneemster deze werkzaamheden niet meer kon vervullen is zij op staande voet ontslagen. De werkgever heeft ontbinding verzocht, waarna de werkneemster een onvoorwaardelijk tegenverzoek doet. De werkgever stelt dat een onvoorwaardelijk tegenverzoek niet kan. De kantonrechter oordeelt dat het onvoorwaardelijk tegenverzoek is toegestaan, omdat geen enkele weldenkende rechter dit ontslag op staande voet rechtsgeldig zou oordelen. De arbeidsovereenkomst wordt onvoorwaardelijk ontbonden met C=1,5.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-392
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werkneemster is werkzaam bij een asielzoekerscentrum en heeft aldaar een intieme relatie met een van de asielzoekers gekregen. De werkneemster heeft haar relatie direct kenbaar gemaakt aan haar direct leidinggevende. Na zeven maanden heeft de werkgever geoordeeld dat de intieme relatie met de asielzoeker reden is voor ontslag en verzoekt ontbinding van de arbeidovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de werkneemster door tijdig haar relatie te melden niet in strijd heeft gehandeld met de gedragscode. Dat de werkgever eerst zeven maanden gedoogd en vervolgens pas actie onderneemt, maakt dat geen goede grond voor ontbinding is aan te wijzen. Volgt afwijzing van het verzoek.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-380
Eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden. Art. 7:611 BW
Nadat het functioneren van de werknemer enige tijd onder de maat is geweest, heeft de werkgever een verbetertraject ingezet. Ook na het verbetertraject blijft de werknemer onvoldoende functioneren. De werkgever biedt de werknemer daarom een andere, lagere functie aan. De werknemer weigert deze functie. Het Hof oordeelt onder verwijzing naar het arrest Stooff/Mammoet dat de werkgever een redelijk voorstel heeft gedaan dat de werknemer in redelijkheid moet aanvaarden. De arbeidsovereenkomst mag derhalve eenzijdig worden gewijzigd.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-333
Rechtsgeldig ontslag op staande voet niet kennelijk onredelijk. Art. 7:677, 7:678 en 7:681 BW
De werknemer is op staande voet ontslagen door de werkgever vanwege bedreiging met fysiek geweld. De kantonrechter heeft het ontslag op staande voet rechtsgeldig geacht, maar desondanks een schadevergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag toegekend, vanwege de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. In hoger beroep oordeelt het Hof – conform vaste jurisprudentie van de Hoge Raad – dat een terecht gegeven ontslag op staande voet niet tevens kennelijk onredelijk kan zijn en vernietigt het vonnis van de kantonrechter.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-332
Werkgeversaansprakelijkheid bij burn out. Art. 7:658 BW
De werknemer heeft vanwege de werkzaamheden bij de werkgever een burn out opgelopen. De werkgever is voor deze burn out aansprakelijk gesteld en thans ligt de vraag voor hoe de schade moet worden begroot. De werknemer stelt dat hij zou zijn bevorderd tot financieel directeur wanneer hij niet zou zijn uitgevallen wegens een burn out. De werkgever betwist deze stelling. Het Hof besluit de zaak aan te houden voor nadere bewijslevering.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-322
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst tijdens ouderschapsverlof. Art. 7:685 en 7:646 BW
De werkneemster heeft zwangerschaps- en bevallingsverlof genoten en heeft thans recht op ouderschapsverlof, waardoor zij haar werk niet volledig wil hervatten. De werkgever heeft hierop getracht de arbeidsovereenkomst op te zeggen, maar het UWV WERKbedrijf heeft toestemming geweigerd. De werkgever verzoekt daarom ontbinding aan de kantonrechter. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever handelt in strijd met art. 7:646 BW en het goed werkgeverschap. Desondanks ziet de kantonrechter dat de arbeidsverhouding zodanig is verstoord dat partijen niet meer met elkaar verder kunnen. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden onder toekenning van een vergoeding met C=1,8. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-321
Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW
De arbeidsovereenkomst van de werknemer is wegens bedrijfseconomische redenen opgezegd. De werknemer beroept zich op kennelijk onredelijk ontslag op grond van het gevolgencriterium. Zonder ontslag had de werknemer binnen twee jaar gebruik kunnen maken van de mogelijkheid van vroegpensioen. De kantonrechter oordeelt dat gezien de leeftijd van werknemer, huidige economische situatie en eenzijdige werkervaring het onwaarschijnlijk is dat werknemer elders werk zal vinden. Het beroep op ‘habe nichts-habe wenig’ wordt verworpen. Herstel van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen, nu de functie van de werknemer is komen te vervallen. De kantonrechter schat de inkomens- en pensioenschade op € 150.000,-. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-309
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst
De werknemer is strafrechtelijk veroordeeld wegens het bezit van kinderporno op zijn privécomputer. De werkgever vordert ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van gewichtige redenen. Er is onrust binnen het bedrijf ontstaan en de werkgever vreest reputatieschade. De kantonrechter oordeelt dat de handelingen zich in de privésfeer van de werknemer hebben afgespeeld en er geen raakvlak is met zijn werk. De imagoschade is niet komen vast te staan. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-310
Eenzijdige vaststelling opname vakantiedagen bij arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Art. 7:638 en 7:641 BW
De werkgever heeft de werknemer, na een periode van ziekte en zwangerschapsverlof, verzocht haar resterende vakantiedagen op te nemen voor het einde van de arbeidsovereenkomst. Werkneemster weigert dit en vordert uitbetaling van de vakantiedagen. De kantonrechter oordeelt, onder verwijzing naar artikel 7:638 BW en kamerstukken, dat de werkgever werkneemster niet kon dwingen haar resterende vakantiedagen aan het einde van de arbeidsovereenkomst op te nemen. Volgt toewijzing van de vordering. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-312
Ontslagname door werknemer
De werknemer is door de werkgever tewerk gesteld. De werknemer verlaat op een gegeven moment de werkplek voor vertrek naar het buitenland, volgens de werkgever om elders ander werk te gaan doen. De werkgever vat het vertrek op als eenzijdige ontslagname. De werknemer stelt dat de werkgever hem niet mocht houden aan zijn ontslagname en vordert loon. Het hof oordeelt dat de werkgever dient te bewijzen dat er sprake is van dusdanige omstandigheden dat sprake is van een duidelijke en ondubbelzinnige ontslagname. Volgt aanhouding van de zaak. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-302
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werknemer is overgegaan naar een andere werkgever wegens overgang van concessie. Enige maanden later treedt werknemer weer in dienst bij de eerdere werkgever, waarbij hem andere voorwaarden worden geboden. De werknemer verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen, gelegen in een verandering van omstandigheden. Werknemer stelt dat hem geen passende functie is geboden. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever de arbeidsrelatie heeft verstoord en dat de aangeboden functie niet passend is. Volgt ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding met C=1,2. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-307
Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW
De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst met werknemer opgezegd, na verkregen toestemming van het CWI. De werknemer stelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is op grond van het gevolgencriterium. De werkgever beroept zich op ‘ habe nichts-habe wenig’. De kantonrechter oordeelt dat de door de werknemer aangevoerde omstandigheden (langdurig dienstverband, leeftijd, kansen arbeidsmarkt en verslechterde inkomenspositie) in zijn algemeenheid het ontslag niet kennelijk onredelijk maken. De werkgever valt geen verwijt te maken en ook het niet aanbieden van een ontslagvergoeding maakt het ontslag niet kennelijk onredelijk. Volgt afwijzing van de vordering van de werknemer. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-303
Proeftijdontslag in strijd met WGBH/CZ. Art. 7:652 BW; 4 en 9 WGBH/CZ
De arbeidsovereenkomst van de werknemer is met een beroep op het proeftijdbeding beëindigd voor aanvang van de proeftijd omdat de werkgever niet verzekerd is tegen arbeidsongeschiktheid van een werknemer. Werknemer beroept zich op de vernietiging van de opzegging wegens strijd met de WGBH/CZ. De kantonrechter oordeelt onder verwijzing naar de rechtspraak (HR 10 november 2000, JAR 2000/249 (Triple P/TAP) en HR 13 januari 1995, NJ 1995, 430, (Codfried/ISS))dat de werkgever onderscheid heeft gemaakt wegens vermeende chronische ziekte. Volgt toewijzing van de vordering. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-311