Archief JWB |
Dossiers |
Arbeidsrecht Agenda
|
Meest gelezen |
|
|
|
Uitleg CAO Multimodaal Vervoer. Art. 8 lid 2 CAO Multimodaal Vervoer
De werknemer is in dienst bij de werkgever voor 32 uur. Wanneer een nieuwe werknemer wordt aangetrokken, vordert de werknemer dat hij voor 36 uur tewerk zal worden gesteld op grond van art. 8 lid 2 CAO Multimodaal Vervoer. Hierin staat volgens de werknemer dat hem eerst urenvermeerdering wordt aangeboden alvorens een nieuwe werknemer kan worden aangesteld. De werkgever stelt dat deze regel pas geldt wanneer de nieuwe werknemer meer dan 32 uur zou gaan werken. De kantonrechter oordeelt dat de uitleg van de werkgever recht doet aan de tekst van de CAO-bepaling, waardoor de vordering van de werknemer moet worden afgewezen.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-328
Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW
De werknemer is 52 jaar oud en 13 jaar in dienst wanneer haar arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden door de werkgever wordt opgezegd zonder toekenning van een vergoeding. De werkgever heeft de werknemer de laatste vier maanden van het dienstverband vrijgesteld van werkzaamheden zodat hij zich kan oriënteren op de arbeidsmarkt. Het Hof oordeelt in navolging van de kantonrechter dat sprake is van een terechte grond voor ontslag en dat de werknemer onvoldoende inzicht heeft gegeven in het feit dat hij schade heeft geleden. Het ontslag is daarom niet kennelijk onredelijk. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-177
Loondoorbetaling bij situatieve arbeidsongeschiktheid; passende arbeid. Art. 7:628, 7:629 en 7:658a BW
De werknemer heeft zich situatief arbeidsongeschikt gemeld en weigert vervolgens andere passende arbeid te verrichten. De werkgever stopt hierop de loondoorbetaling op grond van art. 7:629 lid 3. De werknemer vordert doorbetaling van loon op grond van art. 7:628 BW. Het Hof oordeelt in navolging van de kantonrechter, dat de loonvordering moet worden afgewezen. Artikel 7:629 gaat als lex specialis voor op 7:628 BW. Nu de aangeboden arbeid als passende arbeid moet worden aangemerkt was de werkgever gerechtigd de loondoorbetaling te stoppen. Volgens het Hof is geen sprake van situatieve arbeidsongeschiktheid, dus vormt 7:628 BW geen grond om alsnog het loon te moeten betalen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-169
Mondeling overeengekomen proeftijd; matiging gefixeerde schadevergoeding. Art. 7:652, 7:667 en 7:680 BW
De werkgever en de werknemer zijn bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een mondelinge proeftijd overeengekomen. Het later op schrift gestelde document is nooit door de werknemer ondertekend. Nadat de werkgever is overgegaan tot ontslag met beroep op de proeftijd, roept de werknemer de nietigheid van het proeftijdbeding in. Zowel de kantonrechter als het Hof menen dat de mondeling overeengekomen proeftijd niet geldig is. Het ontslag is daarom niet terecht. De werknemer kan een beroep doen op de gefixeerde schadevergoeding. Het Hof meent dat de gefixeerde schadevergoeding wel kan worden gematigd conform art. 7:680 lid 5 BW. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-176
Geen leeftijdsdiscriminatie bij eindigen ziektekostenregeling gepensioneerden. Art. 3 en 8 WGBL
De werkgever kende een aantal regelingen waarbij zij voor haar gepensioneerden een deel van de ziektekosten betaalde. Per 2006 worden deze regelingen afgeschaft met toepassing van een afkoopregeling. Deze afkoopregeling pakt verschillend uit voor groepen gepensioneerden. De vraag is of de afkoopregeling in strijd is met de WGBL. De kantonrechter oordeelt dat inderdaad leeftijdsonderscheid wordt gemaakt conform art. 3 en 8 WGBL, maar dat in casu een objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat, namelijk het onverplicht compenseren van mensen die niet langer voor een bijdrage van de werkgever in aanmerking komen. Bovendien is het middel passend en noodzakelijk. Hierdoor is het leeftijdsonderscheid niet ongeoorloofd. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-155
Formeel werkgeverschap. Art. 3:40 BW, artikel 93 BRv
In casu gaat het over een geschil tussen een stichting die optreedt als uitvoerder van het werkgeverschap en een eenmanszaak die van de diensten van deze stichting gebruik maakt. In dat kader zijn tussen de stichting en de eenmanszaak drie overeenkomsten gesloten. Het verweer en daarmee samenhangende vordering in reconventie richten zich tegen twee van die drie overeenkomsten. De Rechtbank oordeelt dat de drie overeenkomsten in onderlinge samenhang dienen te worden bezien. Voorts oordeelt de Rechtbank dat er geen sprake is van nietigheid op grond van artikel 3:40 BW. Evenmin is sprake van dwaling, wanprestatie of onrechtmatige daad. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-133
Uitleg sociaal plan
De werkgever heeft in het kader van een reorganisatie besloten dat voor onregelmatigheidstoeslagen een afbouwregeling zal gaan gelden. Extra vergoeding voor bereikbaarheidsdiensten komt te vervallen. De vraag die vervolgens rijst is of de vergoeding voor storingsdiensten is aan te merken als onregelmatigheidstoeslag of als bereikbaarheidsdienst. Het hof oordeelt dat de storingsdiensten die de werknemer moet draaien worden aangemerkt als bereikbaarheidsdiensten en dat deze niet onder de afbouwregeling vallen. De werkgever was dus gerechtigd de afbouwregeling hierop niet toe te passen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-124
Kennelijk onredelijk ontslag. Art. 7:681 BW
De werknemer is 60 jaar oud en heeft ruim 36 jaar voor de werkgever gewerkt wanneer hij in een reorganisatie wordt ontslagen. De werknemer is dan al 4 jaar volledig arbeidsongeschikt en ontvangt een WAO-uitkering. De werknemer stelt dat het ontslag zonder vergoeding kennelijk onredelijk is. Het Hof oordeelt in navolging van de rechtbank dat de werknemer vanwege zijn arbeidsongeschiktheid al op een inkomensniveau van 70% van zijn laatst verdiende loon zat. Het ontslag heeft de inkomenspositie van de werknemer niet verbeterd. Het argument van de werknemer dat hij voor zijn resterende jaren zou kunnen re-integreren wordt door het Hof verworpen. Het ontslag is niet kennelijk onredelijk. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-101
Ontslag op staande voet. Art. 7:677 en 7:678 BW
De werknemer is op staande voet ontslagen, nadat hij herhaaldelijk heeft geweigerd gehoor te geven aan een opdracht van de werkgever. De werknemer meent dat hij in redelijkheid geen gehoor aan de opdracht hoefde te geven. De kantonrechter was het met de werknemer eens en heeft het ontslag op staande voet vernietigd. Het Hof komt echter tot het oordeel dat van de werknemer in redelijkheid mocht worden verwacht dat hij gehoor gaf aan de opdracht – het tijdelijk werken bij een ander bedrijf – zodat sprake was van een dringende reden. Het ontslag is tevens onverwijld gegeven, dus er is sprake van een terecht ontslag op staande voet. Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-68
Werkgeversaansprakelijkheid; zorgplicht. Art. 7:658 BW
De werknemer is tijdens zijn werkzaamheden op een ladder ten val gekomen doordat de ladder is gaan schuiven. Hij stelt de werkgever aansprakelijk voor de geleden schade. De werkgever meent dat hij zijn zorgplicht niet heeft geschonden, omdat hij zich aan de Arbo-regels heeft gehouden en derhalve niet aansprakelijk is. Het Hof oordeelt dat nu de werkgever aan alle arbeidsomstandighedenregels heeft voldaan en ook de arbeidsinspectie geen onvolkomenheden in het beleid van de werkgever heeft geconstateerd, de werkgever slaagt in zijn stelling dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Het vonnis van de kantonrechter waarin de werkgever aansprakelijk werd gesteld, moet worden vernietigd. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-69
Ontbindingsverzoek afgewezen, verbetertraject bij disfunctioneren onbenut door werkgever. Art. 7:685 BW
De werkgever verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een disfunctioneren werknemer. De Kantonrechter wijst het verzoek af en overweegt dat hoewel het disfunctioneren van werknemer al voor de werkgever in 2006 vaststond, heeft zij te weinig ondernomen om daarin een verbetering te brengen. Partijen dienen eerst een verbetertraject te benutten. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-53
Uitleg concurrentiebeding door scheidsgerecht gezondheidszorg. Art. 7:681 BW
Een chirurg is na beëindiging van zijn arbeidsrelatie bij werkgever in dienst getreden bij een ander ziekenhuis. Op verzoek van de voormalig werkgever heeft de voorzitter van het scheidsgerecht gezondheidszorg bij uitspraken in kort geding de chirurg bevolen zijn werkzaamheden in het Antonius Ziekenhuis te staken en hem verboden in dat ziekenhuis werkzaamheden te verrichten. In casu vordert de chirurg zijn voormalig werkgever te verbieden het voormeld bindend advies ten uitvoer te leggen. De Rechtbank wijst de vordering af. Op grond van alle feiten en omstandigheden komt de Voorzieningenrechter tot de conclusie dat vooralsnog niet aannemelijk is dat de bodemrechter het bindend advies van het scheidsgerecht zal vernietigen met als grond dat gebondenheid van de chirurg daaraan in verband met de inhoud of wijze van totstandkoming daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Volgt afwijzing van de vordering. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-39
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werkgever heeft zonder instemming van het personeel een nieuw beleid gevoerd met betrekking tot het onderwerpen van werknemers aan urinetests en een strenger alcohol en drugsbeleid. Voor de werknemers die hiermee niet akkoord zijn gegaan dient de werkgever thans een ontbindingsverzoek in wegens schending van het goed werknemerschap. De kantonrechter oordeelt dat nu de werkgever heeft verzuimd het nieuwe beleid eerst aan de OR voor te leggen, het niet in strijd is met het goed werknemerschap dat de werknemers weigerden akkoord te gaan met het nieuwe beleid. Het ontbindingsverzoek moet daarom worden afgewezen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-25
Ongedaanmaking nieuw beleid werkgever wegens schending instemmingsrecht OR. Art. 27 WOR
De werkgever heeft zonder instemming van het personeel een nieuw beleid gevoerd met betrekking tot het onderwerpen van werknemers aan urinetests en een strenger alcohol en drugsbeleid. De werknemers die hiermee niet akkoord zijn gegaan, zijn gedegradeerd en/of geschorst. In kort geding vorderen de werknemers ongedaanmaking van de sancties wegens schending van art. 27 WOR. De voorzieningenrechter oordeelt dat de werkgever – ondanks dat ruim 600 werknemers werkzaam zijn – geen OR heeft ingesteld. De werkgever heeft art. 27 WOR geschonden en daarom moeten de gevolgen van het ten onrechte gevoerde beleid worden teruggedraaid. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-22
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werknemer is vanaf maart 2009 arbeidsongeschikt en de werkgever verzoekt thans ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens primair bedrijfseconomische redenen en subsidiair een verstoorde arbeidsrelatie. De werknemer weerspreekt dat sprake is van een slechte financiële situatie en/of een verstoorde arbeidsrelatie en stelt dat het verzoek slechts voortkomt uit zijn arbeidsongeschiktheid. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer voldoende heeft weersproken dat er een financiële noodzaak is voor het ontslag. Het ongenoegen over het functioneren van de werknemer is pas geuit nadat hij arbeidsongeschikt is geworden en mocht er al sprake zijn van een verstoorde relatie, dan is deze door de werkgever veroorzaakt. Het verzoek wordt daarom door de kantonrechter afgewezen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-12