Maandag 18 mei 2009 - B7-10 242
Verzoek vernietiging concurrentiebeding afgewezen. Art. 7:652 BW
De werknemer vordert in kort geding vernietiging van zijn concurrentiebeding. De Kantonrechter wijst de vordering af ondanks het beroep van de werknemer op het recht van vrije arbeidskeuze ex. artikel 19 lid 3 Grondwet. Dit artikel staat er echter niet aan in de weg dat tussen werkgever en werknemer afspraken worden gemaakt, waarbij een zekere mate van beperking in die vrijheid van arbeidskeuze optreedt, zolang die maatregel proportioneel. Na beoordeling van de feiten komt de Kantonrechter tot het oordeel dat hij vooralsnog niet de verwachting heeft dat een rechter in de bodemprocedure het belang van de werknemer bij vernietiging van het beding laat wijken voor het te beschermen belang van de werkgever bij handhaving van het beding. Lees hier de uitpraak.
JWB Rechtspraak 2009-184
Donderdag 29 januari 2009 - B7-10 73
Stagevergoeding, loon, geen arbeidsovereenkomst, geen verhoging 7:625 BW. Art. 7:610, 7:625 BW
Eiseres is op basis van een zogenaamde praktijkovereenkomst gedurende zes weken, aanvangende 3 september 2007 bij gedaagde werkzaam geweest. In de overeenkomst is opgenomen dat gedaagde aan eiseres een vergoeding van € 200 bruto per maand zal betalen. Eiseres heeft haar stagewerkzaamheden voortijdig beëindigd. Thans vordert zij betaling van € 300 aan stagevergoedingen.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is geen sprake van een arbeidsovereenkomst. Het leerelement staat voorop. Derhalve moet de overeenkomst worden gekwalificeerd als een leerovereenkomst waarop de bepalingen van boek 7, Titel 10 niet van toepassing zijn. Bijgevolg is de wettelijke verhoging van artikel 7:625 niet van toepassing. De contractuele vergoeding is gedaagde wel verschuldigd, nu uit niets gebleken is dat deze vergoeding niet zou zijn verschuldigd bij tussentijdse beëindiging van de stageovereenkomst. Lees hier de uitspraak.
JWB Rechtspraak 2009-13