Archief JWB |
Dossiers |
Arbeidsrecht Agenda
|
Meest gelezen |
|
|
|
Re-integratieverplichtingen na twee jaar arbeidsongeschiktheid. Art. 7:658a en 7:629 BW
De werknemer is twee jaar arbeidsongeschikt wanneer zij in haar passende werkzaamheden opnieuw uitvalt. In een second opinion bij het UWV is komen vast te staan dat de werknemer de komende 26 weken geen passende arbeid kan verrichten bij de werkgever. De werknemer vordert doorbetaling van het loon, omdat zij zich beschikbaar heeft gehouden voor passende arbeid. De kantonrechter oordeelt dat het aanbod van de werknemer om haar eigen werkzaamheden te verrichten niet reëel is, omdat de werkneemster in second opinion volledig arbeidsongeschikt is bevonden. De werkgever hoefde op dit aanbod niet in te gaan. Het feit dat de werkgever al twee jaar het loon had doorbetaald brengt met zich dat thans geen grondslag bestaat voor doorbetaling van het loon. Volgt afwijzing van de vordering.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-401
Stilzwijgende wijziging passende arbeid in bedongen arbeid. Art. 7:611, 7:629 en 7:658a BW
De werknemer is in 1976 bij de werkgever in dienst getreden. In 1986 heeft de werknemer een hartinfarct gekregen en is sindsdien passende arbeid gaan verrichten. In 2006 valt de werknemer opnieuw uit in deze passende arbeid. De werknemer stelt zich op het standpunt dat stilzwijgend de passende arbeid is verworden tot de bedongen arbeid en dat hij opnieuw recht heeft op 104 weken loondoorbetaling. Het Hof oordeelt dat de werknemer ruim 20 jaar de passende arbeid heeft verricht zonder dat de werkgever verder het re-integratietraject heeft doorlopen. Zowel de werkgever als de werknemer hadden vrede met de nieuwe werkzaamheden van de werknemer, waardoor stilzwijgend deze arbeid de nieuw bedongen arbeid is geworden. De vordering van de werknemer tot loondoorbetaling wordt toegewezen.
Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-313
Re-integratie; passende arbeid. Art. 7:658a BW
De werknemer is werkzaam als brandwacht wanneer hij uitvalt wegens arbeidsongeschiktheid. In het re-integratieproces stelt de werknemer dat hij passende arbeid kan verrichten als instructeur, terwijl de werkgever meent dat de voorgestelde functie niet passend is vanwege de fysieke eisen. Het Hof oordeelt dat niet onaannemelijk is dat aan de door de werknemer voorgestelde functie de nodige fysieke eisen worden gesteld. Volgens het Hof moet daarom eerst worden onderzocht of de functie van instructeur door de werknemer kan worden verricht gezien zijn fysieke gesteldheid. Volgt aanhouding van de zaak. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-259
Re-integratieverplichtingen werkgever. Art. 7:658a BW
De werknemer werkt bij de vestiging van de werkgever in Haarlem en heeft bij het tillen van een zware accu letsel opgelopen en is arbeidsongeschikt geraakt. Gedurende de re-integratie heeft de werkgever ervoor gezorgd dat de werknemer passende arbeid kan verrichten in de vestiging in Amsterdam. Wanneer de werknemer weer arbeidsgeschikt is, weigert de werkgever de werknemer terug te plaatsen naar Haarlem. Hierop vordert de werknemer wedertewerkstelling in de oude functie. De kantonrechter oordeelt dat de re-integratie erop is gericht de werknemer terug te laten keren in de oude functie. Pas als dit niet meer mogelijk is, kan naar blijvend ander passend werk worden gezocht, eventueel in het tweede spoor. Nu hervatting van de eigen functie weer mogelijk is, moet de vordering van de werknemer worden toegewezen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-266
Loonvordering na schending re-integratie; ontbreken deskundigenverklaring. Art. 7:629 en 7:660a BW
De werknemer heeft gedurende zijn arbeidsongeschiktheid zijn re-integratieverplichtingen niet nagekomen. Na twee jaar meldt hij zich weer op de werkplek, waarna de werkgever hem wegzendt. De werknemer stelt dat zijn aanbod tot het verrichten van werk meebrengt dat hij weer recht heeft op loon. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer voordat hij zijn vordering instelde een second opinion in de zin van art. 7:660a aan te vragen bij het UWV. Nu de werknemer dit niet heeft gedaan, is het enkel beschikbaar stellen voor het verrichten van passende arbeid onvoldoende om de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever aan te nemen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-255
Weigering passende arbeid; stopzetten loondoorbetaling tijdens ziekte. Art. 7:629 lid 3 sub c en 7:660a BW
De werknemer heeft zich in oktober 2009 ziek gemeld, waarna de bedrijfsarts heeft geconcludeerd dat de werknemer passende arbeid kan verrichten, mits de rugbelasting beperkt blijft. Partijen zijn vervolgens in een lastig re-integratietraject beland, waarbij de werknemer heeft geweigerd passende arbeid te verrichten. De werkgever heeft hierop de loondoorbetaling stopgezet op grond van art. 7:629 lid 3 sub c BW. De kantonrechter oordeelt dat nu de werknemer weigert passende arbeid te verrichten de werkgever inderdaad gerechtigd is de loondoorbetaling te staken. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-241
Loondoorbetaling bij ziekte; passende arbeid wordt bedongen arbeid. Art. 7:629 en 7:611 BW
De werkneemster wordt in 2007 arbeidsongeschikt wegens schouderklachten en enkelklachten. Zij verricht sindsdien passende arbeid op de administratie. In september 2009 valt werkneemster geheel uit wegens andere klachten. De werkneemster vordert doorbetaling van loon op grond van art. 7:629 stellende dat de passende arbeid inmiddels de bedongen arbeid is geworden. De kantonrechter oordeelt dat de door de werkneemster verrichte passende arbeid inmiddels is verworden tot de nieuwe functie van de werkneemster. De hernieuwde uitval wegens arbeidsongeschiktheid brengt vervolgens met zich dat een nieuwe loondoorbetalingsperiode start. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-236
Ontbinding arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
Werkneemster is gedurende ongeveer 3 jaar volledig arbeidsongeschikt in het kader van de WAO en aansluitend sinds ongeveer 7 jaar voor 65-80%. Gedurende enkele jaren hebben partijen geen of nauwelijks contact over de re-integratie. In 2008 komt dit contact op gang. Volgens de arbeidsdeskundige van werkgever is geen passend werk beschikbaar. Een deskundigenoordeel van het UWV vermeldt dat de functies bij werkgever niet in kaart zijn gebracht en dat daarom de vraag of er passend werk is niet is te beantwoorden. Werkgever vraagt een ontslagvergunning aan. De ontslagaanvraag wordt afgewezen. Werkgever vraagt ontbinding op grond van veranderingen in de omstandigheden. Het verzoek wordt afgewezen: werkgever had aan de hand van functieomschrijvingen moeten aantonen dat er inderdaad geen passend werk is. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-183
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Art. 7:685 BW
De werkneemster is gedeeltelijk arbeidsongeschikt en heeft van haar werkgever een outplacementtraject aangeboden gekregen, welke ziet op een nieuwe functie buiten het bedrijf van de werkgever. Nadat de werkneemster het outplacementtraject met goed gevolg heeft volbracht verzoekt de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, omdat voor de werknemer geen passende functie voorhanden is. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van verandering van de omstandigheden, waardoor de arbeidsovereenkomst ontbonden moet worden. Vanwege het aangeboden outplacementtraject wordt de C-factor gesteld op 0,8. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-196
Loondoorbetaling bij situatieve arbeidsongeschiktheid; passende arbeid. Art. 7:628, 7:629 en 7:658a BW
De werknemer heeft zich situatief arbeidsongeschikt gemeld en weigert vervolgens andere passende arbeid te verrichten. De werkgever stopt hierop de loondoorbetaling op grond van art. 7:629 lid 3. De werknemer vordert doorbetaling van loon op grond van art. 7:628 BW. Het Hof oordeelt in navolging van de kantonrechter, dat de loonvordering moet worden afgewezen. Artikel 7:629 gaat als lex specialis voor op 7:628 BW. Nu de aangeboden arbeid als passende arbeid moet worden aangemerkt was de werkgever gerechtigd de loondoorbetaling te stoppen. Volgens het Hof is geen sprake van situatieve arbeidsongeschiktheid, dus vormt 7:628 BW geen grond om alsnog het loon te moeten betalen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-169
Ontbindingsverzoek vanwege reorganisatie afgewezen. Art. 7:685 BW
De werkgever verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een reorganisatie. De Kantonrechter wijst het verzoek af. Volgens de Kantonrechter is het aannemelijk dat de werknemer binnen de reorganisatie valt. Voorts heeft de werkgever zich onvoldoende ingespannen om de werknemer te herplaatsen. En voorts is niet gebleken dat de werkgever werknemer in de gelegenheid heeft gesteld om aan de veranderde opleidingseisen te voldoen, zodat het verzoek wordt afgewezen. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2010-19
Vordering doorbetaling loon tijdens ziekte; passend werk verworden tot bedongen arbeid. Art. 7:629 BW
In dit kort geding wordt beoordeeld of al dan niet aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat, zoals de werkgever bepleit de loondoorbetalingsverplichting ex artikel 7:629 BW afstuit op het feit dat de laatstelijk door de werknemer verrichte werkzaamheden niet zijn aan te merken als de bedongen arbeid zoals bedoeld in art. 7:629 BW.
De kantonrechter overweegt dat in artikel 7:629, twaalfde lid BW is bepaald dat als een werknemer passende arbeid de arbeidsovereenkomst onverkort in stand blijft. Het is dus de bedoeling dat, als de werknemer tijdelijk niet in staat is de eigen werkzaamheden uit te oefenen, tijdelijk ander passend werk kan worden aangeboden, waarbij de werknemer aanspraak behoudt op tewerkstelling in de oorspronkelijke functie. Als vaststaat dat de werknemer de oorspronkelijk bedongen werkzaamheden definitief niet meer kan verrichten en vanwege re-integratie passend werk bij zijn eigen werkgever gaat verrichten, mag van een goed werkgever worden verwacht dat zij de werknemer een op de nieuwe werkzaamheden toegesneden arbeidsovereenkomst aanbiedt. De Kantonrechter spreekt van een omslagpunt van passende werkzaamheden naar bedongen werkzaamheden. In casu oordeelt de Kantonrechter dat de passende werkzaamheden hebben te gelden als de stilzwijgend overeengekomen bedongen arbeid, en dat er een nieuwe ziekteperiode is begonnen en daarmee een nieuwe loondoorbetalingsverplichting is ontstaan.
De loonvordering is dus toewijsbaar. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2009-584
Passende arbeid. Art. 7:658a BW
De werkneemster is werkzaam als filiaalmedewerker, maar raakt voor die functie arbeidsongeschikt. In het kader van haar re-integratie verricht zij tijdelijk passende arbeid op de administratie. Na twee jaar beëindigd de werkgever de passende werkzaamheden van de werkneemster, omdat zij boventallig is geraakt op de administratie. De werkneemster vordert wedertewerkstelling in haar passende functie. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever niet op het aanbod van passende arbeid hoeft in te gaan, omdat van meet af aan duidelijk was dat de functie slechts tijdelijk was. Bovendien heeft de werkgever aangetoond echt geen plek te hebben voor de werkneemster. Volgt afwijzing van het verzoek van de werkneemster. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2009-233